Rembrandt Harmenszoon van Rijn (Leiden, 15 juli 1606/1607 – Amsterdam, 4 oktober 1669) was een Nederlandse kunstschilder, etser en tekenaar. Hij geldt algemeen als een van de grootste schilders en etsers in de Europese kunst, en als de belangrijkste Hollandse meester van de 17e eeuw. Hij vervaardigde in totaal ongeveer driehonderd schilderijen, driehonderd etsen en tweeduizend tekeningen. Zijn werk behoort tot de barok en is zichtbaar beïnvloed door het caravaggisme, alhoewel hij nooit in Italië is geweest. Zijn opmerkelijke beheersing van het spel met licht en donker, waarbij hij vaak scherpe contrasten (clair-obscur) gebruikte om zo de toeschouwer de voorstelling binnen te voeren, leidde tot levendige scènes vol dramatiek.
Het oeuvre van Rembrandt wordt door kunsthistoriciZie Wetering, E. van de, Rembrandt, een biografie In: Wetering, E. van de E.A. Rembrandt, Zoektocht van een genie, 2006, Uitg. Waanders, Zwolle en Corpus of Rembrandt Paintings in vijf periodes ingedeeld, te beginnen met de Leidse periode (1625-1631). Vanaf ongeveer 1629 begint de ontwikkeling als kunstenaar, waarbij Rembrandt met contrasten begint te werken en zijn belangstelling voor de lichtbehandeling, na 1640 treedt een versobering in. In de jaren 1650 zijn penseelstreken duidelijk zichtbaar en de kleuren rijker.
Rembrandt beschouwde zichzelf vooral als een historie- en portretschilder. Hij was een zelfverzekerde manBen Broos, 'Het leven van Rembrandt (1606-1669).' Christopher White e.a., Rembrandt zelf. Waanders Uitgevers, Zwolle, 1999, p. 75 en vervaardigde in alle levensfasen, maar vooral na 1660 door iedereen bewonderde zelfportretten; de honderd geschilderde en twintig geëtste zelfportretten geven een opmerkelijk scherp beeld van zijn uiterlijk en een vermoeden van zijn gevoelens; hij beeldde zichzelf af als de apostel Paulus en zette zichzelf in zijn zelfportret uit 1658 neer als een koning uit het Oosten. Behalve zijn vrouw Saskia Uylenburgh en zijn zoon Titus van Rijn is ook zijn huishoudster/vriendin Hendrickje Stoffels in zijn schilderijen aanwezig; zij hebben gefungeerd als model voor Bijbelse, mythologische of historische figuren.
Levensloop thumb|Portret van Neeltgen Willemsdr. van Zuytbrouck (1569-1640), moeder van Rembrandt van Rijn, 1631 thumb|De brillenverkoper, 1623 of 1624 (een van de vroegste schilderijen van Rembrandt en onderdeel van een serie over de zintuigen), Museum De Lakenhal, Leiden thumb|Den 22 juni zijn int houwelijck bevestigt Rembrant Hermens van Rhijn tot Amsterdam woonende en Saskia van Ulenborgh nu tot Franeker woonachtig (Trouwboek Sint Annaparochie) thumb|Zelfportret (1639) thumb|Zelfportret in oriëntaalse kledij (1631) in het Petit Palais thumb|Christus (ca. 1650) thumb|Portret van Jan Six (1654) thumb|Twee moren (ca. 1661)
Jeugd en leerjaren (1606-1625) Rembrandt Harmenszoon ( Harmensz.) van Rijn werd op 15 juli 1606 of 1607 15 juli 1606 is als geboortedatum vermeld in de eerste biografie, nog tijdens het leven van Rembrandt in 1641, geschreven door stadchroniqueur Jan Jansz Orlers (Zie: Rembrandt Documents 1641/8: Jan Jansz. Orlers, Beschrijvinge der stadt Leyden, 1641, Leiden) Een register met de geboortedatum van Rembrandt is er niet. In de 17de eeuw kenden mensen vaak hun precieze leeftijd niet. Uit documenten waarin Rembrandt zijn leeftijd moest opgeven kunnen ook 1605 en 1607 als geboortejaar afgeleid worden. In: Blom, Onno, De jonge Rembrandt, Een biografie, 2019, De Bezige Bij, pag. 61-62 in Leiden geboren, als het op een na jongste kind van Harmen Gerritszoon ( Gerritsz.) van Rijn (1567/68-1630) en Neeltgen Willemsdochter ( Willemsdr.) van Zuytbrouck (ca. 1568-1640). Zijn vader was molenaar. Zijn moeder was de dochter van een welgestelde bakker. Er bestaat onduidelijkheid over het geboortejaar van Rembrandt doordat in een biografie die nog tijdens zijn leven geschreven is het jaar 1606 vermeld wordt, maar de circa vijf documenten die nu nog beschikbaar zijn, wijzen allemaal op 1607 als geboortejaar. De doopboeken van Leiden zijn behouden vanaf 1621, waardoor deze geen duidelijkheid verschaffen.
Het geboortehuis van Rembrandt stond aan Weddesteeg 25,Het huis is in het begin van de 20e eeuw afgebroken om plaats te maken voor appartementen tegenover de nu verdwenen standerdmolen De Rijn, waarvan zijn vader molenaar en eigenaar was en waar mout werd gemalen voor bierbrouwerijen.Bikker, Jonathan,Rembrandt, biografie van een rebel, hoofdstuk 1606-1631 De familie van zijn vader Harmen was gereformeerd; zijn moeder was en bleef rooms-katholiek. Van Rembrandt is niet bekend of hij lid was van een kerk.Wetering, E. van de, Rembrandt, een biografie, pag. 35, In: Wetering, E. van de E.A. Rembrandt, Zoektocht van een genie, 2006, Uitg. Waanders, Zwolle
De ouders van Rembrandt kregen tien kinderen, van wie er drie jong stierven. Rembrandt had vier oudere broers en twee zusters:Zie lijst van bewoners van het huis in de Weddesteeg in 1622 (broer Adriaen was toen al het huis uit) in: Rembrandt Documents RemDoc 1622/1 Gerrit, de oudste, werkte mee in de molen tot hij, wegens een verwonding aan zijn hand voor 1621, zijn taken niet meer kon uitvoeren Adriaen, de tweede, was eerst schoenmaker en nam van Gerrit het werk in de molen over Machtelt, zijn oudere zus. Zij stierf ongetrouwd in 1625, misschien aan de pest Willem, de derde zoon, was eerst bakkershulp en later korendrager Cornelis Lysbeth, de jongste van het gezin, woonde tot aan haar overlijden in 1655, aan Weddesteeg 25. Zij zou hem later onterven, omdat ze vond dat hij zijn eigen Leidse familie erg had verwaarloosd.Rembrandt Documents RemDoc 1652/6 en Broos, Ben, Saskia, De vrouw van Rembrandt, (2012), WBooks, Zwolle, p. 93
Rembrandt ging naar de plaatselijke Latijnse school, waarschijnlijk vanaf zijn zevende jaar, de gebruikelijke aanvangsleeftijd op deze school, met een aanzienlijk inschrijvingsgeld, bezocht door jongens uit families die het konden betalen. De basis van de educatie waren er de kennis van de Bijbel en Christus, klassieke literatuur en goede manieren, en men leerde er Latijn.Blom, Onno, De jonge Rembrandt, Een biografie, 2019, De Bezige Bij, pag. 61-62 Hendrick Rijverding, een van zijn leraren, gaf hem les in kalligrafie en in schilderen. In zijn biografie uit 1641 vermeldt Orlers dat Rembrandts ouders hem naar die school stuurden als voorbereiding op een wetenschappelijke opleiding aan de universiteit om "eenmaal volwassen, stad en gemeenschap met kennis te dienen en helpen tot voorspoed te brengen"."daer naer te brengen tot de Leytsche Academie/ op dat hy tot zijne Jaeren ghecomen wesende de Stadt ende tgemeene besten met zijn wetenschap zoude mogen dienen ende helpen bevorderen" In: Rembrandt Documents RemDoc 1641/8: Jan Jansz. Orlers, Beschrijvinge der stadt Leyden, 1641, Leiden
In 1620 werd hij, op veertienjarige leeftijd, door zijn ouders ingeschreven aan de universiteit van Leiden als letterenstudent.Rembrandt Documents RemDoc 1620/1 Uit een in 2019 gevonden document blijkt dat de inschrijving aan de universiteit hernieuwd werd in 1622. Hij studeerde dus minstens twee jaar en mogelijk langer aan de universiteit.Rembrandt studeerde langer in Leiden dan gedacht, de Volkskrant, 4 juni 2019 en Schaeps Jef & van Duijn Mart, Rembrandt en de Universiteit Leiden, 2019, Leiden University Press en YouTube video: Document ontdekt over Leidse studietijd Rembrandt Rembrandt kreeg er ook theologie. Daar kan Rembrandt een diepgaande kennis en begrip van Bijbelse en mythische verhalen verworven hebben, die terug te vinden is in zijn schilderijen.Blom, Onno, De jonge Rembrandt, Een biografie, 2019, De Bezige Bij, pag. 105-106
Rembrandt verliet de studie van de letteren. Vermoedelijk vanaf 1622 ging hij in de leer bij de Leidse schilder Jacob van Swanenburgh, een specialist in stadsgezichten en scènes uit de hel. Van wat Rembrandt tijdens zijn leertijd maakte is niets bewaard gebleven. Na de leertijd bij van Swanenburg ging Rembrandt in de leer bij Pieter Lastman in Amsterdam, die een bekend historieschilder was. Al na een half jaar bij Lastman zette Rembrandt zijn eigen werkplaats op in Leiden.Rembrandt Documents RemDoc 1641/8: Jan Jansz. Orlers, Beschrijvinge der stadt Leyden, 1641, Leiden
Leidse jaren (1625-1631) Ergens in 1625 begon Rembrandt voor eigen rekening in Leiden. Zijn vroegste schilderijen vertonen sterk de invloed van Pieter Lastman maar toch anders, volgens de eerste vuistregel die Lastman onderwees, dat 'alles wat je maakt nieuw en anders' moest zijn. Uit dat jaar, 1625, dateert ook zijn vroegst gedateerde schilderij: De steniging van de Heilige Stefanus.
