thumb|Kijkje op Nordhorn thumb|Klooster Frenswegen thumb|Nordhorn, Oude Kerk Nordhorn (Nederlands: Noordhoorn, Nedersaksisch: Nothoorn) is een Duitse stad en gemeente in de Landkreis Grafschaft Bentheim in de deelstaat Nedersaksen, vlak bij de Nederlandse grens bij Denekamp. Nordhorn telt inwoners. De gemeente is de Kreisstadt van het Grafschaft Bentheim.
Geografie De stad ligt in het zuidwesten van Nedersaksen en grenst direct aan de Nederlandse gemeente Dinkelland. Dwars door de stad stroomt de Vecht (Duits: Vechte). De rivier splitst zich in de stad in twee armen en omsluit een voormalig eiland, Vechte-Insel, waarop zich een deel van het stadscentrum bevindt.
Stadsdelen
Nordhorn is ingedeeld in 17 stadsdelen c.q. stadsdistricten, te weten Altendorf**, Bakelde**, Bimolten (incl. Hohenkörben)*, Blanke**, Blumensiedlung**, Bookholt*, Brandlecht*, Bussmaate**, Frensdorf**, Frenswegen**, Hesepe*, Hestrup*, Klausheide*, Neuberlin**, Stadtflur** en Streng**. De met een * gemerkte plaatsen zijn een eigen Gemarkung (voormalige gemeente). De met ** gemerkte plaatsen en wijken zijn stadswijken van de Gemarkung Nordhorn-Stadtgebiet. De hier beschreven indeling heeft geen officieel karakter.
Door gemeentelijke herindelingen is de oppervlakte van de gemeente toegenomen tot circa 14.960 hectare. 25 juni 1921: uitbreiding met de gemeente Frensdorf 1 april 1929: uitbreiding met de gemeente Frenswegen 1 juli 1929: uitbreiding met de gemeenten Altendorf, Bakelde, en delen van de gemeenten Bookholt, Hesepe en Brandlecht 1 maart 1974: uitbreiding met de gemeenten Bimolten, Hestrup, Höhenkörben, Klausheide, en het restant van de gemeenten Bookholt, Brandlecht en Hesepe.
Buurgemeentes In het noorden: Osterwald (Samtgemeinde Neuenhaus) In het noordwesten: Neuenhaus (Samtgemeinde Neuenhaus) In het westen: Dinkelland (Nederland) In het zuidwesten: Bad Bentheim In het zuiden: Isterberg (Samtgemeinde Schüttorf) In het zuidoosten: Engden (Samtgemeinde Schüttorf) In het noordoosten en oosten: Wietmarschen
Infrastructuur thumb|Nino-Klukkerthafen Hoewel de stad beschikt over een goed ontwikkeld wegennet van meer dan 500 km, is het populairste vervoermiddel in Nordhorn de fiets (Nedersaksisch: Fietse). De voorliefde voor de fiets heeft geleid tot een uitgestrekt fietspadennetwerk. Tevens rijdt er een speciale 'Fietsenbus', een reguliere bus met fietsenaanhanger.
Station Nordhorn ligt aan de in 2019 voor reizigersvervoer heropende Bentheimer Eisenbahn tussen Bad Bentheim, Nordhorn, Neuenhaus en het Nederlandse Coevorden. Voor personentreinen wordt een verlenging van Neuenhaus naar Coevorden in december 2026 voorzien. Deze spoorlijn is belangrijk voor het goederentransport tussen het Graafschap Bentheim en Nederland. Naast het station Nordhorn, dat ten zuidwesten van het centrum staat, is er aan deze lijn een station in de zuidwaarts gelegen buitenwijk Blanke. De dichtstbijzijnde andere stations zijn te vinden in Lingen en Bad Bentheim.
Bussen rijden vanaf het busstation ZOB bij het treinstation. Nordhorn heeft streekbuslijnen (naar onder meer Lingen en Bad Bentheim) en stadsbuslijnen die aansluiten op de BE-treinen. Tussen Nordhorn en Denekamp rijdt een buurtbus. Daarnaast rijden er diverse scholierenbuslijnen.
De stad ligt in de nabijheid van twee autosnelwegen, de A30 en de A31, en is via twee Bundesstraßen, B403 en B213, op het landelijke wegennet aangesloten.
Nordhorn ligt op het knooppunt van drie kanalen, het Süd-Nordkanaal, het Kanaal Almelo-Nordhorn en het Eems-Vechtkanaal. In 2005 is het Eems-Vechtkanaal weer vrijgegeven voor de scheepvaart. De vrijgave van de beide andere kanalen moet nog plaatsvinden. Aan het oosteinde van het Kanaal Almelo-Nordhorn is een oud, onder monumentenzorg staand binnenhaventje, de Nino-Klukkerthafen, in 2006 weer vrijgegeven voor kleine vrachtschepen.
