Playtime is een Franse komische satirische film van Jacques Tati uit 1967. Deze toont een spiegel van en tegelijkertijd een waarschuwing voor de moderne tijd.

Verhaal

De openingsscène laat de anonieme hectiek van een vliegveldhal zien. Met een bus Amerikaanse toeristen belandt monsieur Hulot (het alter ego van Tati) in het moderne Parijs ("Tativille") opgetrokken uit louter glazen hoogbouw. Voor een sollicitatiegesprek komt hij bij een groot kantoorgebouw. Hij wordt ontvangen door de portier, die zelf zijn weg lijkt te moeten vinden in het labyrint waarin Hulot terecht is gekomen. Hulot loopt wat verloren te midden van de moderne architectuur. De bedrijfsleider en Hulot weten elkaar, mede dankzij die even systematische als onoverzichtelijke architectuur, steeds net mis te lopen. Vervolgens komt Hulot op een huishoudbeurs terecht, waar de moderniteit weer tot misverstanden en chaos leidt.

Met het vallen van de avond dwaalt Hulot door de stad. Hij ontmoet een oude vriend, die hem uitnodigt in diens vlakbij gelegen hypermoderne appartement, dat opvallende overeenkomst vertoont met de kille gebouwen die we eerder zagen. Langzamerhand raakt de kijker Hulot en zijn optredende dubbelgangers, kwijt in de chaos van mensenmassa's. Het laatste uur van de film speelt zich af in een zojuist geopend restaurant dat helemaal niet berekend is op de overvloedig toestormende deftige en verwende gasten. Zowel personeel als gasten doen hun best een totale chaos te laten ontstaan. Die chaos zien we verbeeld in de voorlaatste scène waarbij vastgelopen verkeer om een rotonde cirkelt als was het een kermis. De film eindigt zoals die begon, in enige hemelse rust.

Rolverdeling

| Jacques Tati || Meneer Hulot |- | Léon Doyen || Portier van het bedrijf waar Hulot komt solliciteren |- | Georges Montant || Mr. Giffard, bedrijfsleider |- | Barbara Dennek || Jonge toeriste |- | Rita Maiden || Partner van Schultz |- | France Rumilly || Brillenverkoopster |- | France Delahalle || Klant |- | Valérie Camille || Secretaresse |- | Erika Dentzler || Madame Giffard |- | Nicole Ray || Zangeres |- | Billy Kearns || Schultz |- | Reinhard Kolldehoff || Duitse directeur op de huishoudbeurs |- | Yves Barsacq || Vriend van Hulot |- | André Fouché || Restauranthouder van de Royal Garden |- | Michel Francini || Oberkelner van de Royal Garden |- | Georges Faye || Architect van de Royal Garden

Achtergronden Deze film begint waar Mon oncle eindigde; de hele wereld is nu veranderd in een grote hypermoderne stad. Tati noemde Playtime zijn visioen van hoe de toekomstige wereld er niet uit moet zien. Een waarschuwing die in 1967 anders werd gepercipieerd, dan in de huidige postmoderne tijd. Elementen uit de film, die toen nog als absurd terzijde konden worden geschoven, zijn deel gaan uitmaken van ons moderne leven. In dat opzicht kan Playtime dystopisch worden genoemd. Dat beeld wordt versterkt door het kleurgebruik, of liever gezegd het veelal ontbreken daarvan. In de eerste helft van de film zien we veel grijstinten of matte kleuren. Pas in de tweede helft van de film (zie hieronder bij de restaurant-scène) wordt de chaos vormgegeven in bonte kleuren.

Tati schetst in Playtime een wereld die bezeten is door geld, overdreven luxe, rare techniek en koude kille architectuur. Glazen deuren en wanden spelen daarbij een essentiële rol; mensen kunnen elkaar zien, toch is er afstand. Sociaal isolement is een terugkerend thema in de film; Tati toont het op een komische wijze. Daarmee is tevens de structuur van de film geschetst; doelloosheid, isolement en tragiek, worden gepresenteerd als satirische komedie. De personages gaan gewoon hun gang; Playtime ǃ

Er zijn veel overeenkomsten tussen Playtime en de 30 jaar eerder uitgekomen film Modern Times van Charlie Chaplin. Beide zijn een satire op de moderne tijd en de massa. In beide films is verbale communicatie ondergeschikt of gaat verloren in ander geluid. Een passende alternatieve titel voor Playtime zou Post-Modern Times zijn. In beide films is er nauwelijks plaats voor het individu en wordt een enkel personage opgevoerd in een poging de menselijkheid vorm te blijven geven.

