Marcus Junius Brutus (85Cicero, Brut. 324, Velleius Paterculus, II 72.1; , Das Geburtsjahr des M. Brutus, in Hermes 42 (1907), pp. 304-314. Gearchiveerd op 21 juli 2022. – 42 v.Chr.), vaak kortweg aangeduid als Brutus, was een Romeins senator en stoïcijn. Hij is vooral bekend als een van de samenzweerders die op 15 maart 44 v.Chr. een dodelijke aanslag op Julius Caesar pleegden. Eerder had hij in de Slag bij Pharsalus tegen Caesar gevochten aan de zijde van Pompeius, die nochtans zijn vader had vermoord. Na de moord op Caesar leed hij in de Slag bij Philippi als aanvoerder van de legioenen van de "bevrijders" of "republikeinen" een nederlaag tegen de legioenen van Octavianus en Marcus Antonius, waarop hij zelfmoord pleegde.

Leven

thumb|Denarius uit 54 v. Cr. van Brutus ter ere van zijn voorvaders Ahala en Brutus. Brutus was de zoon van Marcus Junius Brutus maior, een legatus van Gnaius Pompeius Magnus maior, en zijn vrouw Servilia Caepionis, de halfzus van Cato minor en (later) minnares van Julius Caesar. Sommige bronnen wijzen op de mogelijkheid dat Caesar zijn echte vader was,Plutarchus, Brutus 5.2; cf. Suetonius, Caes. 50.2, 82.2. maar dit is zeer onwaarschijnlijk aangezien Caesar vijftien jaar oud was ten tijde van de geboorte van Brutus en de affaire met diens moeder ongeveer tien jaar later begon. Cicero deed uitschijnen, dat Servilia Caepionis haar dochter, dus de zus van Brutus, aan Caesar prostitueerde. In 77 v.Chr. liet Pompeius de vader van Brutus vermoorden. Brutus' oom Quintus Servilius Caepio adopteerde hem toen. Brutus nam de naam Q. Servilius Caepio Brutus aan.Cicero, Philipica X 25-26.

Brutus behoorde tot het patricisch geslacht der Brutii. Dit geslacht beroemde zich erop af te stammen van Lucius Junius Brutus, die - volgens de Romeinse traditie - in 509 v.Chr. de gehate koning Tarquinius Superbus verdreven zou hebben en de eerste consul van de Romeinse Republiek was geworden. Die afkomst zou langs de derde, jongste zoon van Lucius Junius Brutus gelopen zijn, want Lucius Junius Brutus had zijn beide oudste zonen laten terechtstellen voor verraad. Zijn moeder Servilia Caepionis stamde af van Gaius Servilius Ahala, die in 439 v.Chr. de tiran Spurius Maelius had vermoord. Toen hij rond 54 v.Chr. monetalis werd, sloeg Brutus een denarius met beeltenissen van deze twee voorouders, waaruit blijkt dat hij prat ging op zijn afkomst.

Begin van zijn politieke carrière In 59 v.Chr. beschuldigde ene Lucius Vettius hem van een samenzwering om Gnaius Pompeius Magnus te vermoorden. Gaius Julius Caesar - die bekendstond als de minnaar van Brutus' moeder - pleitte hem vrij.Cicero, ad Att. II 24.2-4. Er valt ook op te merken, dat diezelfde informant Vettius eerder Caesar had beticht van deelname aan de samenzwering van Catilina. Brutus had een grote eerbied voor zijn oom CatoPlutarchus, Brutus 2.1. en zijn politieke carrière begon toen hij werd aangesteld als diens assistent, tijdens diens gouverneurschap over Cyprus in 58 v.Chr.Plutarchus, Brutus 3.1. Rond deze tijd verrijkte hij zichzelf door geld uit te lenen aan de stad Salamis tegen een rentevoet van 48 procent. Hij keerde als een rijk man terug naar Rome, waar hij Claudia Pulchra maior, een dochter van Appius Claudius Pulcher (consul in 54 v.Chr.) huwde.Cicero, ad Fam. III 4. Vanaf zijn eerste optreden in de Senaat, sloot Brutus zich aan bij de Optimates (de conservatieve factie) tegen het eerste triumviraat van Marcus Licinius Crassus, Gnaius Pompeius Magnus maior en Caesar. Hij had volledig het recht om Pompeius te haten, daar die zijn vader had laten vermoorden in 77 v.Chr., tijdens de vogelvrijverklaringen onder Sulla. Hij klaagde hem daar dan ook voor aan in 52 v.Chr.,Quintilianus, De Institutione oratoria IX 3.95. het jaar waarin hij trouwens ook op de moord van Publius Clodius Pulcher reageerde met het schrijven van een pamflet ter verdediging van Titus Annius Milo.Asconius, Pro Milone (p. 41C).

