De officiële vlag van Friesland werd op 9 juli 1957 door Gedeputeerde Staten van Friesland vastgesteld. De vlag bestaat uit vier kobaltblauwe en drie witte diagonale banen; in de witte banen staan in totaal zeven rode pompeblêden.
De Friese vlag dateert uit het einde van de 19e eeuw. Het motief gaat echter terug op een laatmiddeleeuws wapen van Friesland dat met een verdwenen koninkrijk werd geassocieerd. Bij het ontstaan van de vlag speelden daarnaast de sagen rond het legendarische Magnusvaan een rol.
Beschrijving De vlag wordt in het besluit als volgt beschreven:
Symboliek thumb|Winkel in Sneek met Friese souvenirs. De zeven rode pompeblêden of waterleliebladeren zouden volgens de 16e-eeuwse geleerde Suffridus Petrus naar de Zeven Friese Zeelanden verwijzen, die door drie waterstromen van elkaar gescheiden waren. Dit waren min of meer zelfstandige landstreken langs de kust van Alkmaar tot de Wezer, die volgens de overlevering samen tegen de Noormannen hadden gevochten. Er zijn echter vermoedelijk nooit precies zeven van deze bestuurseenheden geweest; het getal zeven heeft dan ook waarschijnlijk de connotatie 'veel'. Het motief van de waterstromen in een blauw veld (tres aquas candidas in campo cœlestini) wordt door de Deense auteur Olaus Magnus ook wel met het Zweedse koningswapen verbonden.Olaus Magnus, Historia de gentibus septentrionalibus, Rome 1555, p. 88.
Gebruik Naast de vlaggen worden wimpels gebruikt met hetzelfde patroon. De wimpel heeft acht blauwe en zeven witte banen, met een pompeblêd in elke witte baan.
De plompebladeren sieren menig object dat uit Friesland komt, zoals het tenue van voetbalclub Heerenveen en de Blauhúster Dakkapel. Een fles Friese graanjenever van Sonnema werd geleverd in een zak die uit de Friese vlag was gemaakt.
Geschiedenis Voorgeschiedenis thumb|Prins Friso met het wapen van het koninkrijk Friesland en het Friese vrijheidsvaandel
Uit: Winsemius, Chroniqve van Friesland (1622). Houtsnede door Simon Frisius. RHC Tresoar, Leeuwarden. thumb|'Het wapen van de oude Friezen' Uit: B. Schotanus, Beschryvinge van de heerlyckheydt van Frieslandt, 1664
De motieven van de blauwe en witte schuinbalken en de rode figuren dateren al uit de 13e eeuw, voornamelijk in de Scandinavische landen. De oudste wapenschilden (vanaf ongeveer 1190) tonen velden bestrooid met rode waterleliebladeren (eigenlijk lotusbloemen), harten of rozen, vaak in combinatie met afbeeldingen van leeuwen. Ook het wapen van het Hertogdom Brunswijk-Lüneburg toont een blauwe leeuw op een gouden veld, bestrooid met rode harten. Een wapensage (genoteerd in 1514) beweert dat een dergelijk wapen met drie waterleliebladeren (waterblad) ooit door Karel de Grote aan het hertogdom Saksen, aan het deelgebied Engern en aan eerste hertog Widukind verleend was. In het Hoogduitse Gudrunlied uit het tweede kwart van de 13e eeuw is sprake van het blauwe vaandel van de fictieve koning Herwig van Sêlande met daarin waterleliebladeren afgebeeld (einen vanen breit von wolkenblawen siden ... sêbleter swebent dar inne). De kleur de bladeren is hier niet aangegeven.
Vanaf het laatste kwart van de 13e eeuw duiken er in Franse wapenboeken verschillende wapens van Le roy de frise (de koning van Friesland) op. Ze tonen doorgaans witte harten, munten of waterleliebladeren en schuinbalken op een blauw veld, al dan niet in combinatie met gouden leeuwen. Vanaf het einde van de 14e eeuw is er sprake van rode harten of waterleliebladeren, die meestal op de witte schuinbalken worden geplaatst.
