De blauwe vinvis (Balaenoptera musculus) is een baleinwalvis uit de familie van de vinvissen (Balaenopteridae). De blauwe vinvis is het grootste dier dat op aarde leeft en wordt gemiddeld ongeveer 26 tot 30 meter lang en kan 150 tot 170 ton zwaar worden.

De blauwe vinvis komt voor in alle wereldzeeën. Het is een soort die leeft op open zee. De meeste exemplaren leggen trektochten af van duizenden kilometers, van de voedselgebieden rond de polen naar de voortplantingsgebieden rond de evenaar. Het gedrag van de blauwe vinvis is nog deels onbekend, omdat het dier lastig te bestuderen is.

De blauwe vinvis is net als alle walvissen een predator. Ondanks het reusachtige lichaam leeft de vinvis vrijwel uitsluitend van kleine kreeftachtigen die nog geen tien centimeter lang worden.

De volwassen exemplaren zijn zo groot dat ze geen natuurlijke vijanden hebben. De mens heeft de vinvis sinds het einde van de negentiende eeuw echter op grote schaal bejaagd om het vlees en het vet. In 1966 werd de jacht op de blauwe vinvis verboden. Er was toen minder dan 1 procent van de oorspronkelijke populatie over. Volgens schattingen gepubliceerd door de IUCN bedraagt de wereldwijde populatiegrootte minder dan 25.000 exemplaren, maar neemt het aantal dieren wel toe.

Naamgeving Het eerste deel van de Nederlandstalige naam blauwe vinvis slaat op de overwegend blauwgrijze lichaamskleur; alleen de buikzijde is lichter tot wit. De naam 'vinvis' slaat op de vin op de achterzijde van de rug. Ook andere walvissen met een duidelijke vin, zoals de dwergvinvis, worden zo genoemd.

In andere talen wordt een vergelijkbare naam gebruikt, zoals in het Engelse blue whale. Die naam zou zijn afgeleid van het Noorse "blåhval", wat ook blauwe walvis betekent. In het Engels wordt ook de naam sulphur bottom gebruikt, dat 'zwavelbuik' betekent. Deze naam slaat op de buik, die weliswaar witachtig is maar bij veel exemplaren geel gekleurd wordt door aangroei van diatomeeën (kiezelwieren).: 204

De wetenschappelijke naam van de blauwe vinvis werd als Balaena musculus in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus. (1758). Systema naturae ed. 10: 76 Door Bernard Germain de Lacépède werd de soort in 1804 als Balaenoptera jubartes in het geslacht Balaenoptera geplaatst. (1804). Histoire naturelle des cétacées: 114 en 120 In oude literatuur kan men ook de combinatie van de naam met Sibbaldius 1864 nog wel tegenkomen, (1864). On the Cetacea which have been observed in the seas surrounding the British Islands. Proceedings of the Zoological Society of London 1864: 223; Gray plaatste de soort als Sibbaldus borealis, een onnodige hernoeming van musculus, in het geslacht Sibbaldus (in 1865 door William Henry Flower en ook door hemzelf gecorrigeerd tot Sibbaldius). en als de soort als enige in een apart geslacht wordt geplaatst, is Sibbald(i)us musculus de correcte naam. Er zijn echter vrijwel geen moderne auteurs die dit doen. De soortnaam musculus werd door Linnaeus met een hoofdletter geschreven, en is een zelfstandig naamwoord, dat dus niet verbogen wordt. De klassieke betekenis van dit Latijnse woord is "kleine muis"; de postklassieke betekenis is "spier".

Verspreiding en habitat De blauwe vinvis leeft in alle wereldzeeën met uitzondering van de Noordelijke IJszee. De dieren leven op volle zee (pelagisch), maar blijven aan de oppervlakte, omdat hun voedsel zich daar ook bevindt. 's Zomers bevinden ze zich aan de rand van het pakijs, 's winters meer in subtropische wateren. De gebieden waar ze zich bevinden zijn onder andere de Indische Oceaan en de open wateren van de Grote Oceaan. In de winter zijn ze ook te vinden in de Golf van Californië en in de wateren rond Sri Lanka.

In sommige kleinere zeeën komt de soort niet voor, zoals de Middellandse Zee, de Beringzee en in Zee van Ochotsk. In sommige delen van het oorspronkelijke verspreidingsgebied komt de blauwe vinvis tegenwoordig niet meer voor door de intensieve walvisjacht van vroeger. Een voorbeeld is het water tussen zuidelijk Japan en het Koreaans Schiereiland, waar de blauwe vinvis al lange tijd niet meer is gezien.

