De Noordoostpolder () is een gemeente, polder en landstreek in de Nederlandse provincie Flevoland. De gemeente telt inwoners (, bron: CBS) op een landoppervlakte van 460,05 km², waarmee het qua landoppervlakte een van de grootste gemeenten van Nederland is.De gemeente Súdwest-Fryslân is echter sinds een herindeling in 2018 nog groter. Met een wateroppervlak (voornamelijk IJsselmeer) van 135,36 km² komt de totale oppervlakte op 595,41 km². De grootste plaats van de gemeente is Emmeloord, waar ook het gemeentehuis staat.
De in 1942 drooggevallen polder behoort voor het overgrote deel bij de gelijknamige gemeente in de provincie Flevoland. Verder maakt het voormalige eiland en thans gemeente Urk (inclusief een later aangekocht aangrenzend deel van de polder) deel uit van de polder, net als een deel van de Overijsselse gemeente Steenwijkerland. Ook is een klein gedeelte van de polder bij het Friese Lemmer gevoegd ten behoeve van de bouw van de woonwijk Lemstervaart.Hollandtour, Academie van Bouwkunst, juni 2011, p. 41
Geschiedenis miniatuur|Topografische gemeentekaart van de gemeente Noordoostpolder, september 2023 miniatuur|Noordoostpolder en omgeving miniatuur|Satellietfoto van de Noordoostpolder Door het aannemen van de Zuiderzeewet in 1918 werd besloten tot de aanleg en inpoldering van de Zuiderzee- / IJsselmeerpolders, het "plan Lely". Om ervaring op te doen met inpolderen en het in cultuur brengen van gronden met een hoog zoutgehalte, werd eerst de Proefpolder Andijk aangelegd. Met de ervaringen die zijn opgedaan in deze proefpolder is de ontwikkeling van de Wieringermeer versneld. Omdat de Wieringermeer in de Zuiderzee was aangelegd, nog voor de Afsluitdijk werd gesloten, was de Noordoostpolder strikt genomen de eerste IJsselmeerpolder. Aanvankelijk was het de bedoeling om eerst de Markerwaard aan te leggen, maar door de slechte economische omstandigheden van de jaren dertig werd, na aanvankelijk te hebben gesproken over het afbreken van verdere droogmakerij, besloten om naar de andere kant van het IJsselmeer te gaan. Daar zou het waarschijnlijk makkelijker zijn om aspirant-boeren te vinden. Het achterliggende gebied was immers veel groter. Bovendien was de Noordoostelijke Polder, wat toen nog een dossiernaam was, veel kleiner en dus ook goedkoper in aanleg.
miniatuur|Aanleg in 1939 van de dijk tussen Lemmer en Urk miniatuur|Polygoon-journaal uit 1949 over de ontginning van de Noordoostpolder miniatuur|thumbtime=66|Polygoon-journaal over de Zeeuwse boeren in de Noordoostpolder in 1954 Op 2 februari 1936 werd met de voorbereidende werkzaamheden begonnen, en in 1937 werd de aanleg van in totaal 31,5 kilometer dijk aanbesteed. Op 3 oktober 1939 werd de dijk tussen Lemmer en Urk gesloten. Urk was voortaan geen eiland meer. Op 13 december 1940 werd de dijk aan de zuidkant van de polder nabij Schokkerhaven gesloten, de totale dijklengte was nu 54 km. Op 13 januari 1941 kon het droogmalen beginnen toen het gemaal bij Lemmer in gebruik kwam en later zijn er twee bijgekomen. Er zijn drie hoofdgemalen: Buma, Smeenge en Vissering.Droogleggen en droog houden; www.canonnoordoostpolder.nlGemalen, sluizen en stuwen, www.canonnoordoostpolder.nl De polder viel officieel droog op 9 september 1942. Nu was ook Schokland niet langer een eiland, dit lag voortaan midden in de polder. Doordat de zeebodem tegen de Overijsselse kant sterk opliep, kon daar al in 1941 een eerste oogst (rogge) worden binnengehaald. Ook tijdens de bezettingsperiode (1940-1945) ging het werk aan de ontginning gewoon door, aangezien de aanwinst van extra landbouwgrond (met voedselopbrengsen) ook voor de bezetters een belangrijk doel was.
