De Slag bij Balaklava was een veldslag op 25 oktober 1854 in de Krimoorlog.

De geallieerden onder de Britse FitzRoy Somerset, 1st Baron Raglan en de Franse François Certain Canrobert hadden hun troepen opgesteld ten zuiden van Sebastopol om die Russische marinehaven te belegeren. De Fransen bezetten Kamysj op de westelijke kust en de Britten zaten in de zuidelijke haven van Balaklava. Raglan had te weinig om de flank af te dekken en de Russische generaal Pavel Liprandi bereidde met 25.000 man een aanval op Balaklava voor om de belegerende troepen af te snijden van de Britse basis.

De slag begon met een aanval van Russische artillerie en infanterie op de Ottomaanse redoutes rond Balaklava. Daarop viel de Russische cavalerie aan, maar de Thin Red Line van het Schotse 93e Highland Regiment hield stand en sloeg de aanval terug. De zware brigade van generaal James Yorke Scarlett voerde een tegenaanval uit. Een verkeerd begrepen bevel van Raglan leidde tot de Charge van de Lichte Brigade, waarbij de Lichte Brigade verloren ging.

Achtergrond De Britse en Franse vloten waren op 5 september 1854 uit de Bulgaarse haven Varna vertrokken naar de Kalamita-baai op de Krim. Op 14 september landden de troepen en in vier dagen waren 61.400 soldaten, 1.200 ruiters en 137 kanonnen aan land gezet. 53 kilometer zuidelijker, achter de rivieren Boelganak, Alma, Katsja en Belbek, lag de Russische marinebasis Sebastopol. Generaal Aleksander Sergejevitsj Mensjikov stelde zijn verdediging op aan de oever van de rivier Alma, maar werd op 20 september verslagen in de Slag aan de Alma. Tsaar Nicolaas I was verbijsterd.

De Franse bevelhebber Saint-Arnaud wilde eerst rusten en dan pas de achtervolging inzetten. De Britse bevelhebber FitzRoy Somerset wilde eerst de doden begraven en de gewonden afvoeren. Zo kon Mensjikov met zijn leger Sebastopol bereiken.

In de ochtend van 23 september zette het geallieerde leger zich weer in gang en stak het de rivier Katsja over. Het oorspronkelijk plan voorzag in een oversteek van de rivier Belbek en dan een aanval op de noordelijke delen van Sebastopol. Schepen hadden echter gemeld dat het sterfort versterkt was. John Fox Burgoyne van de genie stelde daarop een aanval vanuit het zuiden voor. Saint-Arnaud ging akkoord en zo moesten de geallieerden rond Sebastopol trekken.

Op 24 september trok Mensjikov met zijn leger uit Sebastopol naar Bachtsjisaraj en Simferopol. Hij liet de admiraals Vladimir Kornilov en Pavel Nachimov achter met een garnizoen van 18.000 matrozen en mariniers om Sebastopol te verdedigen. Door die uitval kon Mensjikov bevoorrading vanuit Rusland ontvangen en versterkingen uit Odessa of Kertsj krijgen en de flank van de belegeraars aanvallen. Mensjikov rukte op naar het oosten, terwijl de geallieerden naar het zuiden oprukten. De hitte was ondraaglijk, er was weinig water en er brak cholera uithttp://www.allworldwars.com/Balaclava%20and%20the%20Sevastopol%20Inquiry.html.

Op 25 september stootte Raglan bij de boerderij van de Schotse admiraal MacKenzie op terugtrekkende Russen. Tegen de 26e bereikte Raglan het dorp Kadykoj. Diezelfde dag droeg de zieke Saint-Arnaud het bevel over aan François de Canrobert.

Geallieerde opstelling thumb|FitzRoy Somerset, 1st Baron Raglan, Brits opperbevelhebber met geamputeerde arm. Het oorspronkelijk plan voorzag erin, dat de Fransen het kleine Balaklava zouden bezetten en dat de Britten de westelijke havens Kazatsj en Kamysj zouden innemen. Canrobert bood de Britten de keuze en admiraal Edmund Lyons raadde Raglan aan om Balaklava te kiezen. De afstand tussen Balaklava en de Britse belegeraars van Sebastopol bedroeg 9,5 km en de winter kwam eraan.

George Cathcart bevelhebber van de 4e Infanteriedivisie bepleitte bij Raglan een bestorming en schreef op 28 september: “Ik ben zeker dat ik binnen geraak met weinig verliezen.” Burgoyne stelde een belegering voor en Canrobert steunde hem.