De meeste dieren trekken van hun zomerse voedselplaatsen rond de polen naar de evenaar gedurende de winter. Niet alle exemplaren vertonen echter trekgedrag. Er worden afhankelijk van de bron drie of vier ondersoorten erkend, die zowel verschillen in het verspreidingsgebied als in uiterlijke kenmerken. Zie ook onder het kopje ondersoorten.

In de Noordzee komen normaal gesproken geen blauwe vinvissen voor, maar heel af en toe wordt een verdwaald exemplaar aangetroffen of strandt er een op de kust. In Nederland zijn sinds de zestiende eeuw twee gevallen van aangespoelde exemplaren bekend. Op 1 maart 1594 spoelde een exemplaar aan op het strand van Cadzand en een 24 meter lang exemplaar spoelde op 21 oktober 1840 aan op het eiland Rozenburg. Andere walvissen spoelen vaker aan, zoals de dwergvinvis (34 exemplaren sinds 1860) en de gewone vinvis (37 sinds 1306).

Uiterlijke kenmerken thumb|left|Lichaamsdelen van de blauwe vinvis, rechtsonder is een duiker weergegeven ter vergelijking. Legenda De blauwe vinvis kan een totale lichaamslengte bereiken van meer dan 30 meter en dergelijke exemplaren hebben een gewicht van rond de 170 ton. Dit maakt hen de grootste dieren die, voor zover bekend, ooit op aarde geleefd hebben.

Kop De lengte van de kop bedraagt minder dan een kwart van de totale lichaamslengte. De ogen zijn klein en de blauwe vinvis heeft een slecht zicht. Ook het reukvermogen is waarschijnlijk slecht ontwikkeld. Van alle vinvissen heeft de blauwe vinvis de breedste bovenkaken. De snuitpunt van de blauwe vinvis is zeer stomp in vergelijking met die van andere vinvissen. Boven op de kop zijn de aangepaste neusgaten gelegen, deze worden de spuitgaten genoemd. Aan de voorzijde van het spuitgat is een duidelijke opstaande kiel aanwezig die loopt van het spuitgat tot de voorzijde van de snuit. Deze opstaande rand dient als spatscherm om te voorkomen dat zeewater in de neusgaten terechtkomt als de vinvis ademhaalt. De spuitgaten dienen om lucht in- en uit de longen te brengen, dit gaat erg snel en gaat gepaard met veel kracht. Bij het uitademen ontstaat een waterzuil die bijna tien meter hoog kan worden, dit is veel hoger dan de adem'fonteinen' van andere walvissen.

Aan de onderzijde van de keel zijn duidelijke groeven aanwezig die dienen om de flexibiliteit van de huid sterk te verhogen. Deze plooistructuren worden de keelgroeven genoemd, de groeven lopen van de kin tot net voor de navel. De blauwe vinvis heeft ongeveer 50 tot 90 van dergelijke groeven, andere soorten walvissen hebben aanzienlijk minder groeven. De grijze walvis (Eschrichtius robustus) heeft er twee of vier en de bultrug (Megaptera novaeangliae) heeft er gemiddeld 22. (1984) Door het grote aantal groeven is de blauwe vinvis in staat om zijn mondinhoud zeer sterk te vergroten. Een blauwe vinvis die zijn bek openspert ziet er van bovenaf uit als een gigantisch kikkervisje.

In de mondholte zijn aan weerszijden van de kop rijen bruin tot zwart gekleurde platen gelegen die de baleinen worden genoemd. Baleinen zijn langwerpige platte structuren die bestaan uit chitine en niet voornamelijk uit calcium, zoals de tanden van veel andere walvisachtigen. Aan de randen van de baleinen zijn vele fijne haartjes aanwezig. Het geheel dient als een biologisch filter. De blauwe vinvis heeft ongeveer 260 tot 400 baleinen aan iedere zijde van de mond. Tijdens het eten wordt een grote hoeveelheid water in de mondholte gebracht die vervolgens langs de baleinen weer naar buiten wordt geperst. Kleine waterdiertjes blijven in de baleinen hangen en worden vervolgens doorgeslikt.

Lichaam thumb|Levensgroot model van een blauwe vinvis in het American Museum of Natural History, New York thumb|Schedel De mannetjes worden gemiddeld 25 meter lang. De vrouwtjes worden groter, gemiddeld 27 meter. Het allerlangste exemplaar dat ooit is gemeten mat 33,85 meter en werd gevangen bij de kust van Grytviken op het eiland Zuid-Georgia.