In 53 v.Chr. werd Brutus quaestor in Cilicië, waar zijn schoonvader gouverneur was en hij in contact kwam met Cicero.Aurelius Victor, de vir. ill. 82.3.

Slag bij Pharsalus thumb|Slagorde van de slag bij Pharsalus. Toen in 49 v.Chr. de burgeroorlog tussen Pompeius en Caesar uitbrak, volgde Brutus zijn oude vijand en toenmalig leider van de Optimates, Pompeius. Aangezien deze zijn vader had laten doden, was het duidelijk dat Brutus eerder de kant van Pompeius koos uit republikeinse overwegingen. Toen de slag bij Pharsalus begon, beval Caesar zijn officieren om Brutus niet in de strijd te doden, maar hem te sparen en om hem gevangen te nemen indien hij zichzelf vrijwillig overgaf en indien hij volhardde in zijn vechten tegen gevangenneming, hem alleen te laten en hem geen geweld aan te doen.Plutarchus, Brutus 5.1. Na de nederlaag bij Pharsalus stuurde Brutus vanuit Larissa aan Caesar een brief waarin hij zich verontschuldigde, waarop deze hem onmiddellijk vergiffenis schonk. Caesar zocht Brutus op en vroeg hem, waarheen Pompeius gevlucht kon zijn. Brutus zei, dat hij wellicht naar Egypte gevlucht zou zijn. Caesar hechtte daar geloof aan en zette koers naar Egypte. Pompeius was inderdaad daarheen gevlucht.

Beschermeling van Caesar Caesar nam hem zelfs op in zijn intieme vriendenkring, art. Iunius (Brutus) (53), in RE X.1 (1917²), coll. 980-981. en stelde hem aan als stadhouder van Gallia Cisalpina (Noord-Italië) toen hij vertrok naar Africa waar Cato en Quintus Caecilius Metellus Pius Cornelianus Scipio Nasica zich hadden teruggetrokken., The Magistrates of the Roman Republic, II, New York, 1952, p. 301. In 45 v.Chr. droeg Caesar hem voor als praetor urbanus., The Magistrates of the Roman Republic, II, New York, 1952, p. 321. Caesar had Brutus ook beloofd dat hij consul zou worden in 41 v.Chr.

In juni 45 v.Chr. scheidde Brutus ook van zijn vrouw Claudia en hertrouwde met zijn volle nicht, Porcia Catonis, de koelbloedige dochter van Cato, weduwe met drie kinderen.Plutarchus, Brutus 13.3; Cicero, Brutus 77, 94. Hij gaf geen reden op waarom hij wilde scheiden, enkel dat hij Porcia wilde huwen.

Samenzwering tegen Caesar Rond deze tijd begonnen vele van de Romeinse senatoren te vrezen voor de groeiende macht van Caesar in de Senaat na zijn benoeming als dictator perpetuus (dictator voor het leven).Cassius Dio, XLIV 8.4. Vgl. Eutropius, Breviarium ab urbe condita VI 25. Caesar ontving senatoren zittend zoals een koning, zonder op te staan. Er was sprake van Caesar tot koning te kronen. Er was een voorspelling, dat de Parthen enkel door een koning konden verslagen worden, dus Caesar kan er daarom naar gestreefd hebben. De zwager van Brutus, senator Cassius overtuigde Brutus om deel te nemen aan de samenzwering tegen Caesar.Cassius Dio, XLIV 12.2. De meesten die Cassius had aangezocht voor een complot tegen Caesar reageerden positief op voorwaarde dat Brutus zou meedoen. Brutus ontdekte ook berichten geschreven op de buste van zijn voorouder Brutus met teksten als "O leefde Brutus nog maar" en "O dat we nu maar een Brutus hadden". Op zijn lessenaar, waar hij als praetor zetelde, stond: "Je slaapt, Brutus" en "Jij bent geen echte Brutus".Cassius Dio, XLIV 12.3. De bustes van Caesar werden door onbekenden met een kroon getooid. Op de buste van Caesar werd geschreven: "Brutus die de koning had buitengegooid, werd consul. Hij die de consuls heeft buitengegooid, wordt koning."Brutus, quia reges eiecit, consul primus factus est. Hic, quia consules eiecit, rex postremo factus est Het eerste doelend op de historische Brutus en het laatste doelend op Caesar. Brutus werd mee in het complot tegen Caesar betrokken in 44 v.Chr..Cassius Dio, XLIV 13.1. Hij zocht nadien nog andere samenzweerders aan, onder meer Albinus. Porcia de vrouw van Brutus kwam erachter in zijn slaap en werd zo de enige vrouw betrokken in het complot.Cassius Dio, XLIV 13; Plutarchus, Brutus 14.4. Ze bracht zichzelf eerst een wonde toe om haar moed te bewijzen.