Russisch plan thumb|Aleksander Sergejevitsj Mensjikov. Terwijl de geallieerde kanonnen Sebastopol bestookten, rukten Russische reserves op naar de Krim. Vooraan kwam de 12e infanteriedivisie onder generaal Pavel Liprandi, die met regimenten uit Azov, Dnjepr, Oekraïne en Odessa en vier batterijen artillerie uit Bessarabië kwam. Mensjikov liet ze de geallieerde achterhoede aanvallen vanuit Tsjorgoen en dan oprukken naar Balaklava.

Balaklava was kwetsbaar. Raglan kon moeilijk Sebastopol belegeren en de oostelijke flank dekken. Hij had veel mannen verloren in de slag aan de Alma en velen waren uitgeput of ziek van cholera. Met zijn versterkingen had Mensjikov 65.000 man op het terrein. Nog andere versterkingen waren onderweg, maar Mensjikov stond onder druk van tsaar Nicolaas I om de geallieerden aan te vallen.

In de vroege ochtend van 18 oktober viel luitenant-kolonel Rakovitsj het dorp Tsjorgoen aan met drie bataljons infanterie, 200 kozakken en vier kanonnen. Vanuit Tsjorgoen konden Liprandi, Rakovitsj en Semjakin de vooruitgeschoven geallieerde redoutes zien.

Op 23 oktober had Liprandi 16.000 man en 64 kanonnen. De linker colonne onder generaal-majoor Gribbe moest de rivier Tsjorna oversteken en oprukken naar het dorp Kamara. De middelste colonne onder generaal-majoor Semjakin was in twee verdeeld. Semjakin voerde de linkervleugel aan en leidde zijn troepen vanaf Tsjorgoen naar het zuiden om de heuvel van Canrobert en redoute nr. 1 aan te vallen. Generaal-majoor Levoetski moest met de rechtervleugel de meer westelijke redoute nr. 2 aanvallen. De rechtse colonne onder kolonel Skjoederi moest de Tsjernaja rivier oversteken langs de Tractir brug en dan naar het zuiden trekken door de Fedjoekin hoogvlakte en door de noordelijke vallei om redoute nr. 3 aan te vallen. De cavalerie onder luitenant-generaal Ryzjov zou de aanval steunen. 4.500 man en 14 kanonnen onder generaal-majoor Zjabokritski dekten de rechterflank van Liprandi. Eens de redoutes veroverd moest Zjabokritski de Fedjoekin hoogvlakte bezetten.

Stille opmars van Lipradi Op 25 oktober om 5.00 uur marcheerde Liprandi in stilte naar de valleien van Balaklava. Kapitein Alexander Low van de 4e Queen's Own Hussars bemerkte de Russische kozakken als eerste en sloeg alarm, zodat de mannen van Kamara naar de nabije redoute konden vluchten. Achter de kozakken en ulanen kwam Gribbe met zijn artillerie. Hij liet meteen zijn tien kanonnen opstellen op de hellingen ten westen van Kamara met vrij zicht op redoute nr. 11 op de heuvel van Canrobert.

Lucan ging bij zonsopgang de redoutes inspecteren met Lord George Paget, Lord William Paulet en majoor Thomas McMahon. Toen ze bij de heuvel van Canrobert kwamen, zagen ze twee seinvlaggen die op de komst van de Russen wezen.

Artillerieduel en inname van de redoutes De Ottomaanse kanonnen van redoute nr. 1 op de heuvel van Canrobert vuurden om 6.00 uur op de Russen. Lucan zond kapitein Charteris naar Raglan om te melden dat de redoutes aangevallen werden. Charteris kwam rond 7.00 uur aan, maar het hoofdkwartier had het gebulder van de kanonnen al gehoord. Lucan reed terug naar Kadikoi om te overleggen met Colin Campbell verantwoordelijk voor de verdediging van Balaklava. De twee waren het eens, dat dit geen afleidingsmanoeuvre betrof. Campbell mobiliseerde zijn 93e regiment Highlanders en Lucan reed terug naar de cavalerie. Lucan liet de lichte brigade waar ze was en stuurde de zware brigade naar de redoutes.

Gribbe beschoot redoute nr. 1 en de Russische colonnes onder Levoetski, Semjakin en Skjoederi bewogen in de noordelijke vallei. Kapitein George Maude stelde zijn twee kanonnen van twaalf pond met een bereik van 1000 m en zijn vier kanonnen van zes pond op tussen de redoutes. De Russische artillerie van luitenant Postikov beschikte over zwaardere kanonnen van 18 pond met een groter bereik van 1645 m. Maude raakte zwaargewond en zijn troepen trokken zich terug.

