De geschiedenis van de Verenigde Staten (1789-1849) stond in het teken van de groei van de VS als jonge natie en de expansie naar het westen toe: de bevolking groeide explosief, van 3,9 miljoen Amerikanen in 1790 naar 13 miljoen in 1830. Deze expansie ging ten koste van de indianenbevolking, die ten oosten van de Mississippi tussen 1820 en 1844 met driekwart afnam. Ook begon in deze periode het conflict over de slavernij de kop op te steken.
Ontstaan van de Republiek thumb|200px|right|Vlag van de VS ten tijde van de aanname van de grondwet Bij de onafhankelijkheid was de VS een verzameling van 13 staten (met als grondgebied dat van 14 huidige staten), waarvan de samenhang niet al te groot was. Een deel van de revolutionairen voelde er weinig voor om de Britse overheersing te vervangen door die van een centraal gezag van eigen bodem. De in 1787 aangenomen Grondwet van de Verenigde Staten en de eerste tien amendementen daarvan, de zogenaamde Bill of Rights, was echter voor velen een aanvaardbaar compromis. De in de grondwet opgenomen trias politica voorkwam dat één persoon of instantie de absolute macht zou vergaren. Hierbij werd een machtsdeling verankerd in drie gelijkwaardige instanties: de uitvoerende, de wetgevende en de rechtsprekende macht. Ook de ongelijkheid tussen kleine en grote staten werd opgelost door invoering van de bicamerale wetgevende vergadering in het US Congress. Hier werden de staten in het huis van Afgevaardigden vertegenwoordigd naargelang hun inwoneraantal en kreeg elke staat in de Senaat een vertegenwoordiging door twee senatoren, ongeacht bevolking.
Ondertussen hadden de Verenigde Staten de Amerikaanse dollar in 1792 al als nationale munteenheid aangenomen.
Washington, Adams en de Federalisten thumb|200px|right|Alexander Hamilton, schilderij van John Trumbull Op 4 maart 1789 kwam in New York het Congres voor het eerst bijeen en trad de grondwet officieel in werking en op 30 april werd George Washington ingezworen als eerste president van de Verenigde Staten. Zijn verkiezing, alsmede zijn herverkiezing in 1792, zijn tot nu toe de enige verkiezingen waarbij een president unaniem werd gekozen door het college van kiesmannen. Washington was zich zeer bewust van zijn rol in de jonge geschiedenis van de VS en het effect van zijn beslissingen voor latere presidenten. Zijn precedenten worden in grote mate nog steeds gevolgd. De grootste test voor de jonge natie was de Whiskey Rebellion in 1794. Belasting geheven op sommige alcoholische dranken moesten de kosten van de Revolutie dekken maar, vooral Schots-Ierse, boeren in Pennsylvania kwamen daartegen in opstand. Washington moest laten zien dat de federale overheid krachtdadig kon optreden en hij stuurde de militie om de opstand te onderdrukken. Enkele leiders van de opstand werden veroordeeld wegens landverraad maar werden door Washington gepardonneerd. In 1802 werd de belasting op whisky en andere dranken afgeschaft.
Hoewel Washington politieke partijen afwees, was zijn beleid meer in lijn met de Federalisten dan met de stroming van de Democratische Republikeinen, geleid door Thomas Jefferson. Washingtons minister van financiën, Alexander Hamilton leidde de Federalisten. Toen in 1796 Washington zich niet herkiesbaar stelde, ging de strijd tussen John Adams en Thomas Jefferson. De populariteit van de Federalisten was tanende maar Adams won toch de verkiezingen. Hoogoplopende spanningen tussen Groot-Brittannië en Frankrijk zorgde ook voor binnenlandse spanningen tussen sympathisanten van de Fransen en de meer op Engeland gerichte Federalisten. Hoewel Adams' populariteit steeg toen er oorlog dreigde met Frankrijk waren het de Federalisten die vervolgens de verkiezingen van 1800 verloren.