Het gemiddelde lichaamsgewicht is 100 tot 120 ton. Het zwaarste exemplaar waarbij het gewicht daadwerkelijk is vastgesteld had een gewicht van 190 ton. Om een idee van de grootte te hebben: de vinvis kan bijna net zo zwaar worden als een Boeing 747, de tong alleen al is net zo groot als een olifant en weegt ongeveer 2 ton. Het hart kan tot 900 kilo zwaar zijn en heeft een omvang die vergelijkbaar is met een kleine auto; de aorta is voor mensen breed genoeg om in te zwemmen. De blauwe vinvis kan overleven met een extreem lage hartslag van 2 slagen per minuut.A blue whale's heartbeat has been recorded for the first time - and the results are fascinatingA Blue Whale Had His Heartbeat Taken for the First Time Ever — And Scientists Are ShockedExtreme bradycardia and tachycardia in the world’s largest animal

De lichaamskleur is voornamelijk grijsblauw; doorgaans een wat donkerder gekleurd bovenlichaam en een lichter gekleurd onderlichaam. Aan de bovenzijde van het lijf zijn vaak kleine lichte vlekjes aanwezig, vooral aan de voorzijde van het lichaam. Doordat het patroon van de vlekjes bij ieder dier uniek is, zoals een vingerafdrukken bij mensen, kunnen de verschillende exemplaren uit elkaar gehouden worden. De buikzijde kan begroeid zijn met kleine diertjes en heeft hierdoor een afwijkende gele kleur.De huid is relatief glad, bij de blauwe vinvis worden relatief weinig huidparasieten gevonden.

Het gewicht van een blauwe vinvis kan sterk wisselen met het seizoen. In de warme tijd eten ze zich helemaal vol in de koude wateren bij de polen. Vier maanden lang slokken ze enorme hoeveelheden kleine kreeftjes op: soms wel 4000 kilogram per dag. Zo bouwen ze een flinke speklaag op waar ze de rest van het jaar op kunnen teren. Aan het einde van de zomer trekken ze naar warmere wateren, waar de vrouwtjes hun kalveren krijgen. Ze eten dan helemaal niets meer, maar voeden wel hun kalf. In de zeven maanden durende zoogperiode kan een vrouwtje maar liefst een kwart van haar lichaamsgewicht (ongeveer 25 ton) verliezen. Haar kalf weegt bij geboorte zo'n 2 ton. Een dier van een dergelijke grootte kan uitsluitend in water leven, tenzij het beschikt over zeer grote en sterke botten. De blauwe vinvis heeft echter relatief dunne botten, zodat het lichaam op het land onder het eigen gewicht zou bezwijken en het dier uiteindelijk zou stikken.

Net als bij alle walvissen zijn de poten omgevormd tot vinnen en is de staart veranderd in een dubbele vin. Ten slotte heeft de blauwe vinvis ook nog een dorsale vin, die de rugvin wordt genoemd. Deze vin is betrekkelijk kort in vergelijking met andere vinvissen en bereikt een lengte van ongeveer 35 centimeter.

Levenswijze thumb|Een blauwe vinvis spuit een ademnevel uit de neusgaten De blauwe vinvis kan net als andere walvissen geluiden maken die dienen om te communiceren. De vinvis kan grote afstanden afleggen van voedsel- naar paargebied. Op het menu staan kleine kreeftachtigen. De blauwe vinvis krijgt meestal één kalf per keer en plant zich niet ieder jaar voort.

Zwemgedrag Ondanks de reusachtige afmetingen heeft de blauwe vinvis een elegant voorkomen. De normale kruissnelheid ligt rond de 22 kilometer per uur, maar op topsnelheid kan ongeveer 40 tot 50 kilometer per uur worden bereikt. De diepte waarop de blauwe vinvis leeft varieert. Bij normaal foerageergedrag blijft hij minder dan 100 meter onder het zeeoppervlak. Van exemplaren die geharpoeneerd waren is bekend dat ze tot 500 meter diep kunnen duiken om te ontkomen. De blauwe vinvis duikt meestal 10 minuten onder water bij het jagen op krill, maar duiken van 20 minuten zijn niet zeldzaam. De maximale geregistreerde duiktijd is 36 minuten. Tussen het duiken door wordt acht tot vijftien keer geademd.