Machiya (Japans: 町家 of 町屋) betekent respectievelijk ‘stadhuis’ of ‘stadswinkel’, afhankelijk van de gebruikte kanji. Machiya in Kyōto worden vaak ook Kyōmachiya (京町家 of 京町屋) genoemd. Ze stonden model voor machiya in de rest van Japan. Kyōmachiya zijn traditionele houten stadhuizen in Kyōto die werden gebouwd door koopmannen en vallen onder de categorie van Minka. De kyōmachiya werden door de koopmannen gebruikt als winkel en woonhuis of verhuurd. De oorsprong van de kyōmachiya ligt in de Heianperiode (794-1185).

Ontstaansgeschiedenis De kyōmachiya zijn niet spontaan ontstaan, maar hebben een lang proces van ontwikkelingen ondergaan. De totstandkoming begon in huizen van de Heianperiode. Vervolgens evolueerden deze huizen verder gedurende de Kamakura- en Muromachiperiode. Vanaf de zestiende eeuw kwamen de ontwikkelingen op gang die de kyōmachiya vormden tot de huizen die nu nog te vinden zijn in Kyōto.

Voorlopers Kleine bouwwerken afkomstig uit de Heianperiode die woning en werk combineerden staan aan de herkomst van de latere kyōmachiya. Zulke bouwwerken waren bijvoorbeeld hutjes, waarin het gewone volk leefde of kleine winkels met de naam misedana. De typische structuur van zo’n gebouw was dat van een rijtjeshuis met een puntdak van houten planken, verdeeld in twee ruimtes. Het ene deel had een aarden vloer, genaamd dōma. Het andere bevatte een houten vloer, genaamd itajiki (板敷き).

In de Kamakuraperiode kwamen de kooplieden en de ambachtsmannen meer op de voorgrond en rijke stedelingen kregen het recht om land te bezitten. Als gevolg hiervan maakten de woonblokken met rasterpatroon plaats voor straten vol met smalle rijtjeshuizen en later ook met grote winkels. Aan de achterkant van de gebouwen werden de ruimtes gebruikt als gemeenschapsplekken, bijvoorbeeld voor waterputten of om wasgoed te drogen. Daarbij kwamen er aan de achterkant ook kura, hanare en kleine ommuurde groentetuintjes. Om makkelijk aan de achterkant van het gebouw te geraken, werden er steegjes (roji/sukiya tsuuro) aangelegd die van de straat naar de achterkant van de huizen liepen.

Ontwikkelingen Aan het einde van de Muromachiperiode werden tuinpaviljoenen een algemeen onderdeel van de machiya.Deze paviljoenen hebben tegenwoordig verschillende namen. Een daarvan is oku no zashi, wat 'kamer aan de onderkant' betekent. De andere twee namen zijn hanara zashi, 'losstaande kamer', en chanoyu zashiki, 'thee kamer'. Vaak hadden deze paviljoenen een haard voor het bereiden van thee.

De paviljoen ontwikkelde zich door de tijd heen tot het tweede belangrijkste gebouw binnen de kyōmachiya als ontvangstkamer. Dit kwam door de groei van de populariteit van theeceremonies bij rijke kooplui.Het verschil tussen buiten en binnen en dus publiek en privé groeide met de komst van de paviljoenen (zie meer hierover hier). Alle zakelijke dingen gebeurden vooraan in het gebouw, alle activiteiten voor plezier gebeurden nu achter in de tuin in de paviljoenen. Dit contrast werd bevorderd door de lange smalle stukken grond waarop de machiya stonden. Het bouwen van een oku mune tegen de achterkant van het hoofdgebouw werd gebruikelijk aan het einde van de zestiende eeuw. Zo werd de kyōmachiya groter gemaakt door in de diepte te bouwen, maar dit vereiste een aanpassing van de indeling van de kamers. Het steegje dat naar de open plek achter het huis liep, veranderde langzaam in een decoratieve strook tuin, de tsubo-niwa.

Door de economische voorspoed tijdens de Tokugawa-periode was er niet langer een groentetuintje nodig. Dus werd deze omgevormd tot een decoratieve tuin om te voldoen aan de eisen van de bovenlaag van de samenleving. De laatste algemene ontwikkeling die de kyōmachiya onderging, was de constructie van ontvangstruimten op de bovenverdieping. Deze zogenaamde nikai zashiki werden een standaard onderdeel van de machiya vanaf de achttiende eeuw.