In Playtime is dat, naast Hulot zelf, de Amerikaanse toeriste Barbara. Zij maakt zich los van de massa en is de enige die persoonlijke trekken en individuele initiatieven vertoont. Aan het eind lijken Hulot en zij elkaar te vinden; maar ook dat loopt natuurlijk fout. Verder zijn er alleen mensenmassa's en iedereen is druk bezig met zichzelf en met werk, niemand houdt nog rekening met elkaar en hoewel duizenden mensen voortdurend door elkaar heen krioelen, heeft niemand meer oog voor elkaar. Het leven van de mensen wordt bepaald door techniek, zonder techniek kan de mens niet meer overleven; creativiteit bestaat niet meer.

Totstandkoming Om Playtime te realiseren werd Tati's perfectionisme meer dan ooit op de proef gesteld: met 260 miljoen Franse franc was Playtime een van de duurste films aller tijden. Tati liet in Joinville-le-Pont op ware grootte een complete stad - inclusief snelweg en schaalmodellen van wolkenkrabbers - nabouwen. In deze 16 vierkante kilometer grote stad, Tativille genaamd, filmde Tati ruim 19 maanden onafgebroken met een leger van ruim veertigduizend figuranten. Om alles op de achtergrond even scherp als op de voorgrond te krijgen liet hij zijn cameraman speciale groothoeklenzen ontwikkelen. Om alles even gedetailleerd in beeld te krijgen filmde Tati met extreem dure 70mm-breedbeeldfilm, het grootste filmformaat ter wereld. Tati filmde alles zonder geluid, alle geluidseffecten werden naderhand pas toegevoegd.

Negentien maanden en ruim vijf miljoen meter film verder kon men aan de gigantische montage beginnen die bijna twee jaar in beslag nam. Vooral de geluidsmontage was een grote klus. Tati werkte dag en nacht, meestal alleen, in een studio, om de ruim drieduizend effecten die de film rijk is, te creëren. De effecten werden allemaal opgenomen op de, wederom extreem dure, zesspoors geluidsband.

De hele film is opgenomen in extreme totaalshots waarbij de camera alleen nog op verre afstand observeert. In de film zitten geen hoofdpersonages, alleen figuranten. De film bevat geen dialogen, alleen eindeloos geroezemoes in wel honderd verschillende talen. Tati zelf noemde dit een democratie van grappen. Hij zei: in sommige shots zitten wel tien grappen tegelijkertijd verscholen, de kijker kan ze er nooit allemaal tegelijk uit halen. Hij kiest de grap die hem het meest opvalt, Playtime is een reeks zoekplaten, die je keer op keer weer kunt bekijken.

Pas in 1967 was de film, met een vertraging van twee jaar, eindelijk klaar. Playtime, een van de duurste films uit de geschiedenis, werd echter ook een van de grootste flops uit de geschiedenis. Tati ging failliet en belandde in de financiële schulden. Inmiddels is Playtime uitgegroeid tot een cultfilm.

De Franse filmregisseur François Truffaut omschreef Playtime ooit als: een film gemaakt door buitenaardse wezens, waarin onze aarde belachelijk gemaakt wordt.

“Hoe veel films ik ook maak, Playtime zal altijd mijn laatste film zijn, het is het ultieme voorbeeld van mijn stijl,” zei Tati eens in een vraaggesprek.

Korte analyse van de scènes Opening De film begint met een titel-sequentie waarin grote witte wolkenformaties tegen een blauwe achtergrond te zien zijn. Deze beelden stralen een hemelse rust uit, hetgeen in scherp contrast staat met wat er later gaat komen. Op de geluidsband klinkt enorm chaotische en lawaaierige muziek. Deze muziek beeldt de enorme hectiek van de grote stad uit.

Vliegveld Vanuit de wolkenmassa doemt ineens een enorm glazen flatgebouw op. Een anonieme multifunctionele ruimte, waar we diverse personages schijnbaar zonder doel zien bewegen; het blijkt de ontvangsthal van het vliegveld. Gefilmd vanuit totaalshots zien we de lege aankomsthal vlak voor openingstijd. Nadat de deuren opengaan stormt er een enorme mensenmassa naar binnen. De Amerikaanse toeristen, met daarbij monsieur Hulot, komen aan. De toeristen laten zich als makke schapen van hot naar her begeleiden; alleen toeriste Barbara onttrekt zich daaraan.