Nordhorn beschikt over een klein eigen vliegveld, Nordhorn-Lingen, in het stadsdeel Klausheide. Het is vooral bedoeld voor zweefvlieg- en andere sport- en hobbyvliegtuigjes en voor helikopters.
Militaire infrastructuur Bij Nordhorn ligt, ten oosten van de stad, het 2.193 hectare grote oefenterrein Luft-/Bodenschießplatz Nordhorn, voorheen genaamd: Nordhorn Range nabij het dorpje Klausheide. Hier oefenen piloten in het afwerpen van bommen. Na de Tweede Wereldoorlog werd deze oefenplaats in gebruik genomen door de Royal Air Force, die het beheer later heeft overgedragen aan de Duitse Bundeswehr. Al sinds ca. 1950 wordt er regelmatig gedemonstreerd tegen de geluidsoverlast en gevaren die het oefenterrein met zich meebrengt. In de zomer van 1971 bezetten omwonenden de oefenplaats korte tijd. Eind 2011 is besloten dat sluiting (nog) niet mogelijk is. De laatste jaren zijn er regelmatig Duitse Tornado's te vinden. In 2011 is de eurofighter ef2000 voor het eerst op de Range gesignaleerd, maar deze heeft nog geen bom- of schietoefeningen verricht.
Economie Handel, ambacht en landbouw waren tot halverwege de 19e eeuw de belangrijkste economische pijlers van de regio. De scheepvaart op de Vecht, het Eems-Vechtkanaal, het Kanaal Almelo-Nordhorn, het Süd-Nord kanaal en het Coevorden-Piccardiekanaal, maar ook het vervoer met paarden, waren de belangrijkste transportmiddelen. Zo is de Bentheimer zandsteen die gebruikt is voor het Paleis op de Dam in Amsterdam via de haven van Nordhorn over de Vecht verscheept. Vanaf 1839 kwam de textielindustrie in Nordhorn op toen Willem Stroink uit Enschede de eerste mechanische weverij opende in de plaats. In de daarop volgende jaren ontwikkelde Nordhorn zich tot een belangrijk textielcentrum.
Van de drie grootste textielbedrijven uit die tijd - Nino, Povel en Rawe - bestaat er thans geen enkele meer. Het NINO- gebouwencomplex huisvest sedert de renovatie en bodemsanering van de omliggende terreinen o.a. een callcenter en andere kantoren, woningen, een museum en een groot zgn. Wirtschafts-Kompetenzzentrum. Dit in het Nederlandse taalgebied onbekende begrip wordt als denktank en centrum voor geavanceerde praktijkopleidingen binnen diverse disciplines op het gebied van economie en management omschreven. Op de 18 ha grote locatie van de Povel-fabriek ontstond tussen 1987 en 2007 aan de Vecht direct ten zuiden van het centrum een nieuwe woonwijk, Povel-Wasserstadt. Eén van de weinige niet gesloopte voormalige Rawe-gebouwen is als bedrijfsverzamelgebouw ingericht.
Sinds de achteruitgang van de textielindustrie zijn er enkele nieuwe bedrijven naar Nordhorn gekomen, maar het verlies aan arbeidsplaatsen kon hier niet geheel door worden goedgemaakt.
In de gemeente Nordhorn is een aantal grote winkelcentra gevestigd, waaronder de aan de zuidoostrand van de binnenstad gesitueerde Vechte Arkaden, waardoor de plaats twee maal zoveel winkeloppervlakte per inwoner heeft als het gemiddelde in Duitsland. In april 2007 werd een groot winkelcentrum geopend aan de noordrand van de binnenstad, nabij de voormalige textielfabriek Rawe (Rawe-Ring-Centre, met grote bouwmarkt).
Binnen de dienstensector moeten o.a. het Euregio-ziekenhuis (505 bedden) van de stad en de in landgoed Klausheide gevestigde zorginstelling voor meervoudig gehandicapten worden genoemd.
Geschiedenis Zie ook: Frenswegen; Klausheide (Nordhorn).
Vroegste periode De plek waar Nordhorn gesitueerd is, is bewoond vanaf de laatste ijstijd. Er zijn hiervan archeologische vondsten gedaan in Frensdorf, Bookholt, Altendorf, Hesepe en Bakelde.
Vanaf 12 v.Chr. tot 10 n.Chr. ondernamen de Romeinse veldheren Drusus, Tiberius, Germanicus en Varus in totaal 13 veldtochten naar het gebied waar toen nog vrije Germanen woonden. Deze tochten werden ondernomen vanuit het legerkamp bij Xanten. Vermoedelijk gebruikten de Romeinen de Vechtoever en zandpaden langs de moerasgebieden als heerbanen. Deze wegen werden later belangrijke handelsroutes die bijvoorbeeld Brussel, Deventer, Bremen en Hamburg verbonden.
