Karl Eberhard Schöngarth (Leipzig, 22 april 1903 – Hamelen, 16 mei 1946) was een Duitse SS-generaal, jurist, nationaalsocialist en bevelhebber van de Sicherheitspolizei en de Sicherheitsdienst (SD) in het bezette Polen en later in Nederland, die veroordeeld en geëxecuteerd is wegens oorlogsmisdaden.

Biografie Vroege carrière en politieke oriëntatie Schöngarth was de zoon van een bierbrouwer. In 1920 deed hij naar eigen zeggen mee aan de Kapp-putsch, een mislukte staatsgreep. Van 1922 tot 1924 was hij lid van de Sturmabteilung (SA). In 1924 begon hij aan de studie rechtsgeleerdheid, die hij in 1929 afrondde met een doctoraat. Het bijbehorende proefschrift behandelde een onderwerp uit het arbeidsrecht. Hij werkte aanvankelijk als jurist voor de Pruisische overheid, maar in 1935 kreeg hij een positie bij de Gestapo en spoedig daarna bij de Sicherheitsdienst (SD). In ieder geval vanaf 1936 was hij lid van de SS en (opnieuw) van de NSDAP.Dienstaltersliste der Schutzstaffel der NSDAP, zie gescande afbeelding Hij nam in 1940 deel aan de Slag om Frankrijk als reserve-luitenant van de Luftwaffe. Spoedig daarna volgde benoeming tot luitenant-kolonel van politie.

Generaal-gouvernement: hoofd van Sicherheitspolizei en SD, leider van Einsatzgruppe, Wannseeconferentie Van begin 1941 tot midden 1943 bekleedde Schöngarth het ambt van Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des SD in bezet Polen (Generaal-Gouvernement). In 1941 leidde hij een Einsatzkommando zur besonderen Verfügung (onderdeel van de zogeheten Einsatzgruppen) waarmee hij in juli 1941 aankwam in Lemberg (het huidige Lviv, Pools: Lwów). Deze groep was verantwoordelijk voor de moord op zeker 20 professoren en anderen van de universiteit van Lemberg, waarschijnlijk in het kader van een nazicampagne om de Joodse en Poolse intellectuele elite uit te roeien.Dieter Pohl, Hans Krueger and the Murder of the Jews in the Stanislawow Region (Galicia), Shoah Resource Center, Yad Vashem, p. 5 De Nederlandse zakenman Pieter Menten was hem hierbij behulpzaam.Schenk 2007: 135-141 Daarnaast werden vele Joodse burgers vermoord. Het totaal aantal slachtoffers dat in Galicië onder het bevel van Schöngarth is vermoord, loopt in de duizenden.Schenk 2007: 98, geciteerd in Löschke 2017

In het Generaal-gouvernement was een machtsstrijd gaande tussen aan de ene kant Reichsführer SS Heinrich Himmler en zijn vertegenwoordiger en vertrouweling Friedrich-Wilhelm Krüger (Höhere SS- und Polizeiführer) en aan de andere kant gouverneur-generaal Hans Frank. Deze animositeit was een van de redenen dat Reinhard Heydrich, hoofd van het Reichssicherheitshauptamt (RSHA), niet Krüger maar Schöngarth op de Wannseeconferentie uitnodigde als vertegenwoordiger van het Generaal-gouvernement, samen met Josef Bühler als afgevaardigde van Frank.

Overplaatsing naar Waffen-SS Dezelfde machtsstrijd en Schöngarths vriendschappelijke relatie met Menten (die ervan verdacht werd flink te profiteren van dubieuze transacties met geroofde kunst) leidden er uiteindelijk toe dat hij in ongenade viel bij Himmler en werd ontslagen als hoofd van de Sicherheitspolizei en de SD. Hij werd overgeplaatst naar de Waffen-SS. Aanvankelijk werd hij ingedeeld bij een reserveregiment van de luchtafweer bij München, en enige tijd later werd hij aan het hoofd gesteld van een infanteriecompagnie in Noord-Griekenland. De compagnie was onderdeel van de 4. SS-Polizei-Panzergrenadier-Division, die zich in Noord-Griekenland en in Joegoslavië bezighield met de bestrijding van 'partizanen'.

Hoofd van Sicherheitspolizei en SD in Nederland In juni 1944 kreeg Schöngarth opnieuw een functie in het politie-apparaat van het RSHA: hij werd bevelhebber van de Sicherheitspolizei en SD in het bezette Nederland, onder de Generalkommissar für das Sicherheitswesen, Hanns Albin Rauter. In Nederland hadden de grote deportaties van de Joden al hun beslag gekregen (juli 1942-september 1943). Op zijn nieuwe standplaats voerde Schöngarth een regime van massale terechtstellingen in als represailles voor daden van het verzet, zoals de moorden op 450 gevangenen van concentratiekamp Vught (augustus-september 1944) en op 263 personen na de aanslag op Hanns Albin Rauter (6 maart 1945).

