De associatie van duindoorn en vlier (Hippophao-Sambucetum), kortaf duindoorn-vlierstruweel of duindoornstruweel, is een associatie uit de klasse van doornstruwelen (Rhamno-Prunetea), een plantengemeenschap die voorkomt in matig kalkrijke duinen, en die gekenmerkt wordt door een hoog opgaande, ondoordringbare struiklaag van duindoorn en gewone vlier.

Deze associatie is in Nederland vrij algemeen, maar wordt in Vlaanderen niet onderscheiden.

Naamgeving, etymologie en codering Synoniem: Hippophao-Sambucetum nigrae sensu auct. plur. non Boerboom 1960, Hippophao rhamnoidis-Sambucetum nigrae Boerboom 1960 Syntaxoncode (Nederland): 37Ac01

De naam Hippophao-Sambucetum is afgeleid van de wetenschappelijke naam van de dominante soorten van de associatie, de duindoorn (Hippophae rhamnoides) en de gewone vlier (Sambucus nigra).

Kenmerken Ecologie De associatie van duindoorn en vlier komt voor op voor de wind beschutte duinhellingen en in duinvalleien, met een matig vochtige en matig tot zeer kalkrijke en nitraatrijke bodem. De nitraatrijkdom is vooral het gevolg van bemesting door trekvogels die op de besrijke struiken foerageren, en van de stikstofknolletjes op de wortels van de duindoorn.

Daarnaast komt deze associatie ook voor op voormalige landbouwgronden in en rond de duinen.

Structuur De associatie van duindoorn en vlier vormt een dicht, tot vier meter hoog, bijna ontoegankelijk struweel, waarin vooral de struiklaag goed ontwikkeld is. Bomen ontbreken, en de kruidlaag en de moslaag zijn weinig soortenrijk.

De takken en stammen van de vlierstruiken vormen een daarentegen wel goed substraat voor veel epifytische mossen en korstmossen.

Soortensamenstelling thumb|150px|Duindoorn thumb|150px|Wilde liguster thumb|150px|Zuurbes thumb|150px|Gewone vlier thumb|150px|Heggenrank thumb|150px|Grote brandnetel

De associatie van duindoorn en vlier heeft geen specifieke kensoorten, maar wordt vooral gekenmerkt door de aanwezigheid en dominantie van zowel duindoorn als gewone vlier, kensoorten van respectievelijk het verbond en van de klasse. Ook de klasse-kensoort heggenrank is in deze associatie algemeen.

De associatie telt daarnaast een aantal ruigtesoorten als de grote brandnetel, dauwbraam, veldhondstong, bitterzoet en akkerdistel en duinplanten als het duinriet. De minder algemene fijne kervel, duinvogelmuur en ijle dravik zijn differentiërend ten opzichte van de andere associaties in het verbond.

Kenmerkende of bijzondere epifyten zijn het vliermos, het broedkorrel-kroesmos, het schijfjesmos, het echt iepenmos en de gekroesde en slanke haarmuts.

De voor Vlaanderen en Nederland belangrijkste soorten zijn:

Kensoort Diff.soort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking Boomlaag - Struiklaag kV >80% Duindoorn Hippophae rhamnoides kV >20% Wilde liguster Ligustrum vulgare kV >10% Egelantier Rosa rubiginosa kV <10% Zuurbes Berberis vulgaris kK 100% Gewone vlier Sambucus nigra kK >10% Eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna kK >10% Hondsroos Rosa canina kK <10% Wilde kardinaalsmuts Euonymus europaeus kK <10% Wegedoorn Rhamnus cathartica Kruidlaag kV <10% Asperge Asparagus officinalis kK >50% Heggenrank Bryonia dioica kK <10% Hop Humulus lupulus >80% Grote brandnetel Urtica dioica >60% Dauwbraam Rubus caesius >50% Veldhondstong Cynoglossum officinale >50% Duinriet Calamagrostis epigejos >40% Bitterzoet Solanum dulcamare >40% Akkerdistel Cirsium arvense >30% Kleefkruid Galium aparine >30% Ruw beemdgras Poa trivialis >30% Speerdistel Cirsium vulgare >20% Veldbeemdgras Poa pratensis dV Fijne kervel Anthriscus caucalis t.o.v. andere verbonden dV Duinvogelmuur Stellaria pallida t.o.v. andere verbonden dV IJle dravik Anisantha sterilis t.o.v. andere verbonden Moslaag >30% Gewoon dikkopmos Brachythecium rutabulum Vliermos Cryphaea heteromalla Broedkorrel-kroesmos Ulota phyllantha Schijfjesmos Radula complanata Echt iepenmos Zygodon viridissimus Gekroesde haarmuts Orthotrichum pulchellum Slanke haarmuts Orthotrichum tenellum

Verspreiding en voorkomen De associatie van duindoorn en vlier komt in Europa voor langs de kusten van Normandië tot in Jutland, op plaatsen waar voldoende kalk in de bodem aanwezig is.

In Nederland is ze vrij algemeen in kalkrijke duinen, minder in de kalkarme duinen van Texel, Ameland en Schiermonnikoog.

In Vlaanderen wordt deze associatie niet onderscheiden.

Duindoorn en vlier