miniatuur|Protest tegen dopinggebruik bij de Ronde van Frankrijk van 2006 Doping of pepstofgebruik is het gebruik van verboden middelen of methoden om sportprestaties te verhogen. Doping is in het Nederlands te vertalen met: stimulerend middel, pepmiddel of pepstof.
Definitie Een eenvoudige omschrijving van doping is: "Stoffen en methoden die verboden zijn door de World Anti-Doping Agency (WADA)." Het gaat dus niet alleen maar om stoffen; ook bepaalde methoden zijn verboden.
Maar eigenlijk is de definitie van doping nog breder. Officieel luidt de definitie van doping: "Een overtreding van een of meer bepalingen uit het dopingreglement." .The World Anti-Doping Code - Nederlandse vertaling Concreet zijn er 11 verschillende overtredingen: Aanwezigheid van verboden stof(fen) en/of verboden methode(n) (Poging tot) gebruik van verboden stof(fen) en/of verboden methode(n) Gebrekkige medewerking Whereaboutsfouten (Poging tot) manipuleren Bezit (Poging tot) handel (Poging tot) toediening Medeplichtigheid Verboden samenwerking Ontmoediging
Sinds 1 januari 2003 stelt WADA jaarlijks de dopinglijst (lijst met verboden stoffen en methoden) op. Vóór 2003 was er nog sprake van verschillende dopinglijsten; vanaf 2003 is er dus één lijst die wereldwijd geldt. Een stof of methode kan op de dopinglijst worden geplaatst indien deze aan minimaal twee van de volgende drie criteria voldoet: (mogelijk) prestatiebevorderend of extra stimulerend op een onnatuurlijke manier (mogelijk) schadelijk voor de gezondheid in strijd met de ‘Spirit of Sport’ (= niet naar de geest van de sport) De Nederlandse Dopingautoriteit maakt ieder jaar een letterlijke vertaling van de dopinglijst, stelt een uitgebreide lijst op van verboden stoffen én een lijst van veelgebruikte toegestane geneesmiddelen. Alle drie de lijsten zijn op de website van de Dopingautoriteit te vinden. De lijsten worden ieder jaar aan topsporters, sportartsen, sportbonden en anderen bekendgemaakt.
Dopingmiddelen Twee termen die veelvuldig worden gebruikt in verband met doping zijn androgeen en anabool. Androgenen zijn stoffen die de mannelijke eigenschappen, waaronder de seksuele kenmerken, in stand houden. Indien men van buitenaf stoffen met een androgene werking toedient, dan registreert het lichaam dat er een overvloed van deze stoffen aanwezig is en het zal de productie van lichaamseigen androgenen verlagen. Bij gebruik van hoge doses leidt dit binnen een aantal weken tot verschrompeling van de teelballen, onvruchtbaarheid en andere bijwerkingen. Met de term anabool worden de spiermassa vergrotende en herstelbevorderende werking, en aldus beoogde prestatiebevorderende werking, van deze middelen aangeduid.
Dopingmiddelen zijn veelal geneesmiddelen of geneesmiddelen die nog in onderzoek zijn. Ongeoorloofd gebruik kan ernstige bijwerkingen geven.
Anabole steroïden Anabole steroïden zijn de meest gebruikte middelen ter bevordering van de sportieve prestaties. De belangrijkste anabole steroïden zijn de synthetisch (kunstmatig) gemaakte stoffen nandrolon, metandïenon, clenbuterol en stanozolol, maar ook het lichaamseigen testosteron. De synthetische anabolica lijken chemisch meestal sterk op testosteron. Door kleine chemische aanpassingen van het testosteronmolecuul creëert men stoffen met een grotere anabole (prestatieverbeterende) werking, en tegelijkertijd probeert men de (nadelige) androgene effecten te minimaliseren. Afhankelijk van het specifieke middel en de toedieningweg zijn anabole steroïden enige uren tot maanden in het lichaam aanwezig en aantoonbaar bij een dopingcontrole.