De kersverse polder werd al snel een toevluchtsoord voor onderduikers, omdat de arbeiders waren vrijgesteld van de Arbeitseinsatz. Van de afkorting NOP (voor de Noordoostpolder) werd in die tijd gezegd dat die ook stond voor "Nederlands Onderduikersparadijs". In totaal zouden er circa twintigduizend personen ondergedoken zijn geweest gedurende deze oorlogsjaren. In november 1944 werden bij een grote razzia ongeveer 1.800 pioniers en onderduikers opgepakt en via Vollenhove naar Meppel afgevoerd. De toenmalige landdrost Smeding heeft nog ongeveer de helft daarvan weten terug te halen, om zo de graanoogst nog te kunnen dorsen. Er zijn zeker twee wegen in de polder terug te vinden die aan de onderduikers herinneren: de Onderduikersweg en het Onderduikerspad, in Espel/Creil.
Het verkavelingsplan werd in 1939 vastgesteld, dwars door de polder werden drie stervormige, op Urk, Lemmer en de Voorst gerichte, hoofdkanalen gepland (Urkervaart, Lemstervaart en Zwolse Vaart). Voorts waren er de assen Lemmer - Ramspol en van Urk naar Vollenhove en Blokzijl. Bij het kruispunt van kanalen zou de hoofdplaats Emmeloord verrijzen. Aanvankelijk waren er voorts nog vijf dorpen voorzien, later werden dit er tien.Inrichting en naamgeving; www.flevolanderfgoed.nl
Reeds in de Tweede Wereldoorlog werd begonnen met de bouw van boerderijen, in eerste instantie dezelfde typen als in de Wieringermeer. Deze staan voornamelijk aan de oostkant van de polder, meestal aan het begin van een weg. Omdat ze gebruikt werden om de polder in cultuur te brengen, heten deze boerderijen Cultuurboerderijen. Na de Tweede Wereldoorlog waren stenen en metselaars schaars; men maakte toen voor het eerst gebruik van prefab betonelementen. In 1947 begon de uitgifte van grond. De nieuwe boeren werden streng geselecteerd. Ze kwamen voornamelijk uit Friesland, Noord-Holland, en Zeeland (onder andere uit Walcheren dat in oktober 1944 door de geallieerden onder water was gezet). Na de watersnood van 1953 kwamen er nog veel boeren van Schouwen-Duiveland, Tholen en Zuid-Beveland over.
Bij de inrichting van de polder ging men uit van één centrale plaats (Emmeloord), en stervormige verbindingswegen naar tien kleinere dorpen. Deze vorm van inrichting is gedeeltelijk gebaseerd op de centrale-plaatsentheorie van de Duitse econoom en geograaf Christaller die deze in 1933 beschreef.Canon Noordoostpolder (2014): Dorpen inclusief Emmeloord: Het model van Christaller Bij het ontwerp van de Noordoostpolder ging men nog uit van kernen op fietsafstand, maar de opkomst van eerst de bromfiets en later de auto maakte deze planning tijdens de uitvoering al achterhaald. In Oostelijk Flevoland, drooggevallen in 1957, kon men daarom van een indeling op grotere schaal (kernen op auto-afstand) uitgaan, waardoor een aantal geplande dorpen werd geschrapt.
Voor de nieuwe polder waren verschillende namen in omloop; zo werd in 1944 de naam Urkerland officieel vastgelegd, net als de namen van de dorpen. In de oorlogstijd werden overigens ook wel Schokkerwaard, Urkerwaard en Nieuw Schokland genoemd als alternatieve naam voor de polder.Remco van Diepen In 1948 werd Noordoostpolder de officiële naam. Vanaf de instelling van de gemeente Noordoostpolder in 1962 tot de vorming van de provincie Flevoland in 1986, hoorde de polder bij de provincie Overijssel. Voor die tijd viel het gebied bestuurlijk onder het Rijk.
Op 1 november 2008 kreeg de Noordoostpolder er een dorp bij en het had daarmee het nieuwste dorp van Nederland: Schokland. Het voormalige eiland scheidde zich daarmee af van de kernen Ens en Nagele. Een nieuw ijkpunt in de geschiedenis van het voormalige eiland dat bijna in zee was verdwenen. Schokland bestaat uit niet meer dan vier huishoudens, een museum, een restaurant en de woning van de lichtwachter.
Op 1 januari 2019 werd de gemeente Urk aan de noord- en zuidkant uitgebreid met delen van de gemeente Noordoostpolder om het uitbreiden van het Urkerbos ten noorden en de aanleg van een bedrijventerrein ten zuiden van de plaats mogelijk te maken. Hierbij omvat Urk nu meer grondgebied dan alleen het oorspronkelijke eiland.Grondruil tussen Urk en NOP is bijna definitief, De Stentor, 9 oktober 2018 Aangezien hierbij maar een klein aantal inwoners betrokken was werd Noordoostpolder niet betrokken in de gemeentelijke herindelingsverkiezingen van 2018.
