thumb|Zeventiende-eeuws panorama van de stad Elburg door Nicolaes van Geelkercken thumb|Woning in verdedigingsmuur thumb|Vischpoort thumb|Opschrift voormalig weeshuis thumb|Vischbrug bij ingang vesting thumb|Grote of Sint-Nicolaaskerk Elburg () is een Hanzestad in Nederland. Het is gelegen aan het Veluwemeer en het Drontermeer in de provincie Gelderland, en is de hoofdplaats van de gemeente Elburg. De stad Elburg is vooral bekend vanwege haar middeleeuwse vesting met een nagenoeg volledig recht stratenplan. In telde de plaats Elburg inwoners. De oostelijke nieuwbouw van de stad en de wijk Oostendorp zijn aan elkaar vastgegroeid, net als de buurtschap Nieuwstad met de woonwijk Molendorp.

Geschiedenis Ooit was Elburg een vissers- en handelsplaatsje dat rechtstreeks op de Zuiderzee uitkeek en bestond uit een lintbebouwing rondom de huidige Ellestraat en het verlengde daarvan. Elburg en haar vrijheid waren onderdeel van het oude Doornspijk. Een charter van graaf Floris V van Holland van 27 maart 1291 is de oudst bekende schriftelijke bron waarin voor het eerst over Elburg als stad wordt gesproken.De datering 27 maart 1291 (in het oorkondenboek 11 maart 1292) is gebaseerd op de veronderstelling dat de zogenaamde paasstijl is toegepast. Zie Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot 1299 deel V, blz. 156 - 1292 mrt. 11 nr. 2702 "Wi Florens grave van Hollant, van Zelant ende here van Vrieslant maken cont alle den ghenen die desen brief sullen sien of horen lesen dat wider stat van Harder-wike ende dien vander Elborch gheven vastegheleide ende seker ... enz" (zie ook deze versie van het oorkondenboek). Gearchiveerd op 27 juni 2023.

Stadsrecht en privileges Aangenomen wordt dat Elburg tussen 1220 en 1271 stadsrechten kreeg, vermoedelijk van graaf Otto II van Gelre en mogelijk in 1233. (2012) 'Elburg' in: Repetorium van de stadsrechten in Nederland (Oisterwijk). Gearchiveerd op 27 februari 2023.H. G. Haasloop Werner (1792-1864) noemt in een handschrift een datum van 3 juli 1233 met verwijzing naar een oorkonde die waarschijnlijk vals is. Zie: Westerink (1961) p. 16 Op 5 september 1310 werden deze stadsrechten op de landdag van Speyer vervallen verklaard omdat Otto niet bevoegd was om stadsrechten te verlenen en geen koninklijke toestemming had gevraagd.Nijhoff I, no. 111 p. 114. Gearchiveerd op 27 juni 2023. Op 4 december 1312 werden de oude stadsrechten door Reinald I met bewilliging herbevestigd en uitgebreid.Noordzij (2009) par. 3.6 Elburg kreeg dezelfde rechten als Doesburg. In 1341 geeft Hertog Reinoldt van Gelre aan de stad Elburg alle vrijheijt, die de stadt van Zutphen heeft. In 1488 werd de stad door stadhouder Adolf van Nassau gesommeerd soldaten te leveren voor het rijksleger van Maximiliaan onder dreiging van verlies van de privileges.

Oude stad vóór 1392 Het oude Elburg was een langgerekte bewoning aan een lange straat (de 'Oude Straat') vanaf de Oude Bleek in het noorden tot voorbij de 'Oude Kerk' naar het zuiden. Op deze hoger gelegen kuststrook nam in de dertiende eeuw de bevolking toe, waardoor er zich vissers, ambachtslieden en handelslui vestigden. Hierdoor kreeg het gebied stedelijke kenmerken op grond waarvan het stadsrecht kreeg. Hiervan is geen oorkonde bewaard gebleven maar het moet verleend zijn tussen 1220 en 1271Westerink (1961) p. 16 met verwijzing naar Van Meurs en mogelijk op 3 juli 1233 door graaf Otto II.Westerink (1961) p. 16 met verwijzing naar Haasloop Werner Uit een reconstructie aan de hand van de kaart van Jacob van Deventer uit ongeveer 1560 blijkt dat de oude stad Elburg gelegen heeft aan weerszijden van de Oude Straat vanaf de Goorsluis tot aan de Oude Bleek.Rutte (2005) p. 4 en Bosch (2010) p. 38: Schema Elburg vóór 1392 Het gedeelte van de Oude Straat, dat nu Ellestraat heet, werd met de bebouwing aan weerszijden, samen met de nieuw aangelegde stad opgenomen binnen de ommuring. Daarmee werd de Oude Straat een tegen de stadsmuur doodlopende weg.Westerink (1980) p. 9