In toenemende mate populair zijn testosteronpleisters. Deze dienen het lichaam in een continue stroom een laag gedoseerde hoeveelheid testosteron toe. Testosteron uit pleisters is bij een dopingcontrole moeilijker aantoonbaar dan testosteron uit injecties of capsules.
Een middel dat volledig voor dopingdoeleinden werd ontwikkeld, is tetrahydrogestrinon (THG). THG wordt verkregen door chemische aanpassing van gestrinon (geneesmiddel bij endometriose). THG is een sterk werkzaam anabool. Op basis van onderzoek door Amerikaanse overheidsorganen vermoedt men dat topsporters jarenlang THG hebben gebruikt, zonder dat dit bij dopingcontroles werd ontdekt. Inmiddels zijn technieken beschikbaar waarmee men THG wel kan aantonen.
Het gebruik van anabole steroïden gaat gepaard met bijwerkingen: vermannelijking bij vrouwen (overmatige lichaamsbeharing, kaalheid, lage stem, vergroting van de clitoris) en borstvorming bij mannen. Acne, variërend van mild tot zeer uitgebreid, komt regelmatig voor. Doordat veel van deze middelen op de zwarte markt worden verhandeld, kunnen deze middelen verontreinigingen bevatten met aanvullende gezondheidsrisico’s. "Bedrijven" die dit soort middelen illegaal produceren zonder licentie worden "underground labs" genoemd.
Selectieve androgeenreceptormodulatoren (SARMs) Sinds 2004 staan SARMs sterk in de belangstelling als mogelijke middelen voor de behandeling van osteoporose en ter behandeling van spiermassa tekorten. Ze werken voornamelijk anabool, en in veel geringere mate androgeen. Deze middelen grijpen aan op de androgeenreceptor, evenals de anabole steroïden. Ze binden zich sterker aan deze receptor dan de anabole steroïden; de voor anabole steroïden kenmerkende steroïdenstructuur hebben ze niet.
Deze middelen zijn anno 2008 nog niet op mensen getest, waardoor niet valt in te schatten wat de bijwerkingen bij mensen zullen zijn. Standaard dopingtests kunnen SARMs niet opsporen. In 2006 is een methode beschreven waarmee SARMs door middel van massaspectrometrie kunnen worden aangetoond.
Merknamen voor deze middelen zijn er nog niet. In de medische literatuur zijn ze bekend onder codenamen als LGD2226, BMS564929, S4 en S6.
Bèta-2-agonisten Deze middelen zijn vooral bekend vanwege hun luchtwegverwijdende effecten. Ze worden veelvuldig gebruikt bij de behandeling van astma. Bèta-2-agonisten bezitten ook stimulerende eigenschappen en worden daarom veelvuldig door sporters misbruikt. Afhankelijk van dosis en toedieningroute kunnen deze stoffen nog enige dagen tot weken na gebruik bij een dopingcontrole worden aangetoond. Bijwerkingen zijn: versnelde hartslag, hartritmestoornisen en angina pectoris-aanvallen. Tevens kunnen zij een verhoogd glucosegehalte in het bloed en tremor veroorzaken. Sommige leden van de groep worden gebruikt om hun bijwerking, een spieropbouwend effect. Het bekendste voorbeeld is clenbuterol. Onder medisch toezicht zijn enkele leden van de groep soms weer toegestaan, zoals salbutamol: echter alleen bij inhalatie, waarbij slechts een verwaarloosbare systemische opname optreedt.
Bètablokkers Bij de meeste concentratiesporten zoals (boog)schieten zijn deze bètablokkers verboden. Ze verminderen het trillen door verlaging van de hartslag.
Bloeddoping Bij bloeddoping worden simpelweg rode bloedcellen ingespoten. Die kunnen afkomstig zijn van de atleet zelf of iemand anders met een passende bloedgroep.
