Onderstaand volgt een overzicht van de zetelverdeling van de Eerste Kamer sinds de grondwetsherziening in 1848.

1815-1830 De Eerste Kamer werd ingesteld in 1815. Van 1815 tot 1848 werden de leden van de Eerste Kamer benoemd door de Koning.

Het minimum aantal leden bedroeg in deze periode 40 en het maximum aantal 60.

1830-1848 Na de afscheiding van de Zuidelijke provincies bedroeg het minimum aantal leden 20 en het maximum aantal 30.

1848-1888 Van 1848 tot 1850 gold nog een overgangsregeling.In de elf provincies werden zogeheten kandidaat-kamerleden gekozen. De Kroon benoemde uit de kandidaat-kamerleden de leden van de Eerste Kamer. Zie ook hier voor een toelichting. Gearchiveerd op 1 april 2023. De wijze van verkiezing van de Eerste Kamer werd nader geregeld bij de invoering van de Kieswet in 1850.

Provinciale Staten kozen van 1850 tot 1923 de leden van de Eerste Kamer in elf kiesgroepen naar provincie.Zie Eerste Kamerverkiezingen voor een nadere toelichting. Om gekozen te worden was in de vergadering van Provinciale Staten een absolute meerderheid vereist. De zittingstermijn van een lid was negen jaar; om de drie jaar werd een derde gedeelte van de Eerste Kamer vernieuwd.

Het aantal leden van de Eerste Kamer bedroeg in deze periode 39.

Groepering 1850 1853 1856 1859 1862 1865 1868 1871 1874 1877 1880 1883 1884 1887 gematigde liberalen 18 19 18 17 14 13 13 11 12 10 8 5 2 1 conservatieven 11 12 12 12 13 12 10 6 4 2 2 1 1 2 liberalen 7 7 8 9 12 14 16 17 18 21 23 24 25 26 conservatief-protestanten 3 1 1 1 1 1 katholieken 5 5 6 6 7 8 9 conservatief-liberalen 1 2 ARP 1 Totaal 39 39 39 39 39 39 39 39 39 39 39 39 39 39

Algemene verkiezingen wegens tussentijdse ontbinding van de Eerste Kamer (waarbij voor alle zetels verkiezingen gehouden werden) vonden in deze periode plaats in 1850, 1884 en 1887.

1888-1923 In 1888 werd het aantal leden van de Eerste Kamer verhoogd van 39 naar 50.

Partij 1888 1890 1893 1896 1899 1902 1904 1907 1910 1913 1916 1917 1919 1922 LUDe Liberale Unie was in 1885 gevormd als verenigingspunt voor alle liberalen. 32 32 32 27 24 18 12 13 15 16 15 14 13 vrije liberalenVanaf 1907 voortgezet onder de naam Bond van Vrije Liberalen. 4 7 9 7 6 3 0 1 1 1 VrijheidsbondDe Vrijheidsbond was vanaf 1921 een voortzetting van de Liberale Unie en de Bond van Vrije Liberalen. 1 katholiekenVanaf 1904 als organisatie onder de naam Algemeene Bond van RK-kiesverenigingen./AB 10 11 12 13 13 14 18 18 18 18 17 17 17 21 conservatieven 3 2 1 1 1 1 gematigde liberalen 2 2 conservatief-liberalen 2 2 1 ARP 1 1 4 5 2 5 8 9 9 9 9 9 9 14 Vrij-ARPDe Vrij-Antirevolutionaire Partij was een afsplitsing van de ARP. 3 3 CHPDe Christelijk-Historische Partij was vanaf 1903 een voortzetting van de Vrij-Antirevolutionaire Partij. 5 4 CHUDe Christelijk-Historische Unie was vanaf 1908 een voortzetting van de Christelijk-Historische Partij en de Friese Bond. 5 4 4 4 4 7 VDB 2 2 3 2 4 SDAP 1 2 2 4 3 Totaal 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50

Algemene verkiezingen wegens tussentijdse ontbinding van de Eerste Kamer (waarbij voor alle zetels verkiezingen gehouden werden) vonden in deze periode plaats in 1888, 1904De ontbinding van de Eerste Kamer in 1904 was de enige tussentijdse ontbinding die niet het gevolg was van een grondwetsherziening of een wijziging van de Kieswet., 1917 en 1922.

1923-1956 In 1923 werd het kiessysteem gewijzigd: het stelsel van evenredige vertegenwoordiging werd ingevoerd. De verkiezing door Provinciale Staten bleef gehandhaafd. Van 1923 tot 1983 was de zittingstermijn van een lid van de Eerste Kamer zes jaar; om de drie jaar werd de helft van de Eerste Kamer vernieuwd in vier kiesgroepen naar provincie.