Verplaatsing van de stad Op 2 oktober 1392 gaf Willem van Gulik, de toenmalige hertog van Gelre, het bevel om de stad Elburg te verplaatsen en haar vrijheid uit te breiden.Westerink (1961) p. 22, transcriptie oorspronkelijke oorkonde Hij gaf hiertoe zijn rentmeester Arent thoe Boecop de volgende opdracht: "Wij willen dat sy onze stat versetten sullen op een andere stede."Verplaatsing van een stad was een weinig voorkomend fenomeen. Bekend zijn behalve Elburg: verplaatsing van Wageningen om strategische, Lechenich om markteconomische redenen, en Naarden (1351) vanwege watersnood en verwoesting. Respectievelijke bronnen: A.J. Maris Rijnwijk-Randwijk en het ontstaan van (Nieuw-)Wageningen in: Bijdragen en mededelingen Gelre XXXIX p. 33-41 (1936); Flink&Thissen (2003) p. 222; Hildo van Engen, Anton Kos en Reinout Rutte Over de wording van de stad Naarden in de tweede helft van de veertiende eeuw en Piet Leupen Opnieuw: de wording van de stad Naarden in: Tussen Vecht en Eem 18e jrg. 2000 pp. 96-105 en 167-175. Voor zover bekend is er geen specifieke of dringende reden voor de verplaatsing van de stad,Boerefijn (2010) diss. p.342: This town [Elburg] was re-founded and newly laid out in 1392 ... ... ... As far as is known, there was no specific, pressing reason to re-found the town, so it seems likely that profit was the main motive for Arent [thoe Boecop], so, in this respect at least, he acted as an entrepreneur. en zijn machtspolitieke motieven van de graaf, zoals voor veel middeleeuwse nieuwe steden gold, voor de nieuwe aanleg Elburg niet evident. Het motief voor de aanleg van de nieuwe stad Elburg was het maken van winst door Thoe Boecop.Rutte et al. (2003) p. 127: Wat overblijft en wordt ondersteund door de bronnen, is een heel ander motief: geld verdienen. Veel publicaties veronderstellen dat de reden voor de nieuwe aanleg van Elburg de bedreiging of verwoesting door de Zuiderzee zou zijn. Daar is echter geen enkel bewijs voor gevonden.Rutte et al. (2003) p. 127, kolom 2: ... Dat het oude Elburg bedreigd of (deels) verwoest zou zijn door de Zuiderzee, is op geen enkele manier hard te maken. Na de hier gemaakte reconstructie van de ligging van de oude stad is deze reden helemaal onwaarschijnlijk geworden. (1996) Duizend jaar weer, wind en water in de lage landen Deel 2 1300-1450, p. 316-319 (Van Wijnen Franeker) ... in de authentieke berichtgeving is noch van een grote verplaatsing, noch van een dreiging door de zee ook maar een spoor te vinden.Zie ook: (1971) Stormvloeden en Rivieroverstromingen in Nederland Deel I, p.487-489 (Assen, Van Gorcum en Comp)

Dit plan kon worden uitgevoerd dankzij de welvaart die Elburg als Hanzestad in die tijd kende.Elburg wordt voor het eerst als Hanzestad genoemd in 1367. In dat jaar nam Elburg samen met Kampen, Harderwijk, Amsterdam en Brielle deel aan de Keulse Confederatie. Bron: (2008) In het kielzog van moderne markten Handel en scheepvaart op de Rijn, Waal en IJssel ca. 1360-1560, Middeleeuwse Studies en Bronnen nr. 113 (Verloren Hilversum) Gedigitaliseerd proefschrift p. 32. Gearchiveerd op 4 november 2016. Arent thoe Boecop liet in vier jaar tijd (1392-1396), gebruik makend van een deel van de bebouwing van de oude stad, een nieuwe stad bouwen met een vrijwel rechthoekige plattegrond, waarin de straten planmatig werden aangelegd. De oorspronkelijke bebouwing rondom Olde straat, de latere Ellestraat, waar het Heilige-Geestgasthuis stond, werd deels opgenomen in dit plan.Rutte et al. (2003) p. 126: Bovendien realiseerde men hiermee een vrijwel geheel orthogonale plattegrond die grotendeels regelmatig en dubbel symmetrisch is.