Diuretica en maskerende stoffen Diuretica verhogen de urineproductie. Het directe effect is gewichtsverlies door sterk waterverlies. Dit kan voordeel opleveren in snelheidssporten en sporten waarbij per gewichtscategorie deelgenomen wordt. Ook wordt er gebruik van gemaakt als men na een periode van niet actief trainen te veel gewichtstoename heeft gehad in diverse sporten. Een tweede effect is dat door de verhoogde urineproduktie verboden stoffen en hun omzettingsprodukten versneld worden uitgescheiden. Dit effect frustreert het opsporen van de verboden middelen. Enkele voorbeelden zijn desmopressine, furosemide, probenicid en stoffen die het bloedplasmavolume verhogen zoals albumine en mannitol.
Douwe de Boer, wereldwijde anti-doping autoriteit, zei in 2024 dat door verbeterde opsporingstechnieken, diuretica niet meer in staat zijn om andere doping te verhullen. Om zelf als prestatiebevorderend middel te werken, is een behoorlijke dosis nodig. In geringe hoeveelheden zijn diuretica niet prestatiebevorderend. Het Wereldantidopingagentschap (WADA) heeft de norm voor acetazolamide, bumetanide, furosemide, hydrochlorothiazide, torasemide en triamterene gelegd op 20 nanogram per milliliter. Wordt een lagere concentratie aangetroffen, dan valt de dopingtest negatief uit. Bij hogere waarden moet wel een melding worden gemaakt. De regel is opgesteld omdat medicijnen regelmatig vervuild raken, doordat op eenzelfde machine vaak meerdere medicijnen worden gemaakt. Hierdoor kunnen sporen van het vorige product achterblijven in het volgende medicijn.
Erytropoëtine (epo) en aanverwanten Epo is een hormoon dat voornamelijk in de nieren wordt aangemaakt. Het bevordert de vorming van rode bloedcellen en daardoor de zuurstofopname. Sinds 1987 is een kunstmatig verkregen variant van epo beschikbaar. In de geneeskunde wordt epo gegeven ter behandeling van bepaalde vormen van bloedarmoede. Epo bestaat niet alleen uit eiwitten, maar bevat ook koolhydraatketens. Op basis van verschillen in deze ketens kan kunstmatig (recombinant) epo van lichaamseigen epo worden onderscheiden. Sinds 2001 kan epo-doping worden opgespoord. Na een enkelvoudige toediening van epo per injectie, is het middel na 3 dagen nog in de urine te detecteren. De antilichamen die bij deze test worden gebruikt vertonen echter kruisreacties met andere eiwitten, die zich met name na langdurige intensieve sportbeoefening in de urine kunnen bevinden. Dit kan fout-positieve uitslagen opleveren. epo en aanverwante stoffen zijn vooral bekend vanwege hun misbruik in de wielrennerij.
Sinds 2001 is darbepoëtine alfa (Aranesp of ook wel 'Nesp'), een met epo vergelijkbaar middel, op de markt. Darbepoëtine lijkt op epo en helpt bij de productie van rode bloedcellen. Er wordt gewerkt aan tests, onder andere door de fabrikant zelf, die de middelen van elkaar kunnen onderscheiden. Na een enkelvoudige toediening van darbepoëtine per injectie is het middel na 7 dagen nog in de urine te detecteren. In 2002 kwam daarnaast epoëtine delta (Dynopa) op de markt. Het epo-analogon continuous erythropoiesis receptor activator (CERA, merknaam Mircera) is in 2007 op de markt gekomen. Het ongeoorloofd gebruik van CERA in de sport kan worden opgespoord. Of WADA het kan opsporen is niet zeker, de ASO (organisator van de Tour de France) beweert dat de door haar gebruikte laboratoria dat wel kunnen. Tijdens de Tour van 2008 is Riccardo Riccò positief getest op een derde generatie epo (Mircera). Fabrikant Roche heeft aangegeven opsporingsautoriteiten van aanvullende informatie en/of middelen te voorzien om opsporing mogelijk te maken. De huidige tests zijn wellicht nog niet waterdicht: Volgens Riccò is hij tienmaal gecontroleerd en slechts tweemaal positief bevonden. Naar zijn zeggen hadden al deze tests positief moeten zijn.Fragment persconferentie, NOS Sportjournaal 30 juli 2008