Aššur-nērārī II, geschreven als maš-šur-ERIM.GABA (=DÁḪ), "(de god) Aššur is mijn hulp," was koning van Assyrië, de 68e op de Assyrische Koningslijst, ca. 1424–1418 v.Chr, aan het einde van de Oud-Assyrische periode. Aššur was niet meer dan een kleine stadstaat die een vazal van het Mitanni-rijk was en bezig te herstellen van de plundering onder Šauštatar.
Aššur-nērārī II was de zoon van zijn voorganger IIlil-nāṣir II. Volgens de Khorsabad KoningslijstKhorsabad Kinglist, tablet IM 60017 (excavation nos.: DS 828, DS 32-54), iii 3. regeerde hij zeven jaar maar de overeenkomstige kolommen op de Nassouhi- en SDAS-versie zijn beschadigd. Een juridische tekst textKAJ 174. van Aššur dateert tot het eponiem van Ber-nādin-aḫḫe, zoon van Aššur-nērārī, opperrechter en een andereKAJ 8. vermeldt de getuige Šamaš-kidinnu, zoon van Ibaši-ilu, zoon van Ber-nādin-aḫḫe, opperrechter. De titel en de genoemde genealogie doen vermoeden dat Ber-nādin-aḫḫe weleens een niet op de koningslijst vermelde opvolger van Aššur-nērārī geweest kan zijn.
Voor zover we weten werd Aššur-nērārī II opgevolgd door zijn zoon Aššur-bēl-nišešu.
Inscripties
Categorie:Koning van Assur Categorie:Persoon in de 15e eeuw v.Chr.