Het Huis kiest de president thumb|300px|left|Thomas Jefferson De oorspronkelijke tekst in de grondwet die de presidentsverkiezingen regelde, stipuleerde dat kiesmannen alleen voor een president zouden kiezen waarbij de kandidaat die de op een na meeste stemmen kreeg, vicepresident zou worden. Mede hierdoor eindigde de verkiezingen van 1800 met twee kandidaten, Jefferson en Aaron Burr, de Democratisch-Republikeinse kandidaten voor president en vicepresident, met een gelijk aantal stemmen. Volgens de grondwet kiest het Huis van Afgevaardigden dan de president en zo ging deze onbesliste strijd naar het Congres. Het Huis was nog grotendeels Federalistisch gezind en er volgde een lange fase van touwtrekken. Uiteindelijk zorgde Hamilton met zijn steun voor Jefferson dat die tot president zou worden gekozen. Mede door deze crisis werd later de grondwet aangepast tot het huidige systeem van één stem voor president en een voor vicepresident. De rivaliteit die hierdoor ontstond tussen Hamilton en Burr zou in 1804 leiden tot een duel tussen beiden waarbij Burr het dodelijke schot zou lossen.
Jefferson en de expansie naar het Westen thumb|Territoriale groei van de VS; situatie 1810 Jefferson had de steun van grote delen van de bevolking en hij was het symbool voor het Amerikaanse Idealisme. Als leider van de Democratische Republikeinen gaf hij zijn naam aan de stroming van de Jeffersonians en zijn partij wordt wel gezien als de voorloper van wat later de Democratische Partij zou worden.
Jefferson geloofde dat uitbreiding naar het westen toe belangrijk was voor de ontwikkeling van de Verenigde Staten. Hij stuurde gezanten naar Parijs om te onderhandelen over de aankoop van de stad New Orleans, een belangrijke stad aan de monding van de Mississippi. De onderhandelingen mislukten aanvankelijk en Jefferson stuurde de latere president James Monroe naar Parijs om de onderhandelingen vlot te trekken. Uiteindelijk verbaasde Napoleon de Amerikaanse delegatie door het gehele gebied Louisiana te koop aan te bieden. Frankrijk probeerde zo te voorkomen dat dat goeddeels nog onverkende gebied in Britse handen zou vallen en een sterkere VS zouden tegenwicht bieden tegen het Britse kolonialisme in Noord-Amerika. Hoewel zij geen instructies hadden om hierover te beslissen, zagen zij het belang van het aanbod in en gingen de onderhandelaars van Jefferson akkoord met de Louisiana Purchase. De prijs; $15 miljoen oftewel $7 per km². In 1803 overhandigde Frankrijk Louisiana aan de VS, een gebied dat grote delen van het midden van het Noord-Amerikaanse continent besloeg. De VS werden daarmee meer dan twee keer zo groot.
Lewis en Clark thumb|Lewis en Clark op de Columbia River Om het nieuw herwonnen gebied te verkennen en in kaart te brengen werd een expeditie onder leiding van Meriwether Lewis en William Clark uitgerust. In totaal 33 man begonnen in St. Charles, Missouri aan een tocht die ruim twee jaar zou duren en tot aan de westkust zou reiken. De succesvolle expeditie, slechts één lid overleed onderweg, legde de grondslag voor de enorme expansie naar het westen van de latere 19e eeuw.
De nieuw herwonnen gebieden alsook het territorium dat de VS na de Vrede van Parijs had verkregen, met de Northwest Ordinance, werden langzaam maar zeker verkend door pioniers en er werden nederzettingen gevestigd. In respectievelijk 1792 en 1796 werden Kentucky en Tennessee opgenomen in de Unie en in de eerste jaren van de 19e eeuw kwamen daar diverse staten bij.
In de buitenlandse politiek probeerde Jefferson de VS neutraal te houden tijdens de vele conflicten tussen Groot-Brittannië en Frankrijk. Hij tekende de wet die handel met beide landen verbood. Een van de redenen hiervoor was om de Britten te dwingen om te stoppen met het hinderen van het handelsverkeer voor de Amerikaanse oostkust. Het idee hierachter was dat de Engelsen afhankelijk waren van voedselimport vanuit de VS. Het resultaat was echter een ernstige neergang van de Amerikaanse landbouwsector terwijl Engeland andere importbronnen voor voedsel vond.