Kenmerken Omdat kyōmachiya veel gemeenschappelijke elementen hebben, lijken veel kyōmachiya van de buitenkant sterk op elkaar. Ook aan de binnenkant hebben kyōmachiya ongeveer dezelfde indeling. De verschillende kamers in de kyōmachiya zijn in te delen in twee groepen: se openbare en de privékamers. Aan de achterkant van het gebouw zijn er naast de tuin vaak opslagplaatsen.

Voorkant Een van de kenmerken van kyōmachiya is de smalle voorgevel. Vroeger gebeurde taxatie aan de hand van de grootte van de voorgevel. Daarom zijn veel kyōmachiya heel smal. Nog een kenmerk voor de buitenkant van kyōmachiya is de mushiko mado (虫籠窓, letterlijk 'insectenkooi raam')De naam mushiko mado komt van mushi kago. Dit waren kooien waarin men insecten hield. Omdat de structuur van demushiko mado erg op het tralies van de mushi kago lijkt, is het hiernaar vernoemd. (zie externe links) Dit is een raam dat langs de gevel van de tweede verdieping loopt. Dit raam zorgt er onder andere voor dat men wel naar buiten kan kijken maar niet naar binnen en men niet kan inbreken. Ook zorgen ze door de kieren voor een ventilatie van het huis. De ramen op de eerste verdieping worden beschermd door kōshi. De ramen worden dan ook kōshi mado (格子窓) genoemd. De kōshi is een houten traliewerk dat zo veel mogelijk licht binnen laat en toch de privacy beschermt. Met festivals kon de kōshi worden weggehaald om de langskomende processies te bekijken.

Op het dak staat vaak een beschermingsbeeldje, de Shoki-san. Aan de Shoki-san zijn twee anekdotes verbonden. De eerste is die van de oorsprong van Shoki-san. Hij komt oorspronkelijk uit China. Op een dag was een Chinese keizer ziek. Hij had toen een droom over Shoki die de schatten van de keizer beschermde tegen demonen. toen de keizer wakker werd was hij weer beter. Sindsdien werd geloofd dat Shoki een beschermer was. De tweede anekdote verklaart het gebruik van de Shoki-san op de daken van machiya. In de Edo-periode lagen er vaak 'demonen dakpannen', onigawara, op het dak van de machiya. Toen op een dag de vrouw van een koopman naar de onigawara keek op het dak van het huis aan de overkant van de straat werd ze plots ziek. Geen medicijn of iets anders maakte haar beter. Mensen in de buurt begonnen te zeggen dat het kwam door de onigawara. Tot er een dokter kwam met het voorstel om een Shoki pop op haar dak te zetten. Hij had van het verhaal van de Chinese keizer gehoord en liet een Shoki beeldje maken. Toen ze het Shoki-beeldje plaatsen op het dak tegenover die van de onigawara, werd de vrouw weer beter. Sindsdien wordt Shoki-san geplaatst op boven de deur van machiya.

De onderkant van de voorgevel wordt door een inuyarai (犬矢来)beschermd tegen voorbijgangers. Met voorname tegen honden die hun behoefte willen doen, vandaar dat het Japanse woord voor hond, inu, erin staat. De inuyarai is een gebogen bamboehek dat naast het beschermen tegen honden meerdere functies heeft. Andere voorbijgangers die de inuyarai weert zijn mensen die proberen tegen de machiya aan te hangen. Het hek maakt het ook moeilijk voor inbrekers om de muren te beklimmen. De laatste functie is de bescherming tegen opspattende regen vanaf de weg, zodat de muren niet vies worden.

Binnenshuis Net als andere Japanse huizen hebben de kamers in machiya meerdere functies en kunnen ze verdeeld worden door schuifdeuren. Vaak waren de kamers aan de straatkant bedoeld als winkel en de kamers van achter om in te leven. De kamers zijn bovendien verhoogd ten opzichte van de grond om zo de hitte buiten te houden en het rotten van het hout te voorkomen. Langs de kamers loopt de toriniwa, een stenen of aarden gang die van voor tot achter door de machiya loopt. Dankzij de toriniwa kon men dus door het huis lopen zonder op de verhoogde vloer van het huis te komen. De keuken ook staat in de toriniwa. Boven de toriniwa is er vaak een open ruimte zodat de rook van het fornuis het gebouw kan verlaten, deze ruimte heet hibukuro (火袋). Ook functioneert de hibukuro als raam voor extra lichtinval. De haard van de keuken werd okudosan genoemd, dit was een traditionele haard die met hout werd gestookt.

