thumb|Het graafschap Henegouwen in de 17e eeuw
Doorheen de geschiedenis was Chièvres achtereenvolgens de zetel van het graafschap Chièvres, het burggraafschap Chièvres en de heerlijkheid Chièvres.
Oorspronkelijk was Chièvres de kern van een deelgraafschap van de Brabantgouw. Aangenomen wordt dat het ongeveer overeenkwam met het zuidelijke gedeelte van het aartsdiakonaat Brabant (de latere dekenaten Chièvres, Saint-Brice en Lessen). Omstreeks 870 werd er munt geslagen met toestemming van Karel de Kale. Rond 936 werd een "graaf Legbert" vermeld, maar in 977 werd vermoedelijk Reinier IV tot graaf benoemd.
Spoedig ging Chièvres op in het graafschap Henegouwen. Binnen dit geheel bezat Chièvres een burggraaf. In 1076 behoorde burggraaf Wauthier tot de twaalf raadgevers van Boudewijn II van Henegouwen (les douze pairies de Hainaut). Gesteld wordt dat een kleindochter, Ève de Chièvres, in 1138 trouwde met Raas III van Gavere. De stad Chièvres vormde haar bruidsschat (de "heerlijkheid Chièvres"). Het resterende gebied werd voortaan bestuurd vanuit Aat en Lessen (het "burggraafschap Aat" en de "heerlijkheid Lessen").
Later vererfden Chièvres en Gavere naar het Huis Croÿ, Huis Egmont en Huis Pignatelli. Beide heerlijkheden werden opgeheven tijdens de Franse Tijd in België.
Chievres Categorie:Geschiedenis van Henegouwen Categorie:Graafschap Henegouwen Categorie:Chièvres