Het huidige wapen van Groningen bevat twee kwartieren die sterke gelijkenis vertonen met de Friese vlag, maar dan met elf rode harten en met linkerschuinbalken (heraldisch gezien van linksboven naar rechtsonder). Deze kwartieren zijn ontleend aan het wapen van de Groninger Ommelanden, dat omstreeks 1579 ontworpen werd. De Ommelanden betitelden zichzelf aanvankelijk als 'Klein Friesland'. In het Groninger archief is bijvoorbeeld een zegelstempel bewaard gebleven met de Latijnse tekst Sig(illum) Stat(uum) Frisiae inter Amas(um) et Lav(icum), ofwel 'Het zegel van de Staten van Friesland tussen Eems en Lauwers'. Ook werden er munten met een vergelijkbaar opschrift geslagen. Dit Ommelander wapen vormt tevens de basis voor de huidige Ommelander vlag. Een deel van de Ommelander afgevaardigden had bezwaar tegen de keuze voor dit wapen vanwege de sterke gelijkenis met wapens uit Denemarken, Noorwegen en Zweden. Dat herinnerde volgens hen te veel aan de tirannie van de heidense koning Radboud (van wie men meende dat hij een Deense koning was geweest) en aan het Habsburgse bewind waarmee men zelf te kampen had gehad.
Eind 16e eeuw werd het Friese wapen het onderwerp van legendevorming. Suffridus Petrus verwijst in dit verband naar de sage van de drie verdreven broers Friso, Saxo en Bruno. Saxo vestigde zich uiteindelijk in Saxenland, Bruno in Brunswijk en Friso in Friesland. Dit zou verklaren waarom de rode pompeblêden ook in de Saksische wapens voorkwamen. Hij vermeldt als wapen van koning Friso een blauw schild met drie zilveren schuinbalken (heraldisch gezien van rechtsboven naar linksonder), en tussen deze banen liggen zeven rode bladen van de waterlelie. Bij Martin Hamconius komen - mede onder invloed van het Ommelander voorbeeld - de rode bladen weer op de witte schuinbalken te liggen. Het oude Friese wapen werd nogmaals afgebeeld door Pierus Winsemius in zijn Chroniqve van Vrieslant uit 1622 en op de kaart van het oude Friesland 'Typus Veteris Frisiae', die Bernardus Schotanus opnam in zijn Beschryvinge van de heerlyckheydt van Frieslandt tusschen 't Flie end de Lauwers uit 1664. Schotanus benadrukte overigens dat het om een mythisch wapenschild ging, dat uit de tijd voor Karel de Grote zou stammen: Scutum veterum Frisiorum ante Carole Magnum ut ferunt Mythologi.
Het was dit wapen "met drie baren en zeven roode plompenbladen", dat het Friesch Genootschap aanvankelijk in 1830 tot het zijne maakte en dat later ten grondslag kwam te liggen aan de vlag van Friesland.Friesche oudheden. Afbeeldingen van merkwaardige voorwerpen van wetenschap en kunst, gevonden in de archieven, kerken, kasteelen, terpen enz. van Friesland, uitg. door het Friesch Genootschap van Geschied-, Oudheid- en Taalkunde te Leeuwarden, Leeuwarden 1875, p. 36 (naar 3e verslag van het Friesch Genootschap, p. 80).
Ontstaan in de 19e eeuw De huidige vlag krijgt in het laatste kwart van de 19e eeuw een vaste vorm.
Niet alleen bij het Friesch Genootschap, ook in de kringen van het Frysk Selskip maakte men actief gebruik van het oude Friese wapen. Oprichter Harmen Sytstra stelde in 1849 te Burgum als een der eersten voor het oude Friese wapen in een nieuwe vlag centraal te stellen. "Wij zijn dan oorspronkelijk, degelijk en waar, en - voeren tegelijk een geschiedkundig fraaie vlag". Volgens de herinneringen van Tjibbe Geerts van der Meulen bood hij bij die gelegenheid tevens aan deze vlag "in kleuren te schilderen, zooals ze behoort te zijn".Leeuwarder Courant, 19 maart 1927.Idem, 7 april 1949. Het idee was overigens niet helemaal nieuw. Al in 1786 figureerde de banier met het "zevenvoudig plompenblad" in een gedicht van Bilderdijk. De Vlaamse dichter Philip Blommaert stelde de Friese vlag in 1853 gelijk aan het koningsvaandel uit het Gudrunlied.Philip Marie Blommaert, Gedichten, Gent 1853, p. 94. Anderen dachten daarbij nog aan de rode Magnusvaan.Laurens Philippe Charles van den Bergh, De Nederlandsche volksromans, 1837, p. 31, 38, 150. Gerrit Engelberts Gerrits, Ons vaderland. Historisch-romantische schetsen uit de vaderlandsche geschiedenis, dl. 7, 1858, p. 20-21, 165, 171, 184, 257. Mogelijk werd het oude Friese wapen eerst afgebeeld op vaandels, zoals dat van de bekende zangvereniging 'Frisia' te Lemmer en het studentengenootschap 'Frisia' te Groningen.