Toen de Britse artillerie terugtrok bestormde Semjakin om 6.00 uur redoute nr. 1 aan het hoofd van drie bataljons van Azov onder kolonel Kroedener. De Ottomanen op de heuvel van Canrobert boden weerstand, maar om 7.30 uur was redoute nr. 1 in Russische handen. Het regiment uit Oekraïne onder kolonel Doednitski-Lisjin viel redoutes nrs. 2 en 3 aan en het regiment uit Odessa onder Skjoederi, rukte op naar redoute nr. 4. De Turken vluchtten nu ook uit die redoutes en de aanwezige Britten maakten de kanonnen onklaar. Om 8.00 uur waren redoutes 1, 2 en 3 in Russische handen en was redoute 4 vernietigd.

Zuidelijke vallei thumb|De Chasseurs d'Afrique onder generaal Armand-Octave-Marie d’Allonville ruimen de Fedjoechin hoogte. Canrobert was om 7.30 uur ingelicht over de Russische aanval en was meteen naar Raglan gereden. Bosquet was gewekt door kanongebulder en had de 2e brigade van de 1e divisie van het Frans leger onder generaal Joseph Vinoy naar Balaklava gestuurd. Ook de 1e brigade onder generaal Espinasse zette zich in gang met haar eigen geschut en de Chasseurs d'Afrique. De Franse 3e divisie werd gealarmeerd en de trekpaarden werden voor de kanonnen gespannen. Raglan had eerst gedacht dat het om een afleidingsmanoeuvre ging, maar zag nu de ernst van de aanval in. Nu de redoutes gevallen waren, stond allen nog de cavalerie van Lucan ter verdediging van Balaklava. Raglan stuurde de Britse 1e divisie onder Prince George, Duke of Cambridge en Cathcarts 4e divisie in het veld.

Om 7.45 uur bereikte de commandant van de lichte brigade, James Brudenell zijn ruiters vanaf zijn jacht in de haven van Balaklava. Raglan nam een stelling in op de Sapoen-hoogte, 200 m boven de vlakte. Raglan wilde zijn cavalerie pas inzetten als er steun van infanterie was en gaf pas om 8.00 uur bevel aan de ruiterij om “terrein links van de redoutes in te nemen”. Dit bevel was dubbelzinnig, maar Lucan begreep het toch juist en reed naar het westen. Om 8.30 uur gaf Raglan zijn tweede bevel en stuurde acht eenheden zware dragonders naar Balaklava. Lucan moest zijn cavalerie dus opdelen en vier van zijn regimenten onder generaal James Yorke Scarlett terugsturen naar de open vlakte bij Kadykoj.

Charge van Ryzjov loopt vast op de thin red line van Campbell thumb|The Thin Red Line door Robert Gibb. Campbells 93rd Highlanders drijven de Russische cavalerie terug. Liprandi stuurde 2000 à 3500 ruiters van Ryzjov in het veld met 16 kanonnen om zijn voordeel te bestendigen. Ryzjov reed met acht eenheden van de 11e huzaren van Kiev en zes eenheden van de 12e huzaren van Ingermanland drie eenheden van het 53e regiment Don-kozakken en van de Oeral-kozakken. De Russische ruiters staken de Tsjernaja over en reden om 9.00 uur door de noordelijke vallei. Ter hoogte van de verlaten redoute nr. 4 draaide Ryzjov naar links omhoog op de zogenaamde Causeway-hoogte aan de Vorontsov-weg. Daar zag Ryzjov de zware brigade naar het oosten rijden terwijl hij in het zuiden de Highlanders en de Ottomanen ten noorden van Kadykoj zag. Ryzjov stuurde meteen 400 huzaren van Ingermanland op de infanterie af. Commandant Colin Campbell van de Highland Brigade stuurde zijn mannen vooruit. Achter hen was enkel Balaklava en de Zwarte Zee. Hij riep:

“Mannen, onthou dat er geen terugtocht is van hier. Jullie moeten sterven waar jullie staan."

Campbell liet geen carré vormen, maar stelde ze twee rijen diep op. Raglan zag alles vanaf de Sapoen-hoogte.

De Britten schoten hun eerste salvo van ver en raakten geen enkele Rus. Een tweede salvo deed de Russen naar links afwijken. Campbell stuurde de 93e compagnie grenadiers onder kapitein Ross naar voor. Die schoten een derde salvo en dit deed de Russen terugtrekken. De Russische bevelhebber redeneerde, dat de dunne lijn van twee rijen infanterie geen charge van cavalerie kon weerstaan en dat er dus nog een grotere macht achter hen moest liggen.

Charge van de Zware Brigade thumb|Charge van de Zware Brigade.