De eerste vermelding van Rembrandt als schilder is te vinden in de Latijnse aantekeningen die Aernout van Buchell in 1628 maakte voor een nooit verschenen schilderboek.Rembrandt documents RemDoc 1628/1: "Molitoris etiam Leidensis filius magni fit, sed ante tempus". In 1630 kocht een neef van Buchell etsen van Rembrandt.Schwartz (1984), p. 52. Een van de eerste Amsterdamse kopers van zijn werk was Johan Huydecoper van Maarsseveen.Schwarz, G. (1987) Rembrandt, p. 134. Zijn faam groeide en op 14 februari 1628 nam Rembrandt Gerrit Dou als zijn eerste leerling aan.
Kunsthandelaar Hendrick Uylenburgh, de buurman van Pieter Lastman in Amsterdam, was mogelijk vanaf 1628 bemiddelaar voor de verkoop van werken van Rembrandt op de Amsterdamse markt.Rembrandt documents RemDoc 1628: De rijke Huydecoper die schuin tegenover Uylenburgh woont noteert dat hij een tronie van Rembrandt kocht. en Blom, Onno, De jonge Rembrandt, Een biografie, 2019, De Bezige Bij, pag. 236
In Leiden stond Rembrandt in nauw contact met zijn vriend, studiegenoot en collega Jan Lievens en ze beïnvloeden elkaar wederzijds. Mogelijk deelden zij rond 1630 een werkplaats.Schwartz (1984), p. 53. In elk geval beschrijft Constantijn Huygens, secretaris van de stadhouder en kunstkenner, hen als een duo, in zijn verslag van een bezoek dat hij omstreeks 1630 aan het atelier gebracht heeft.Zie Rembrandt documents RemDoc 1630/5 en Schwartz (1984), p. 78. Huygens zag Rembrandt in 'trefzekerheid en levendigheid van emoties de meerdere' van Lievens en bewonderde met name Judas geeft de zilveren penningen terug. Hij stond verbaasd dat het duo het zonde van de tijd achtte om een reis naar Italië te maken, waarvoor ze als excuus aanvoerden dat de beste Italiaanse doeken buiten dat land te zien zouden zijn. De twee verspilden geen tijd: 'Het wonderlijkste is nog dat zelfs de onschuldigste genoegens van de jeugd door hen als tijdverlies worden afgedaan.'Constantijn Huygens, Mijn jeugd. Vertaling en toelichting C.L. Heesakkers. Tweede druk, Amsterdam: Em. Querido's Uitgeverij B.V (1994), p. 84-89. In een andere vertaling ook opgenomen in Schwartz (1984), p. 73-77.
In 1631 was Rembrandt bekend om zijn eigen stijl: natuurlijke in plaats van geïdealiseerde figuren, uitbeelding van emoties en het licht-donker-werking. Vooraanstaande Leidse burgers kochten zijn kunst en hij kreeg opdrachten van onder meer Nicolaes Tulp. Kunstkenners als Constantijn Huygens zorgden er voor dat zijn werk terechtkwam in kunstverzamelingen van Frederik Hendrik van Oranje en koning Karel I van Engeland.
Eerste Amsterdamse periode (1631-1634) In 1631 kocht Rembrandt zich voor 1000 gulden in bij de zaak van de Amsterdamse kunsthandelaar Hendrick UylenburghRembrandt documents RemDoc 1631/4 en verplaatste zijn activiteiten naar diens schilderswerkplaats in Amsterdam. Hendrick Uylenburgh vestigde in 1625 een kunstbedrijf op de hoek van de (Joden) breestraat en was de buurman van Pieter Lastman, bij wie Rembrandt in de leer was. Hendrick Uylenburg was opgegroeid in het artistieke milieu rond het Poolse hof en had grote kunsttransporten verzorgd naar Polen in opdracht van koning Sigismund III, voor hij zijn kunsthandel en -atelier startte in Amsterdam.