Joost Hiddes Halbertsma beweerde dat het oude vrijheidsvaandel van de Friesen gebaseerd was op het middeleeuwse wapen van Friesland. In het eerste deel van zijn Lexicon Frisicum uit 1872 stelde hij dat het Friese vaandel (vexillum Frisiæ) vanouds zeven pompe-bledden toonde, die verwezen naar de Zeven Friese Zeelanden. Het zou eigenlijk om de bloemen van de heilige lotus gaan, die ook door boeddhisten wordt vereerd. Aangezien de eerste Friezen uit India zouden stammen, hadden zij dit symbool meegenomen. De witte schuinbalken zouden verwijzen naar de waterstromen en meren die Friesland doorkruisten.J.H. Halbertsma, Lexicon Frisicum, dl. 1, Deventer 1872, kol. 980 (art. Faentjse). Vgl. Dez., Het Buddhisme en zijn stichter, Deventer 1843, p. 3, waar hij stelt dat "de oude Vriezen ... zeven pompebladen in hun wapen plaatsten". Het Friesch Genootschap volgde kennelijk zijn suggestie en toen in 1881 het nieuwe Fries Museum werd geopend, wapperden daar behalve drie (!) nationale vlaggen ook de Friesche vlag aan de gevel.Leeuwarder Courant, 13 april 1881.
De vlag werd daarmee niet ineens gemeengoed. Waling Dykstra (1821-1914) vertelt weliswaar dat de oude ijsbaan van Leeuwarden vóór 1886 gewoonlijk werd versierd met ruim veertig hoge staken, waaraan "vaderlandsche, Oud-friesche en Leeuwarder vlaggen" werden opgehangen.Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven van vroeger en later, dl. 1, p. 345. De redactie van het Heerenveensche Advertentieblad stelde daarentegen nog jaren later: "Wij zijn die vlag nimmer tegen gekomen, of het moest op onze ijsbanen zijn. Daar hebben we wel eens vlaggen zien wapperen, als de Friesche aangeduid, maar vermoedelijk gefantaseerd!"
Omstreeks 1890 raakte de nieuwe Friese vlag algemeen bekend. Een commissie die in 1956 in opdracht van de Fryske Akademy onderzoek deed naar de oorsprong van de Friese vlag begint haar verhaal met een ingezonden stuk van de bekende Friese propagandist Sjouke de Zee (1867-1954). Deze stelde dat zijn firma De Leeuw & De Zee te Irnsum in 1895 de eerste Friese vlaggen had vervaardigd. Dit op basis van illustraties in "het geschiedenisboek van Winsemius en Schotanus".Vgl. Nieuwsblad van Friesland: Hepkema's courant, 11 oktober 1902. Historie van Irnsum: Sjouke de Zee (1867-1954), een man met een missie (geraadpleegd 24 september 2018) (gearchiveerd) Deze bewering is gemakkelijk te weerleggen. Kranten berichtten al in 1891 dat de Oud-Friesche vlag met hare schuine blauwe en witte banen en roode pompelbladen niet alleen werd gehesen bij tentoonstellingen, harddraverijen en jubilea, maar ook bij politieke bijeenkomsten. Later kwamen daar nog kaatspartijen, zeilwedstrijden, kermissen en andere evenementen bij. Op een meeting van de Nederlandsche Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht op 1 mei 1891 te Leeuwarden wapperde behalve de nationale ook de Friese vlag. Het jaar daarop kreeg prinses Wilhelmina een portefeuille aangeboden met daarop eveneens de oud-Friesche vlag.Het nieuws van den dag: kleine courant, 7 januari 1891. Idem, 17 augustus 1891. Recht voor Allen, 5 mei 1891. Leeuwarder Courant, 19 februari 1892. Idem, 30 juni 1892. Vgl. Jacob Tjebbes Hepkema, Eenvoudige memories en bemerkingen, langs straten en wegen voor landgenoot en vreemdeling, dl. 1, 1894, p. 450 over "de huidige Friesche vlag". Bij het jubileum van het Frysk Selskip op 5 september 1894 was de zaal van 'De Harmonie' in Leeuwarden opnieuw getooid met "de oude friesche vlag met schuinsche banen en als tooisel de plompebladen".Hugo Suringar, 'Uit het Noorden des Lands', in: Nederland. Verzameling van oorspronkelijke bijdragen door Nederlandsche letterkundigen 1 (1895), p. 3-23, hier p. 3. Volgens het socialistisch weekblad Recht voor Allen werd er vooral handel gedreven in provincialisme. In een parodie werd 't provinciaal knutselen daarom in 1893 op de hak genomen: