thumb|Een Boeddhabeeld (Buddharupa) op Lantau-eiland in de stad Hongkong Het boeddhisme is een levensbeschouwelijke en religieuzeBuddhism, a concise introduction, H. Smith, P. Novak, 2003, HarperCollins, Buddhism (World Religions), M.B. Wangu, 2009, Infobase Publishing, stroming die ontstond uit de leer die volgens de overlevering werd gesticht door Gautama Boeddha, de historische Boeddha, die volgens de overlevering in de 6e en 5e eeuw v.Chr. in het noorden van India leefde. Boeddhisme ontstond uit lokale religieuze tradities en in interactie met ritualistische en ascetische stromingen binnen het brahmanisme, een van de voorlopers van het huidige hindoeïsme. Boeddhisten geloven dat men bevrijd kan worden uit de cirkel van wedergeboortes door het volgen van de door de Boeddha onderwezen middenweg. De belangrijkste aspecten van deze middenweg zijn het uitbannen van alle materiële verlangens, het zich ethisch gedragen, en het ontwikkelen van de geest. Hoewel het in India zelf geleidelijk verdwenen is, heeft het boeddhisme zich over andere delen van Azië verspreid. Het heeft een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van Zuidoost- en Oost-Azië en op de ontwikkeling van de cultuur en samenleving in die gebieden. Recenter heeft het in het Westen (Europa, Noord-Amerika) aanhang gevonden. Het boeddhisme telt wereldwijd ongeveer 415 miljoen aanhangers.

Ontstaan van het boeddhisme

Het boeddhisme is ontstaan in India in de vijfde eeuw v.Chr. In die tijd was het brahmanisme dominant in de westelijke Gangesdelta van Noord-India, waarin het strikt naleven van rituelen centraal stond. De Sramanabewegingen ontstonden in het oostelijk deel van de Ganges, waar het Brahmanisme niet domineerde, (2008): Greater Magadha en streefden naar individuele verlossing uit de beheersing door negatieve emoties.Keay (2013): India. A History Het boeddhisme was een van de stromingen die uit de sramana ontstonden, naast onder andere het jaïnisme en de leer van de Upanishads.

Biografie van de Boeddha

Afgaande op de boeddhistische overlevering leefde Gautama Boeddha, geboren als Siddhartha Gautama, van circa 450 tot circa 370 v.Chr. in het gebied dat tegenwoordig in het noorden van India en Nepal valt. Door moderne geleerden wordt ook ca. 480-400 v.Chr. gesuggereerd. Gautama Boeddha zou tachtig jaar oud zijn geworden.Dessein, B. en A. Heirmann, (1999): Boeddha. Zijn leer en zijn gemeenschap, Academia Press

In de Tripitaka staat geen complete biografie van Gautama Boeddha. Wel staan er her en der korte teksten in de Tripitaka die iets vertellen over het leven van de Boeddha.Uit het leven van de boeddha Pas in de 1e of 2e eeuw werd de Buddhacarita (Handelingen van de Boeddha) geschreven door Ashvagosa. (1987): The Buddhist handbook. A Complete Guide to Buddhist Teaching and Practice, Century Paperbacks

Volgens enkele werken zou zijn vader koning Suddhodhana zijn geweest en zijn moeder koningin Maya. (2013): The Life of Buddha, Routledge, p. 16–29 Dit lijkt echter onwaarschijnlijk, aangezien hij werd geboren in Shakya, een kleine gana-sangha of tribale oligarchie, waar geen koningen waren.

Volgens vroege boeddhistische werken zou hij getrouwd zijn met Yasodhara met wie hij een zoon zou hebben gekregen, Rahula. Volgens de traditie verliet Siddhartha op een dag het paleis om een tochtje te gaan maken. Tijdens dat uitstapje zag hij vier mannen: een oude man, een zieke man, een dode man en een asceet, die zelf niets bezat, maar leefde van voedsel en geld dat hem geschonken werd. Niettemin zag hij er gelukkig uit. Siddhartha zag plotseling dat niets in het leven bestendig is, en besloot het voorbeeld van de asceet te volgen. Hij vertrok diezelfde avond nog uit het paleis, om de verlossing uit het lijden en de kringloop van het bestaan te vinden.