Na de oorlog Na de Duitse capitulatie werd Schöngarth gearresteerd, berecht en veroordeeld, zij het uiteindelijk alleen voor het bevel tot het doodschieten en begraven van een bemanningslid van een geallieerde bommenwerper in Twente, een duidelijke schending van het oorlogsrecht. Een Britse militaire rechtbank in Burgsteinfurt veroordeelde hem op 11 februari 1946 tot de doodstraf door ophanging, en op 16 mei werd het vonnis voltrokken.Executiebevel voor 'Eberhard Schoengarth', afbeelding 35 in Robin O'Neil, Jewish Genocide in Galicia, p. 265, online te raadplegen op Schöngarths deelname aan de Wannseeconferentie en zijn wandaden in het Generaal-gouvernement speelden geen rol van betekenis in die rechtszaak, en zijn represaillemaatregelen in Nederland kwamen wel aan de orde maar waren geen cruciaal onderdeel.

Familie Op 16 maart 1935 trouwde Schöngarth met lerares Dorothea Gross (geboren 9 oktober 1900 in Mainz). Het echtpaar kreeg twee zonen.

Carrière Schöngarth bekleedde verschillende rangen in zowel de Allgemeine-SS als Waffen-SS. De volgende tabel laat zien dat de bevorderingen niet synchroon liepen. Datums Vrijkorps Thüringen Sturmabteilung Staatsdienst Allgemeine-SS Luftwaffe Politie Waffen-SS 1919Schulz 2011, p.96. Zeitfreiwilliger 5 november 1922Schulz 2011, p.94. SA-Mann Augustus 1928 Gerichtsreferendar 6 juni 1932 Gerichtsassessor 1 maart 1933 SS-Anwärter 1933 SS-Rottenführer 1 november 1933 Postassessor 12 maart 1934 SS-Scharführer 15 oktober 1934(Naamsverandering van de vorige rang van Scharführer) SS-Unterscharführer 15 juli 1935 SS-Scharführer 1936 Regierungsrat 9 november 1936Dienstaltersliste der Schutzstaffel der NSDAP van 01.12.1936. p.230. Geraadpleegd op 26 februari 2024.Yerger 1997, p.87. SS-Untersturmführer 19 juli 1937 Gefreiter der Reserve und Reserve-Offizier-Anwärter 30 januari 1938 SS-Obersturmführer 20 april 1938 SS-Hauptsturmführer 1 augustus 1938 SS-Sturmbannführer 1 augustus 1939 Oberregierungsrat 10 september 1939 SS-Obersturmbannführer Herfst 1939 Leutnant der Reserve 1 januari 1940 SS-Standartenführer 30 januari 1941 Oberst der Polizei Februari 1941(met ingang van 30 januari 1941Dienstalterslister der Schutzstaffel der NSDAP. Stand vom 30. Januar 1942. p.24.) SS-Oberführer 25 januari 1943 Generalmajor der Polizei 30 januari 1943Dienstalterliste der Schutzstaffel der NSDAP. Stand vom 30. Januar 1944. p.19. SS-Brigadeführer 16 september 1943(met oorkonde van 25 september 1943) SS-Untersturmführer der Reserve (W-SS) 29 september 1943(met ingang van 1 oktober 1943) SS-Obersturmführer der Reserve (W-SS)

Lidmaatschapsnummers NSDAP-nr.: 43 870 (lid geworden 5 november 1922, hernieuwd lid 1 mei 1933 met nummer: 2 848 857) SS-nr.: 67 174 (lid geworden 1 maart 1933Schulz 2011, p.97.)

Onderscheidingen Kruis voor Oorlogsverdienste, 1e Klasse (30 januari 1942Schulz 2011, p.95.) en 2e Klasse met Zwaarden Ehrenwinkel der Alten Kämpfer Ehrendegen des Reichsführers-SS in 1939 SS-Ehrenring Julleuchter der SS in december 1936 Dienstonderscheiding van de Politie, 3e Klasse

Bibliografie Olaf Löschke, Eberhard Schöngarth, in: Hans-Christian Jasch, Christoph Kreutzmüller (red.), The Participants: Men of the Wannsee Conference, Berghahn, New York, 2017 Dieter Schenk, Der Lemberger Professorenmord und der Holocaust in Ostgalizien. Verlag J. H. W. Dietz Nachf., Bonn, 2007.

Externe link Holocaust Research Project: Karl Eberhard Schöngarth

Categorie:Duits persoon in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Holocaustpleger Categorie:Geëxecuteerd NSDAP-lid Categorie:SS-lid Categorie:Duits generaal Categorie:Duits krijgsgevangene