Indian Removal Eén reden voor de aankoop was de zogenoemde Indian Removal: het verdrijven van indianen naar het aangeworven land, om hen te 'civiliseren' door ze aan landbouw en handel te laten deelnemen en daarmee in de Amerikaanse economie te integreren. De indianen vormden 8/9 van de bevolking ten westen van de Appalachen. Pogingen om hen af te kopen leidden tot verzet van indianen die niet van zins waren hun traditionele levensstijl op te geven, te buigen voor het Amerikaanse kapitalisme en hun eigen land van blanken te kopen.
In 1813 kwam het tot een uitbarsting toen georganiseerde indianen, de Red Sticks, Fort Mims aanvielen en 250 slachtoffers maakten. Amerikaanse troepen onder leiding van de latere president Andrew Jackson reageerden moeizaam: ondanks Jacksons belofte van vrije plundering stak muiterij meer dan eens de kop op. Pas in 1814 werden de opstandige indianen onderworpen in de Slag bij Horseshoe Bend, waar een leger van 1000 Creek gedecimeerd werd. Deze overwinning was vooral te danken aan geallieerde Cherokee. Na de overwinning begonnen Jackson en zijn vrienden de beste grond van de Creek, inclusief dat van Creek die aan hen gelieerd waren geweest, onderling te verdelen. De Creek, aldus Jackson, "vroegen om een afranseling". Het verdrag van 1814 dat de overwinning bezegelde, verdeelde het overige land van de indianen onder hen, en maakte een einde aan hun eeuwenoude traditie van gemeenschapsbezit.
Aanloop tot oorlog De handelsoorlog tussen Frankrijk (het Continentaal stelsel) en het Verenigd Koninkrijk (Orders in Council (1807) tijdens Napoleontische oorlogen en de twist over het burgerschap van zeelui, volgens de Britten was het geboorteland bepalend, volgens de Amerikanen het land van keuze, lag aan de basis van het conflict. Meerdere malen werden schepen die onder Amerikaanse vlag voeren onderschept door de Royal Navy, die onder andere op zoek waren naar deserterende Britse onderdanen en ook om de handelsblokkade tegen Frankrijk kracht bij te zetten. Het Chesapeake–Leopard incident in 1807 was de druppel die de emmer deed overlopen. De USS Chesapeake werd aangevallen en drie Amerikanen sneuvelden en meerdere personen werden door de Britten gevangengenomen. Na het falen van de economische tegenmaatregelen van Jefferson, de Embargo Act, nam de roep om oorlog toe. Behalve de vernederingen van de vlag op zee waren ook de nog steeds aanwezige Britse troepen in Amerika een doorn in het oog van veel Amerikanen, alsmede de Britse steun voor opstandige indianenstammen die westerse pioniers en hun nederzettingen regelmatig aanvielen. Ook werd een oorlog gezien als een mogelijkheid om alsnog Canada in te nemen. In 1810 werden veel oorlogshaviken in het Congress gekozen. Op 1 juni 1812 zag de twee jaar eerder gekozen president James Madison zich genoodzaakt om een oorlogsverklaring aan het Congres te vragen en op 18 juni hadden beide kamers van de volksvertegenwoordiging hiermee ingestemd.
Oorlog van 1812 De eerste gevechten waren in Michigan waar Britse troepen vanuit Canada binnenvielen. Tot driemaal toe probeerden Amerikaanse troepen Canada binnen te vallen maar alle pogingen hiertoe strandden uiteindelijk. Het gebied rondom Detroit en de Grote Meren was een hevig strijdtoneel en in 1813 staken Amerikaanse troepen York, het latere Toronto, in brand. Hoewel de gevechten te land veelal in Brits voordeel werden beslist, was de Amerikaanse marine verrassend goed opgewassen tegen de Britse en waren de Amerikanen op de Grote Meren superieur.