Hij sloot zich aan bij vijf asceten die zich in de wildernis hadden afgezonderd. Ze volgden een strenge ascese, in de hoop zo de verlossing uit het lijden te bereiken. Siddharta volgde hun voorbeeld, en gaf zich over aan de extreemste vormen van ascese. Zes jaar later, toen hij bijna doodging van de honger, zag hij in dat dit niet de juiste manier was om de verlossing te bereiken. Hij trok daarom verder, en nam voedsel aan om weer op krachten te komen. Hij herinnerde zich hoe hij als kind in een staat van samadhi was geraakt toen hij een keer naar het ploegen van zijn vader had zitten kijken. Toen hij weer op krachten was besloot hij onder een boom te mediteren, en er niet onder vandaan te komen voordat hij de verlossing had bereikt. Op de negenenveertigste dag kreeg hij inzicht in zijn vorige levens, en zekerheid over de oorzaken van het lijden van de mens en hoe dat lijden kan worden weggenomen. Hierdoor was hij een ontwaakt persoon, de Boeddha.

De rest van zijn leven trok hij door India, onderwijzend wat hij had geleerd. Zijn eerste volgelingen waren de vijf asceten.Dhamma Cakka Ppavattana Sutta: Het in beweging zetten van het Wiel der Wet Ook zijn familie nam zijn leer aan, en zijn tante werd de eerste boeddhistische non.

Op tachtigjarige leeftijd wist hij dat hij zou sterven. Ook zou hij niet opnieuw worden geboren, zelfs niet in de hemel, omdat hij nu verlicht was en nu voor altijd in het pari-nibbana opging. Toen men hem vroeg wie hem op moest volgen, vertelde hij dat er geen opvolger moest komen, maar dat zijn lessen bewaard moeten blijven.

De boeddhistische leer

De oorspronkelijke naam van het boeddhisme is Boeddha-sasana, wat de leer van de Boeddha betekent.Buddha Sasana De kern van deze leer is het inzicht in het menselijk lijden en de weg om dit lijden op te heffen.

De boeddhistische leer is in de loop der eeuwen steeds verder uitgebreid. De basis wordt beschreven in de Tripitaka, de uitspraken van de Boeddha. Deze uitspraken bevatten veel rijtjes met kernwoorden, waardoor de essentie van de boeddhistische leer makkelijk te onthouden en over te dragen is. Maar in tegenstelling tot de westerse manier van kennis-representatie vormen deze rijtjes geen opeenvolgend geheel. Een term uit het ene rijtje kan verwijzen naar een ander rijtje, waarin een term staat dat het eerste rijtje weer samenvat. Dit kan verwarrend zijn voor westerse lezers. Waar het om gaat is dat boeddhistische leerstellingen worden toegepast in het eigen leven, en zo betekenis krijgen.

De basis van het boeddhisme, die is terug te vinden in het theravada-boeddhisme, handelt over het lijden (dukkha in het Sanskriet), en hoe we er definitief van bevrijd kunnen worden. De Vier Nobele Waarheden beschrijven het inzicht in het lijden en de mogelijkheid van verlossing. Het edele achtvoudige pad beschrijft de middenweg waardoor verlossing van het lijden mogelijk is. Betreding van dit pad gebeurt door de toevlucht tot het drievoudig juweel.

In principe worden al onze schadelijke gedachten en emoties (hechting, woede, trots) veroorzaakt door een onjuist begrip van de werkelijkheid. Door het vasthouden aan deze gedachten en emoties verlangen we naar het voortbestaan van onszelf, waardoor wedergeboorte plaatsvindt. In wat voor vorm we worden wedergeboren wordt bepaald door ons karma, de effecten van ons handelen.

Het mahayana-boeddhisme voegde een aantal essentiële leerstellingen toe aan de boeddhistische leer. Een juist begrip van hoe de werkelijkheid bestaat (wijsheid van de leegte) is essentieel in het boeddhisme om een einde te kunnen maken aan de cyclus van wedergeboorte en het lijden dat daarbij hoort. De zes (of tien) perfecties beschrijven een aantal perfecties waar de arahat naar moet streven om volmaakt te worden.

De vier edele of nobele waarheden De vier nobele waarheden beschrijven het lijden, de oorzaak hiervan, de mogelijkheid om er van verlost te worden, en de weg om deze verlossing te bereiken. Deze waarheden worden soms ook geformuleerd in termen van de aanwezigheid van geluk, haar oorzaak, de afwezigheid ervan en de oorzaak van deze afwezigheid.

