Aloisius (Wies) Cesar Antoon Moens (Sint-Gillis-bij-Dendermonde, 28 januari 1898 – Geleen, 5 februari 1982) was een Vlaams letterkundige en een activist binnen de Vlaamse Beweging.
Levensloop Moens werd te Dendermonde geboren als zoon van een bakker. Hij was het enige kind van Karel "Charles" Moens en Johanna Moreels. Hij liep school aan het Heilige Maagdcollege in Dendermonde. Daar kwam hij onder invloed van de Vlaamse Beweging via studentengilde "Jong maar moedig" en via de "Vlaamsche Bond".125 jaar geleden werd Wies Moens geboren, 't Pallieterke, 26 januari 2023
Van 1916 tot 1918 studeerde hij Germaanse filologie aan de door de Duitse bezetter vernederlandste universiteit van Gent. Hij werd na de Eerste Wereldoorlog wegens zijn rol als activist tot een gevangenisstraf van vier jaar en een geldboete veroordeeld. De Vereniging van Vlaamse letterkundigen verzocht om zijn vrijlating, en Vlaamse intellectuelen stuurden een petitie rond. Op 5 maart 1921 kwam Moens vrij onder voorwaarden. Hij vervulde zijn dienstplicht en trad in 1922 in het huwelijk. Wies Moens kreeg daarna bekendheid als een gewaardeerd spreker, vertaler en dichter. Zijn expressionistische gedichten verschenen in het tijdschrift Ruimte, waarin ook Paul van Ostaijen publiceerde. Met Van Ostaijen had hij kennisgemaakt dankzij de tijdschriften Aula en De Goedendag. Daarnaast was hij actief als secretaris van het Vlaamsche Volkstooneel, en als journalist.
In zijn vroege werken koesterde Moens de verwachting van een betere samenleving, die zou steunen op internationale solidariteit, pacifisme, religieuze waarden en sociale gelijkheid. Opvallend is dat zijn lyriek hier nooit bitterheid toont. Zo is het hoofdthema van De Boodschap (1920) zijn liefdevol vertrouwen in God en de mensen.
Moens werd in 1926 politiek actief in de Vlaamse Frontpartij. Zijn politieke voorkeur beïnvloedde daarna zijn literair werk. De neerlandicus Fernand Lodewick verwoordde het als volgt: "Wies Moens' ijveren voor de Grootnederlandse gedachte ging gepaard met een groeiende voorkeur voor een fascistische levenshouding, waardoor zijn latere 'verzen' verwerden tot politieke pamfletten." (1955/1973): Literatuur: geschiedenis en bloemlezing. Deel 2, 27e druk (1973), p. 207. Voor de algemene verkiezingen van 1929 was hij kandidaat in het arrondissement Gent-Eeklo, maar werd niet verkozen. In 1928 stichtte hij mee het Algemeen Vlaams Nationaal Verbond en in 1931 was Moens een van de oprichters van het fascistische Verbond van Dietse Nationaal-Solidaristen (Verdinaso). In 1934 stapte hij uit deze beweging omdat het Verdinaso met de 'nieuwe marsrichting' ook Walen en Luxemburgers wilde opnemen. Hij werd een onafhankelijk theoreticus van het nationalisme, en publiceerde in het door hem opgerichte tijdschrift Dietbrand.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog stelde hij zich bij het begin van de bezetting kandidaat om inspecteur van de openbare bibliotheken te worden: een goed betaalde job die veel vrije tijd liet. Hij kreeg de steun van de Duitsers, maar secretaris-generaal Marcel Nyns verzette er zich tegen en benoemde Gerard Walschap op de te begeven functie. Moens werd toen directeur van de Nederlandstalige uitzendingen van de door de Duitse bezetter in het leven geroepen Zender Brussel. Eind 1943 diende hij zijn ontslag in omdat de zender steeds meer onder invloed kwam van de Algemeene SS-Vlaanderen en van de DeVlag.
In 1947 werd hij bij verstek ter dood veroordeeld wegens collaboratie met Duitsland. Na enkele jaren ondergedoken te leven in België vluchtte hij in 1947 naar Geleen in Nederlands Limburg waar hij de rest van zijn leven doorbracht. In zijn geschriften bleef hij zich afzetten tegen alle autoriteiten die de Vlaamse beweging vijandig gezind waren. Hij werd in Geleen directeur van de Volkshogeschool en leraar Nederlandse letterkunde in een college. In 1968 weigerde hij principieel gebruik te maken van de genademaatregel. Hij bleef tot zeer hoge leeftijd poëzie schrijven.FRANK VAN LAEKEN, ETIENNE VERHOEYEN, Lexicon Politieke & Jeugd Kollaboratie, De Kollaboratie / België in de Tweede Wereldoorlog BRT-Instructieve Omroep Hij ligt begraven op het kerkhof van Neerbeek onder een grafsteen, geïnspireerd op het Heldenhuldezerkje ontworpen door Joe English, die moet herinneren aan de Eerste Wereldoorlog.