Archeologie Al spoedig na het droogvallen van de polder werden op vele plekken archeologische resten gevonden. Vooral van veel scheepswrakken van schepen die sinds de 14e eeuw in dit gebied zijn vergaan. In Flevoland zijn zeker 435 scheepswrakken tevoorschijn gekomen, waarvan 195 in de Noordoostpolder. Via de wateren waar de latere polders zijn aangelegd was er eeuwenlang druk scheepvaartverkeer. Met name in de omgeving van Kuinre zijn veel wrakken gevonden. Nabij Kuinre werden ook resten van de Kuinderburcht gevonden uit de 12e tot 16e eeuw.
Maar ook allerlei materialen werden gevonden waarvan gedacht werd dat zij tot scheepsladingen behoorden. Recenter onderzoek heeft echter opgeleverd dat veel botten, bakstenen en aardewerk afkomstig zijn van vroegere nederzettingen die door de zee zijn verzwolgen. In een promotie-onderzoek van archeoloog Yftinus van Popta van de Rijksuniversiteit Groningen uit 2020 bleek dat restanten van de vroegere dorpen Marcnesse, Nagele, Fenehuysen I en Fenehuysen II (Veenhuizen) zijn teruggevonden. Er was al langer een vermoeden van het bestaan, maar de precieze locaties zijn inmiddels bekend geworden. De ouderdom gaat waarschijnlijk terug tot de periode tussen 1000 en 1300.195 scheepswrakken, botresten en aardewerk: De Noordoostpolder is een archeologische schatkamer, www.trouw.nl; 22 januari 2022Verdronken dorpen teruggevonden in Noordoostpolder, www.nos.nl; 26 oktober 2020Verdronken dorp Veenhuizen, www.flevolanderfgoed.nlScheepswrakken, https://www.flevolanderfgoed.nl/home/erfgoed/noordoostpolder-2/scheepswrakken.html
Plaatsen en dorpen in de gemeente De gemeente Noordoostpolder heeft twaalf plaatsen. Het betreft één stad (Emmeloord), tien dorpen en de buurtschap Schokland. Emmeloord is veel sterker gegroeid dan volgens de oorspronkelijke plannen verwacht en is inmiddels 2,5 keer zo groot als aanvankelijk gepland (25.000 i.p.v. 10.000 inwoners). In de jaren '80 hadden zeven nieuw gestichte dorpen nog niet de helft van het geprojecteerde inwonertal bereikt, waardoor deze kernen weinig levensvatbaar leken te worden, maar deze zijn in de decennia daarna alsnog sterk gegroeid.
Na Emmeloord en Marknesse zijn nu ook de kernen Ens, Tollebeek en Luttelgeest de oorspronkelijke streefnorm gepasseerd; Nagele zit er dicht tegenaan. Vooral opvallend was de groei van Tollebeek, een van de twee jongste kernen, tussen Urk en Emmeloord gelegen. Nadien lijkt deze sterke groei vrijwel tot stilstand gekomen. Per 1 januari 2020 telde het dorp 2.460 inwoners.
Bij de kleinste dorpen is tussen 1985 en 2017 het inwoneraantal wel verdubbeld, maar zij hadden nog toen steeds minder dan 1.500 inwoners. Op Kraggenburg na zijn zij sindsdien (2023) alle deze grens gepasseerd. (Schokland is verwaarloosbaar.)
Aantal inwoners per woonkern (met stichtingsjaar per dorp), bij planning geprojecteerd, per 1 januari 1985,Gegevens voor zowel de planning als het aantal inwoners per 1985 zijn afkomstig uit RIJP, Dorpen in de IJsselmeerpolders, 1986, terug te vinden in Steven Brakman, Harry Garretsen & Charles van Marrewijk, An introduction to geographical economics, Cambridge 2001, pag. 35. op 1 januari 2023 en op 1 januari 2024:
naamstichtingsjaarplan198520232024Emmeloord 194310.00018.97626.47026.910Marknesse 19462.0002.1943.8003.995Ens19482.0001.6183.1603.390Tollebeek19562.0005792.4952.550Luttelgeest19502.0006662.2002.540Nagele19542.0001.0141.9651.995Creil19532.0006871.7301.795Rutten19522.0006201.6601.715Espel19562.0007141.5751.680Bant19512.0006511.5151.600Kraggenburg19482.0006551.4701.555Schoklandn.v.t.n.v.t.055totaal 30.00028.37448.04849.729
Herkomst van plaatsnamen in de gemeente
Bant is genoemd naar het dorpje Bantega, dat vroeger in Lemsterland lag en door het water van de toenmalige Zuiderzee verzwolgen is. In Lemsterland heeft men na de Tweede Wereldoorlog de naam Bantega gegeven aan een voormalig onderdeel van het dorp Echten.