De raspkopmier (Colobopsis truncata) is een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).Raspkopmier in Nederlands SoortenregisterVermelding van de soort op Antwiki (Geraadpleegd 21 februari 2019)Vermelding van de soort op Antweb (Geraadpleegd 21 februari 2019) De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd als Formica truncata in 1808 door Spinola. De soort werd voorheen ingedeeld bij het geslacht reuzenmieren (Camponotus) als Camponotus truncatus.Ward, P.S., Blaimer, B.B., Fisher, B.L. 2016. "A revised phylogenetic classification of the ant subfamily Formicinae (Hymenoptera: Formicidae), with resurrection of the genera Colobopsis and Dinomyrmex". Zootaxa 4072(3): 343–357.

Uiterlijk De werksters van deze soort zijn sterk polymorf en hebben een donkerrode kop en thorax. Ze hebben een zwart, langwerpig gaster met gele punten, dat aan het uiteinde spits is. De raspkopmier wordt ongeveer 3 tot 7 mm groot. De soldaten hebben dezelfde kleurschakering. Ze hebben een platte donkerrode kop die ze gebruiken om nestingangen te blokkeren. De koningin heeft dezelfde kleur als de werksters en dezelfde platte kop als de soldaten. De grootte is ongeveer 7 mm.

Indeling van het mierennest Kolonies worden gemiddeld 500 werksters groot. De mieren maken hun nest in dood verrot hout. Hierin maken ze gangen waarin de kolonie zich begeeft. De kolonie zal soldaten gaan produceren voor de verdediging van het nest.

Voorkomen De raspkopmier komt voor in Tunesië, Algerije, Marokko, Spanje, Portugal, Frankrijk Italië, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Slovenië, Tsjechië, Polen, Slowakije, Hongarije, Kroatië, Bosnië Herzegovina, Montenegro, Servië, Roemenië, Oekraïne, Moldavië, Rusland, Griekenland, Turkije, Georgië en Turkmenistan. De soort is geïntroduceerd in het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Nieuw-Zeeland en Denemarken.

Categorie:Colobopsis