Wies Moens trouwde in 1922 met Margareta Tas, maar het huwelijk bleef kinderloos. Zijn twee bekende peetkinderen zijn Vlaams Belangpolitica Marijke Dillen en de Dendermondse Margareta Vander Cruyssen (familie en genoemd naar zijn echtgenote).
Vormingsinstituut Op 27 juli 1983 werd het Vormingsinstituut Wies Moens gesticht, gericht op studie en vorming in het algemeen, en op het bevorderen van de studie van Moens en zijn werken in het bijzonder. De voornaamste stichter en gangmaker was Edwin Truyens, advocaat en actief in allerlei Vlaamse organisaties.
Bibliografie 1918 - Gedichten 1920 - Celbrieven. Derde vermeerderde definitieve uitgave, 1923 (Digitale versie) 1920 - De boodschap 1921 - De tocht 1921 - Verzen 1921 - Opgangen 1923 - Landing 1930 - Poëzie, 1919-1925 1933 - Een vlag waait open ... Spreekkoor bij gelegenheid van den 2n Landdag van het Verdinaso, 1933 1935 - Golfslag 1935 - Lodewijk Dosfel herdacht (Digitale versie) 1938 - De dooden leven. René De Clercq, Lodewijk Dosfel, Oscar de Gruyter en Karel van den Oever herdacht (essay) 1938 - Het vierkant 1939 - Nederlandsche letterkunde van volksch standpunt gezien 1940 - Dertig dagen oorlog (proza) (Digitale versie) 1942 - Onze volksche adel 1944 - De spitsboog (essays) 1944 - Het spoor 1948 - Brief aan Brueghel 1963 - De verslagene 1966-1970 - Het activistisch avontuur en wat erop volgde 1968: Gedichten, 1918-1967, 1968. 1969, 1970, 1972, 1973: Proza 1977 - Liederen, leeft!. Bloemlezing uit de beste gedichten van René De Clercq 1996 - Memoires 2019 - Expressionistisch dichtwerk
Vertalingen 1924 - S. Franciscus van Assisi. Vert. van: St. Francis of Assisi door G.K. Chesterton, 1923 (Digitale versie) 1929-1930 - Van Sint Franciscus. Negen taferelen uit het leven van de poverello, door Laurence Housman. 4 delen. Utrecht, De Gemeenschap 1930 - De danser van Onze Lieve Vrouw. Een klein mirakelspel. Vert. van: Der Tänzer Unserer Lieben Frau door F.J. Weinrich 1936 - De klucht van den gestrafte met den koorde. Mirakelstuk in drie bedrijven. Vert. van: Le miracle du pendu pendu door Henri Ghéon (Digitale versie) 1938 - Kalewala. Het epos der Finnen. Vert. van Kalewala, taikka Wanhoja Karjalan Runoja Suomen kansan muinoisista ajoista door Elias Lönnrot, naar de Duitsche bewerking van Arthur Luther 1943 - Hölderlin, 1770-1843. Tien gedichten
Literatuur W. NOË, Wies Moens. De ontwikkelingsgang van en volksch dichter, z.j. E. VERSTRAETE, Wies Moens, 1973. Jan D'HAESE, Wies Moens, Gent, 1980. E. VERSTRAETE (red), Wies Moens, 1898-1982, Gedenkboek, 1984. Fernand BONNEURE, Wies Moens, in: Brugge Beschreven, Hoe een stad in teksten verschijnt, Tielt, Elsevier, 1984. Mathieu RUTTEN en Jean WEISGERBER (red.), Van Arm Vlaanderen tot De voorstad groeit: de opbloei van de Vlaamse literatuur van Teirlinck-Stijns tot L.P. Boon (1888-1946), Antwerpen, 1988. Olav MOENS & Yves T'SJOEN, Wies Moens, in: Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt, Lannoo, 1998.
Externe links Biografie bij Vlaamse Schrijvers
Olaf MOENS, Yves T'Sjoen, Wies Moens, in: Encyclopedie van de Vlaamse beweging, 2023.
Categorie:Frontpartij-politicus Categorie:Belgisch collaborateur in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Belgisch fascist Categorie:Vlaams activist (Eerste Wereldoorlog) Categorie:Vlaams dichter Categorie:Belgisch literatuuronderzoeker Categorie:Vlaams schrijver Categorie:Groot-Nederland