De vier nobele waarheden in de klassieke definitie zijn: Er is lijden en ontevredenheid in het leven Er is een oorzaak voor dit lijden: verlangens Er is een einde aan dit lijden mogelijk En er is een weg die hiernaartoe leidt: Het Achtvoudige Pad.

De begrippen 'lijden' en 'verlangen' hebben in het westen een concrete betekenis. Bij lijden denken we aan zaken als ziekte, verlies, wanhoop. Met verlangen bedoelen we over het algemeen het verlangen naar concrete zaken, zoals een groter huis, veel geld of macht en aanzien. In het boeddhisme hebben deze begrippen een bredere en subtielere betekenis. Lijden, dukkha, betekent dat het leven onvolmaakt is. Het is alsof je de hele tijd met een steentje in je schoen loopt, en dat steentje wil maar niet verdwijnen. Dit leidt tot tanha, dorst, het verlangen dat de zaken anders zijn dan ze zijn: Als ik nou een groter huis / een betere baan / een leukere partner / rustigere kinderen / liefdevollere ouders had, dan zou het leven volmaakt zijn.

Een tekstkritische interpretatie wordt gegeven door David Brazier: (2001): Zonder gruis geen parels, Asoka Dukkha: het bestaan is onvolmaakt, het is als een wagenwiel dat niet recht in de as zit; Samudhaya: tegelijkertijd met het ervaren van dukkha, anatta en acitta komt tanha op, dorst: het verlangen dat de werkelijkheid anders is dan deze lijkt. Mensen blijven gevangen in dit verlangen door de werkelijkheid niet te zien zoals ze is, namelijk onvolmaakt en veranderlijk; Nirodha: het verlangen dat de werkelijkheid anders is dan ze is, kan ingedamd en begrensd worden, de werkelijkheid zien zoals ze is, waardoor het lijden aan de onvolmaaktheid ingedamd wordt; Marga: dit indammen kan door het volgen van het achtvoudige Pad.

Het achtvoudige pad Het edele achtvoudige pad bestaat uit: Juist (zuiver) begrijpen (van de oorzaken van het lijden en de oplossing hiervan) Juiste intenties (streven naar verlichting ten behoeve van alle levende wezens) Juist spreken (niet kwaadspreken en liegen) Juiste handelingen (niet doden, niet stelen, geen misbruik van zintuiglijke genoegens, niet liegen, geen alcohol en drugs). Men kan ook de acht voorschriften, de tien voorschriften of de geloften (patimokkha) voor monniken of nonnen naleven. Juist levensonderhoud (beroep) (geen beroep dat anderen kwaad doet) Juiste inspanning (streven naar de juiste gedachten en geestestoestand) Juiste aandacht (vipassana) Juiste mentale absorptie (samadhi (meditatie)).

Het achtvoudige pad wordt vaak ook kort omschreven als prajna (inzicht, wijsheid), sila (moraliteit, ethisch goed gedrag), en samadhi (meditatie). Het achtvoudige pad wordt gezien als een pad naar de verlichting, maar veroorzaakt niet de verlichting, net zoals een pad naar de berg kan leiden, maar deze berg niet veroorzaakt.

De leer van de middenweg benadrukt het vermijden van de twee extremen van het nastreven van sensueel geluk in sensueel plezier en het nastreven van zelfkwelling of zelfkastijding. Deze twee extremen zijn volgens de leer van de middenweg onvoordelig en leiden niet tot inzicht, nirwana en de verlossing uit de kringloop van wedergeboorte. De middenweg bestaat uit het achtvoudige pad, en heeft betrekking op de vier nobele waarheden. Wie de middenweg tot het einde volgt, bereikt het nirwana.

Verlossing uit de kringloop van wedergeboorte ontstaat door inzicht in de werking van oorzaak en gevolg, in het ontstaan van gehechtheden en in de beheersing van de geest waardoor er geen gehechtheden en karma kunnen ontstaan. Door beheersing van de geest gaat men nirwana binnen, de staat van uitdoving. Of nirwana eeuwig en dus de fundamentele werkelijkheid vormt, of dat hier geen uitspraken over kunnen worden gedaan, is een nog steeds voortdurend punt van debat tussen de Yogacara en de Madhyamaka.