Om het huis te beschermen tegen vuur werden talismannen vlak bij de oven geplaatst. Deze komen van de Atago-schrijn. Ook vandaag de dag worden ze gebruikt.

Boven de okudosan is er vaak een plank waar de geluksgod Hotei is geplaatst. Hotei staat symbool voor goede zaken en elk jaar in februari moet bij de schrijn Fushimi Inari-taisha een nieuwe Hotei-beeldje worden gehaald.

De kamer van de winkel (misenoma 店の間 of kort mise 店) is ofwel een verhoogde kamer van tatami matten ofwel een aarden of stenen vloer, afhankelijk van het soort winkel. Om gasten te ontvangen is er nabij de mise de genkan (玄関).In Japan wordt het woord genkan nog altijd gebruikt voor de inkomsthal van een huis. Hier moet men voor het binnenkomen de schoenen uitdoen en dus geeft de genkan een sterke scheiding tussen het vieze buiten en het schone binnen. Daarnaast geeft het ook een scheiding tussen de publieke ruimte van de mise en de privéruimtes van het huis. Soms is er ook een tsuboniwa, een kleine tuin binnen de grenzen van het huis. Die bevindt zich achter de genkan met als functies het verschaffen van meer lichtinval, schoonheid en waterafvoer. Ook is er een kamer om belangrijke gasten of het hoofd van het gezin te ontvangen. Die okuzashiki (奥座敷) is gesitueerd aan de achterkant van de machiya. Die kamer heeft als enige zicht op de centrale tuin, de senzai of naka niwa. Die tuin bracht licht en een mooie, formele uitzicht.

In een van de privé-ruimtes bevond zich ook een trap naar de bovenverdieping. Deze was vaak verborgen achter schuifdeuren omdat de trap niet werd gezien als decoratie. Een populaire trap was een trap die lades bevatte voor extra bergruimte Deze werd de Hakokaidan (箱階段) genoemd. Zeker armere families zonder een kura hadden vaak een hakokaidan in hun machiya. Zo werd alle ruimte optimaal benut en konden ze hun belangrijke spullen opbergen. De hakokaidan was een losstaande trap, zoals een kast maar met treden, zodat wanneer nodig de koopman deze trap mee kon nemen op zijn rug. Ze waren dan ook van licht hout gemaakt. In tegenstelling tot vroeger worden de hakokaidan tegenwoordig wel als decoratie gezien en zijn er veel westerse verzamelaars van deze 'kasttrappen'.

Achterkant Buiten het huis, aan de achterkant, is er vaak een (of meerdere) kura. Dit is een opslaghuisje van meestal twee verdiepingen. De kura was vooral voor rijke mensen. Het had dikke muren en weinig ramen om te beschermen tegen vuur. Vanwege de vochtige, warme lucht in Kyōto horen de deuren en ramen horen open te staan om door te luchten. De muren zijn van zeer dikke lagen klei gemaakt en duren dus lang om te drogen. Daardoor duurt het lang om een kura te bouwen. De kura werd vooral gebruikt om de familieschatten in te bewaren, zoals kimono's, meubels en erfstukken. In geval van nood werden andere belangrijke dingen ook in de kura gestopt en werden de kieren dichtgemetseld om deze volledig af te sluiten van rook en vuur. Soms is er naast een kura een hanare aanwezig. Dit gebouw dient als ondergeschikte residentie.

Scheiding publiek en privé De scheiding van publiek en privé is bij machiya heel belangrijk, zoals eerder beschreven. De overgang van de openbaar naar particulier is dan ook in de ruimte duidelijk aanwezig; van mise naar kura. De openbare ruimtes en die van dagelijkse activiteiten zijn het dichtst bij de straat geplaatst en het makkelijkst vanaf de straat te bereiken. Dit zijn onder andere de winkel, de keuken en het steegje. Weliswaar waren deze ruimtes binnen, ze werden toch als buitenruimtes gebruikt. Men moest hier zijn buitenschoenen dragen. Dit waren origineel dan ook plaatsen met een aarden vloer. Stenen opstapjes worden gebruikt tussen de buiten- en binnenvertrekken. Deze opstapjes staan in Japan al honderden jaren symbool voor het verschil tussen binnen en buiten, publiek en privé.