Tegen het einde van de 4e eeuw, met het begin van de Volksverhuizing, drongen de Saksen naar het westen op. Zij verdreven de Tubanten verder westwaarts naar Twente. Na de verovering van het leefgebied van de Saksen door Karel de Grote ontstond de eerste grenslijn tussen de Franken en de Saksen als een binnengrens. Deze grens verschoof na de Nederlandse Opstand vanaf de Gelderse IJssel oostwaarts naar de grens tussen het Oversticht en het Graafschap Bentheim en vormt sedertdien de grens met Nederland.
De eerste vermelding van Nordhorn dateert uit 900; in een register van het klooster Werden an der Ruhr wordt de plaats vermeld als Northhornon.
Rond het jaar 1180 verwierven de graven van Bentheim het gouwrecht over Nordhorn. Zij bouwden een burcht op een eiland in de Vecht. Op deze plaats lag ook het dorpje Nordhorn, waaraan in 1379 stadsrechten werden verleend door graaf Bernard I. Tot 1912 waren restanten van de in de 16e eeuw in eigendom van Klooster Frenswegen geraakte burcht aanwezig. In de vroege 18e eeuw werd al een deel van de burcht gesloopt om voor een kerkje plaats te maken. In 1888 was de slotgracht gedempt. De laatste resten van Burg Nordhorn zijn rond 1912 gesloopt om plaats te maken voor de St. Augustinuskerk.
Nordhorn ontwikkelde zich in de middeleeuwen tot een handelsplaats aan de Vecht. Deze rivier was voor kleine vrachtschepen benedenstrooms van Schüttorf bevaarbaar. De bekende Bentheimer Zandsteen werd te Nordhorn op grotere schepen overgeslagen; de kade, waar dit gebeurde, droeg de naam Steinmaate.Nog steeds draagt een straatje in een woonwijk dicht bij het centrum de zuidwestkant van de Vecht, deze naam. Vanaf het eind van de 14e eeuw was Nordhorn een stadje, dat doorsneden werd door korte grachten, aftakkingen van de Vecht. Met het gehele graafschap Bentheim, werd Nordhorn bij de Reformatie in 1517 reeds evangelisch-luthers, en vervolgens in 1588 calvinistisch. Vanaf 1578 hadden de rooms-katholieken op een eiland in de Vecht, dat tot Klooster Frenswegen behoorde, wel een toevluchtsoord in de stad. Evenals de omliggende gebieden in het Graafschap Bentheim, had Nordhorn in de 16e en 17e eeuw te lijden van oorlogshandelingen, plundertochten door bendes soldaten, pestepidemieën en hongersnoden. Zo was de stad in de Tachtigjarige Oorlog enkele malen legerplaats van Spaanse troepen, op doortocht naar het Graafschap Lingen.
Algemene geschiedenis 1648-1933 Vanuit o.a. Nordhorn viel bisschop Bernhard van Galen de Nederlanden aan tijdens de Eerste Münsterse Oorlog (1665-1667). De stad verarmde steeds meer. Ook de Vecht begon geleidelijk te verzanden, hetgeen de scheepvaart steeds meer bemoeilijkte. Veel inwoners van Nordhorn waren in arren moede een boerderijtje buiten de stad begonnen en werden zo zgn. Ackerbürger. In de eerste helft van de 19e eeuw was er in het straatarme Nordhorn veel huisnijverheid in de textielproductie, wat een karig inkomen opleverde. Veel Nordhorners emigreerden in deze periode naar o.a. Amerika.
Een korte opleving deed zich voor rond 1806. Engeland had tegen de landen, die onder controle van Napoleon Bonaparte stonden, een economische boycot, het Continentaal stelsel, afgekondigd. Deze maatregel werd op grote schaal ontdoken door smokkelhandel met vooral Nederland, die vergemakkelijkt werd door de toen nog moeilijke toegankelijkheid van de grensstreek. Rondom Nordhorn lagen veel ontoegankelijke heide- en veengebieden, waar smokkelaars, die de juiste paden kenden, betrekkelijk vrij spel hadden.
De handel in Nordhorn was traditioneel op het westen gericht, maar werd in één klap stilgelegd als gevolg van de herindeling van Europa door het Congres van Wenen in 1814 en 1815. Het Graafschap Bentheim, en dus ook Nordhorn, kwam onder het Koninkrijk Hannover te vallen. De staatsgrens met Nederland in het westen en Koninkrijk Pruisen in het zuiden werd namelijk tevens douanegrens. In 1866 werd het gebied rond Nordhorn ook Pruisisch, en in 1871 deel van het Duitse Keizerrijk.
Industriële geschiedenis vanaf de 19e eeuw