Na de bouw van de nieuwe stad stond het kerkgebouw nog altijd op de oude plaats buiten de nieuwe stadsmuren. Pas in 1397 gaf de bisschop zijn goedkeuring om de huidige Grote of Sint-Nicolaaskerk binnen het nieuwe stadje te herbouwen. Op dat moment was er nog een plaats in de hoek vrij en dus is Elburg een van de weinige oude steden waar de kerk niet centraal maar aan de rand staat. De bouw van deze oorspronkelijk rooms-katholieke kerk en na de hervorming van eind 16e eeuw protestants geworden kerk gebeurde nogal overhaast, want al na vijftig jaar moest de kerk gerenoveerd worden. De puntige torenspits die ooit op de kerk stond, brandde in 1693 na een blikseminslag volledig af, waardoor sindsdien alleen nog maar de hoekige bovenbouw zichtbaar én beklimbaar is.

Vesting

Elburg werd eind 14e eeuw niet alleen verplaatst, maar ook maakte men er een vesting van met grachten, muren en een aantal verdedigingstorens. Het stratenpatroon van Elburg dateert grotendeels uit de 14e eeuw. Vanwege de ontwikkelingen in de oorlogsvoering werd aan het eind van de 16e eeuw buiten de toenmalige gracht een tweede verdedigingswal en gracht gegraven. De Vischpoort nabij de haven was onder de naam Visscherstoren oorspronkelijk als gesloten verdedigingswerk gebouwd, maar werd in 1592 omgebouwd tot een open poorttoren. In 1992 werden er opnieuw poortdeuren in aangebracht.

Tachtigjarige Oorlog In 1572 werd de vestingstad Elburg tijdens Oranjes tweede invasie door het geuzenleger van Willem van den Bergh, zwager van Willem van Oranje, ingenomen. Na het Bloedbad van Zutphen, door Don Frederik, de zoon van Alva, koos Elburg in hetzelfde jaar, samen met de eerder door Van den Bergh ingenomen steden, uit puur lijfsbehoud de zijde van Filips II, koning van Spanje. Willem van den Bergh koos in 1583 ook voor de Spaanse zijde. Zijn jongste zoon Hendrik van den Bergh, volle neef van stadhouder Frederik Hendrik, was jarenlang opperbevelhebber van de Spaanse troepen in de Nederlanden. Nadat hij in 1632 uit ontevredenheid met het Spaanse beleid de Nederlandse zijde koos, bewoonde hij vanaf 1636 een pand in Elburg. Hier is hij twee jaar later in 1638 ook gestorven. Elburg werd noch door de Spanjaarden en noch door de Staatsen aangevallen. Bij het keren van de kansen koos Elburg alsnog voor de Republiek.

Na de 17e eeuw In de 18e eeuw zakte de visserij in Elburg flink in. In 1749 waren van de oorspronkelijke vloot nog drie vissers over.Geschiedenis van de visserij in 18e en 19e eeuw via visafslagelburg.nl, geraadpleegd op 24 november 2021 In 1785 werden de patriottische steden Elburg en Hattem door de Oranjegezinde legers bezet. Rond 1798 is er sprake van 21 vissers, waarmee de belangrijkheid van de vissers was toegenomen In dat jaar werd het vissersgilde opgeheven. Er waren toen 10 binnenschepen voor visserij en 8 zeeschepen.

Het is vooral de Noordzeevisserij die het zwaar heeft door de voortdurende oorlog met Engeland. Omstreeks 1840 zijn er geen Noordzeevissers meer in Elburg. Maar Elburg ziet daarna wel een groei in de Zuiderzeevisserij, van 19 vaartuigen in 1858 naar 51 in 1895.

In de stad waren drie bokking- en palingrokerijen. In een rapport uit 1889 werd gemeld dat visserij een belangrijk werkgelegenheid is voor de bewoners van de stad. Het aantal vissers dat er echt voldoende van kan leven is volgens datzelfde rapport echter laag.

Door de afsluiting van de Zuiderzee en de inpoldering verdween in de tweede helft van de 20ste eeuw de visserij helemaal uit Elburg. Zie verder het kopje over de visserijhaven.

Tot 1974 was de stad Elburg een zelfstandige gemeente. De gemeente fuseerde met een deel van de gemeente Doornspijk en zo ontstond de nieuwe gemeente Elburg. Het gemeentehuis van de gemeente is sindsdien niet in Elburg maar in het dorp Oostendorp gevestigd.

In de loop van de twintigste eeuw zijn woonwijken gebouwd op enige afstand van de oude stad, zodat het karakter van de vesting bewaard kon blijven. Bij de buurtschap Nieuwstad even ten zuiden van Elburg werd in 20ste eeuw de woonwijk Molendorp gebouwd, ook wel Nieuwstad wordt genoemd. De latere uitbreiding van Elburg was aan de oostkant van de stad met de wijken Oosthoek en De Vrijheid. Met de bouw van deze woonwijken groeiden Elburg en Oostendorp tegen elkaar aan.

Historische bouwwerken Voormalige synagoge