De sollicitatie Hierna vertrekt Monsieur Hulot met de bus naar een nabijgelegen wolkenkrabber, voor een zakelijk afspraak, mogelijk een sollicitatie. Hulot wacht eindeloos in een kale wachtkamer met uitsluitend glazen wanden, en test identieke futuristische, maar niet heel praktische stoelen. Door diverse verwikkelingen loopt hij steeds de ontmoeting met bedrijfsleider Giffard mis. In een aantal overzichtsopnamen van het enorme flatgebouw, ziet de kijker hoe de twee elkaar eenvoudig hadden kunnen ontmoeten. Maar zij verdwalen in een kantoorhal van identieke werkcabines, die grote gelijkenis vertonen met de hedendaagse flexplekken. Even lijken Hulot en Giffard elkaar gevonden te hebben, maar ze blijken alleen elkaars weersspiegeling te zien, in glazen wanden en deuren. Vervolgens zien ze elkaar bij een glazen deur die hen scheidt. Giffard loopt tegen die deur aan en houdt daar een stevige bloedneus aan over.

De huishoudbeurs Na de mislukte sollicitatie gaat Hulot naar een tentoonstelling van moderne huishoudelijke apparaten. Dubbelzinnigheid en misverstand spelen ook hier de gedeelde hoofdrol. De chaos wordt versterkt door pseudo-Hulot's die in diverse scènes ten tonele worden gevoerd. En passant ontstaat een twistgesprek (hoewel hoorbare conversatie in de hele film nauwelijks voorkomt) met een manager, als parodie op 'de boze Duitse man'. Het is een van de verwijzingen van Tati in deze film naar de Tweede Wereldoorlog.

De woningen Een appartementencomplex is nauwelijks te onderscheiden van een kantoorgebouw; anonimiteit en beglazing zijn de kenmerken. Er volgt nu een 15 minuten lang durend camerashot waarbij de camera aan de buitenkant door de ramen naar binnen kijkt. Op de geluidsband horen we alleen de geluiden van de straat, van achter de ramen zien we de personen discussiëren over de moderne spullen en zien we andere personen bewegingloos achter tv's zitten.

Bij dit voyeuristische craneshot wordt niet alleen het appartement van de vriend in beeld gebracht, maar zien we ook de appartementen van de buren, en van de boven- en onderburen. Het toeval wil natuurlijk dat Mr. Giffard in het naastgelegen appartement blijkt te wonen, bijkomend van zijn neusletsel. Alle buren kijken naar hetzelfde TV-scherm. Door synchronisatie van bewegingen wordt de suggestie gewekt - weer voyeurisme? - dat de buren elkaar door de muren kunnen zien. De door de kijker verwachte ontmoeting van Hulot met Giffard vindt echter pas later bij toeval op straat plaats, waar beiden met een groepje mensen naar een 'voorstelling' kijken in een flat aan de overkant. Daar proberen werklieden in een appartement een glazen wand te plaatsen, wat zo wordt gefilmd dat het op een theatervoorstelling met dansuitvoering lijkt. De werkelijkheid wordt tot absurditeit gemaakt.

Het restaurant Nadat Hulot bij de vriend weggaat vindt hij eindelijk een hotel waar hij besluit te overnachten. Nadat Hulot uit beeld is verdwenen ziet men hoe in hetzelfde hotel een luxueus restaurant wordt geopend.

Een enorme massa van rijke, deftige en verwende gasten bezet het restaurant en een enorme drukte is het gevolg. Het restaurant is net verbouwd maar alles verloopt rommelig en chaotisch. De restauranthouder regeert als een dictator over zijn personeel, maar heeft eigenlijk geen overzicht over zijn restaurant. Niemand heeft controle over de situatie; noch de eigenaar, noch de aanwezige architect, noch de werklui, noch de kelners. Het personeel beseft dat de situatie helemaal uit de hand loopt: het aantal gasten werd schromelijk onderschat, een gedeelte van het restaurant stort zelfs in (maar de koppels blijven dansen) ... Het personeel probeert beleefd te blijven en de gebreken van het pas geopende restaurant voor de klanten verborgen te houden.