Partij 1923 1926 1929 1932 1935 1937 1946 1948 1951 1952 1955 1956 (I) AB 16 RKSPDe RKSP was vanaf 1926 een voortzetting van de AB. 16 16 16 16 16 KVPDe KVP was vanaf 1946 een voortzetting van de RKSP. 17 17 16 17 17 17 SDAP 11 11 11 11 11 12 VDB 3 3 4 4 3 2 PvdADe PvdA was vanaf 1946 een voortzetting van de SDAP en de VDB. 14 14 14 14 14 15 ARP 8 7 6 6 6 7 7 7 7 7 7 7 CHU 7 7 7 7 7 6 5 5 6 6 6 6 VrijheidsbondVanaf 1937 voortgezet onder de naam Liberale Staatspartij. 5 6 6 6 5 3 PvdVDe PvdV was vanaf 1946 een voortzetting van de LSP. 3 VVDDe VVD was vanaf 1948 een voortzetting van de PvdV. 3 4 4 4 4 NSB 2 4 CPN 4 4 3 2 2 1 Totaal 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50

Algemene verkiezingen wegens tussentijdse ontbinding van de Eerste Kamer (waarbij voor alle zetels verkiezingen gehouden werden) vonden in deze periode plaats in 1923, 1937, 1946, 1948, 1952 en 1956 (I).

1956-1983 In 1956 werd het aantal leden van de Eerste Kamer verhoogd van 50 naar 75.

Partij 1956 (II) 1960 1963 1966 1969 1971 1974 1977 1980 1981 KVP 25 26 26 25 24 22 16 ARP 8 8 7 7 7 7 6 CHU 8 8 7 7 8 7 7 CDAHet CDA was vanaf 1977 een voortzetting van KVP, ARP en CHU. 24 27 28 VVD 7 8 7 8 8 8 12 15 13 12 PvdA 22 23 25 22 20 18 21 25 26 28 CPN 4 2 1 1 1 3 4 2 1 1 PSP 2 3 3 1 1 1 PPR 1 2 4 5 3 1 SGP 1 1 1 1 1 1 BP 2 3 1 1 D66 6 3 2 4 GPV 1 1 Totaal 75 75 75 75 75 75 75 75 75 75

Algemene verkiezingen wegens tussentijdse ontbinding van de Eerste Kamer (waarbij voor alle zetels verkiezingen gehouden werden) vonden in deze periode plaats in 1956 (II), 1963, 1971 en 1981.

1983-heden Sinds 1983 wordt de Eerste Kamer om de vier jaar in zijn geheel vernieuwd, vanaf 1987 na ontbinding volgend op verkiezingen voor de Provinciale Staten. De kiesgroepen naar provincie werden afgeschaft. Vanaf 2019 wordt de Eerste Kamer mede gekozen door de kiescolleges voor de Eerste Kamer.

Partij 1983 1986 1987 1991 1995 1999 2003 2007 2011 2015 2019 2023 CDA 26 26 26 27 19 20 23 21 11 12 9 6 VVD 17 16 12 12 23 19 15 14 16 13 12 10 PvdA 17 17 26 16 14 15 19 14 14 8 6 7De fracties van GroenLinks en PvdA vormden op 13 juni 2023 een gezamenlijke fractie GL-PvdA. CPN 2 2 1 PSP 2 2 1 PPR 1 2 1 GLGroenLinks was vanaf 1991 een voortzetting van CPN, PSP en PPR. 4 4 8 5 4 5 4 8 7 SGP 2 2 1 2 2 2 2 2 1 2 2 2 D66 6 6 5 12 7 4 3 2 5 10 7 5 GPV 1 1 1 1 1 RPF 1 1 1 1 1 CUDe CU was vanaf 1999 voortzetting van GPV en RPF. 4 2 4 2 3 4 3 AOV 2 SP 1 2 4 12 8 9 4 3 OPNLIn 1995 onder de naam Platform van Onafhankelijke Groepen/De Groenen; van 1999 t/m 2019 onder de naam Onafhankelijke Senaatsfractie. 1 1 1 1 1 1 1 1 LPF 1 PvdD 1 1 2 3 3 PVV 10 9 5 4 50PLUS 1 2 2 1 FVD 12 2 BBB 16 JA21 3 Volt 2 Totaal 75 75 75 75 75 75 75 75 75 75 75 75

Algemene verkiezingen wegens tussentijdse ontbinding van de Eerste Kamer vonden in deze periode plaats in 1983 en 1986.

Grafiek historische zetelverdeling (1946 - heden)

( + + +=)(=)( + +=)( +=)1946414717531948414717531951314716641952214717641955214717641956 (I)115717641956 (II)422825817196022382688196312257267719661322725782196913120724883197131218672271819744421361671121197721525 24111511980113262 271113198111284281121986222176261121619871126526111121991 41612271121219951414719211122319992815420412192003451932321215120071124142421121420111851452111111610201529481032121213920193486742912125122023331425316121016342 GL-PvdA

Opmerking

In 1956 werd het totaal aantal zetels uitgebreid van 50 naar 75.

Zie ook Historische zetelverdeling Tweede Kamer

Historische zetelverdeling Eerste Kamer Eerste Kamer