Er waren al naargelang de bronnen veertig tot zestig samenzweerders. Buiten Cassius en Brutus waren er onder meer:

Servius Sulpicius Galba, Quintus Ligarius, Lucius Minucius Basilus, Publius Servilius Casca en zijn broer Gaius Servilius Casca, Decimus Junius Brutus Albinus, Lucius Tullius Cimber, Caius Trebonius, Caecilius en zijn broer Bucolianus, Rubrius Ruga, Marcus Spurius, Sextius Naso, Minucius Basilus en Lucius Pontius Aquila.

De samenzweerders wilden hun complot op de Iden van maart (15 maart) van datzelfde jaar nog ten uitvoering brengen. Er waren verschillende plannen, onder meer wilden de samenzweerders hem van een brug duwen en hem dan beneden afmaken. Op die dag werd Caesar toen hij naar de senaat wilde vertrekken opgehouden omdat zijn vrouw Calpurnia Pisonis, die in een droom een slecht voorteken had menen te zien, hem probeerde te overtuigen niet uit te gaanPlutarchus, Brutus 15.1. en de samenzweerders vreesden dat hun plannen waren ontdekt.Cassius Dio, XLIV 18.1. De samenzweerder Decimus Brutus overtuigde Caesar om daaraan geen geloof te hechten. En toch volhardde Brutus erin om te wachten op Caesar bij de Senaat, zelfs toen een bode hem nieuws bracht dat hem anders de Senaat had doen verlaten.Plutarchus, Brutus 15.5. Toen Caesar ten slotte naar de Senaat kwam, vielen zij hem aan. Cimber vatte Caesar bij de toga, waarop Caesar uitriep: "Vanwaar dit geweld?". Publius Servilius Casca was volgens overlevering de eerste die Caesar met een slag op diens schouder aanviel, maar Caesar slaagde erin om diens hand tegen te houden.Plutarchus, Brutus 17.5, Suetonius, Caes. 82.2. Caesar gebruikte zijn griffel als wapen en stiet die in de arm van Casca. Die riep daarop in het Grieks zijn broer te hulp. Toen Caesar zag dat Brutus onder de samenzweerders was, bedekte hij echter zijn gezicht met zijn toga en onderging lijdzaam 23 dolksteken.Plutarchus, Brutus 17.6, Suetonius, Caes. 82.2. Volgens Plutarchus over Caesar stak Brutus Caesar in zijn kruis. De samenzweerders vielen met zovelen aan dat zij zelfs elkaar verwondden. Brutus wordt gezegd in de hand te zijn verwond geweest.Plutarchus, Brutus 17.7; Nicolaus van Damascus, Augustus 24.

Et tu Brute? Misschien wel de bekendste uitspraak in verband met Brutus, toegeschreven aan Caesar toen hij Brutus onder zijn moordenaars aantrof, wordt vaak gezegd te zijn: Et tu, Brute? ("Ook gij, Brutus?") Dit is echter een Latijnse vertaling van het Griekse citaat van Suetonius dat door William Shakespeare in zijn Engelstalige toneelstuk Julius Caesar wordt opgevoerd.Julius Caesar III 1.84. Indien Caesar bij zijn dood een toespeling zou hebben gemaakt op zijn relatie met Brutus, zou hij eerder Tu quoque fili mi? ("Jij ook, mijn zoon?") hebben gezegd, of (aldus Suetonius) in het Grieks: (Kai su, teknon?, "Jij ook, kind?"). Het Griekse citaat is overigens aannemelijker omdat de 'edelen' in die tijd Latijn als plat beschouwden en Grieks spraken. Suetonius zelf geloofde eerder dat Caesar stierf zonder iets te zeggen en enkel kreunde onder de dolksteken.Suetonius, Caes. 82.2.

Na de moord op Caesar thumb|400px|Munt waarop Brutus zich laat afbeelden met de symbolen van de moord op Julius Caesar (klik op plaatje voor een uitgebreidere beschrijving).(cf. , XLVII 25.3: Editie: (ed. trad.), L'Histoire romaine de Dion Cassius, VI, Parijs, 1866.Nadat Brutus dit (de moord) had gedaan, sloeg hij op munten zijn eigen beeltenis en een pilion (slavenmuts als symbool van vrijheid) en twee dolken (als symbool van de moord). Hierdoor en door het opschrift was duidelijk dat hij het vaderland samen met Cassius had bevrijd)Bron: Classical Numismatic Group, Inc. (CNG)

Marcus Antonius