De Sint-Paulus buiten de Muren (San Paolo fuori le Mura) is een basiliek in het zuiden van Rome. Ze werd in opdracht van keizer Constantijn gesticht boven het graf van de apostel Paulus, dat lag aan de Via Ostiensis in Rome. Het is een van de vier pauselijke basilieken van Rome, en tevens een van de zeven kerken die de pelgrims daar traditioneel bezochten. Met haar lengte van 131 meter, 65 meter breedte en 29,70 meter hoogte is ze na de Sint-Pietersbasiliek het grootste kerkgebouw in Rome. In 1980 werd de basiliek opgenomen in de werelderfgoedlijst van de UNESCO. De basiliek en de abdij van Sint-Paulus buiten de Muren zijn extraterritoriaal grondgebied van de Heilige Stoel.

Geschiedenis

De eerste basiliek Volgens de traditie werd de apostel Paulus onder de regering van keizer Nero, wellicht tussen 65 en 67 n.C., onthoofd bij de Aquae Salviae ten zuiden van Rome, op de plaats waar later de Abbazia delle Tre Fontane zou verrijzen. Hij zou dan 2,5 km dichter bij de stad zijn bijgezet in een kleine begraafplaats nabij de Via Ostiensis.Graven uit de 4de en 5de eeuw zijn te zien door glazen afdekplaten in de bevloering, achteraan in het rechter zijschip van de Sint-Paulus buiten de Muren.De Latijnse naam is Via Ostiensis; de Italiaanse Via Ostiense. Op zijn graf werd een gedachteniskapel opgericht.

In het begin van de vierde eeuw liet keizer Constantijn de kapel boven Paulus' graf vervangen door een basiliek gewijd aan die heilige. De ingang van deze eerste basiliek was gericht naar de belangrijke Via Ostiensis; evenals in de Sint-Pietersbasiliek bevond het altaar zich pal boven het graf van de heilige. Dit gebouw werd ingewijd door paus Silvester.Er wordt zelfs beweerd dat deze basiliek zou zijn ingewijd op dezelfde dag als de eerste Sint-Pietersbasiliek, namelijk op 18 november 324. De huidige basiliek Reeds tegen het einde van diezelfde vierde eeuw bleek de eerste basiliek onvoldoende groot om plaats te bieden aan alle gelovigen die de heilige wilden komen vereren. Daarom lieten de keizers Valentinianus II, Theodosius en Arcadius de eerste Sint-Paulusbasiliek afbreken en vervangen door de huidige, met veel grotere afmetingen: tot aan de bouw van de huidige Sint-Pietersbasiliek was de Sint-Paulus buiten de Muren het grootste kerkgebouw in Rome. Om een veel langer schip te kunnen realiseren maar toch de plaatsing van het altaar boven het graf van de apostel te behouden, moest de oriëntering 180 graden worden gedraaid. Vandaar de merkwaardige bouwrichting: aan de belangrijke Via Ostiensis kwam de achterzijde van de basiliek te liggen; de voorgevel ervan en het eraan voorafgaande vierkante atrium liggen het verste van die verbindingsweg. Deze nieuwe basiliek werd ingewijd onder paus Siricius in 390.

Herstelwerkzaamheden waren nodig na de zware schade die was toegebracht door de aardbevingen in 442 en in 1348. Bovendien werd de basiliek geplunderd in 739 door de Longobarden, in 847 door de Saracenen en in 1527 door de Duitse landsknechten. Behalve de nodige herstelwerkzaamheden werden in de loop der eeuwen nog vele verfraaiingswerken en uitbreidingen aangebracht, onder andere door de kunstenaar Pietro Cavallini op het einde van de 13de eeuw (gevelmozaïek en frescocyclus in het middenschip) en door verschillende kunstenaars in de 18de eeuw (kapellen in het transept).

De brand van 1823 In de nacht van 15 op 16 juli 1823 brak in de basiliek een brand uit die het gebouw zwaar beschadigde. De veelgeprezen gotische kloostergang uit de 13de eeuw bleef gespaard, evenals het dwarsschip van de basiliek, het hoofdaltaar boven het graf van Paulus, en verder de triomfboog en delen van de rechter zijschepen en van de gevel. De linker zijschepen, de zoldering van het middenschip en de 14de-eeuwse klokkentorenNadat de aardbeving van 1348 de 9de-eeuwse klokkentoren had vernield, werd in de 14de eeuw een nieuwe campanile gebouwd aan de linkerzijde van de portiek. Die 14de-eeuwse campanile werd op zijn beurt vernield door de brand van 1823, en opgevolgd door de huidige toren aan de Via Ostiense. werden echter verwoest.

Voor de heropbouw werd een commissie in het leven geroepen. Beslist werd om de kerk te herbouwen met de afmetingen en volgens het basilicaplan van het einde van de vierde eeuw. Er kwam financiële steun vanuit heel de wereld; enkele buitenlandse vorsten schonken kostbaar bouwmateriaal ter verfraaiing van de basiliek. De herbouw werd ingewijd door paus Pius IX op 10 december 1854, maar ook nadien liepen de herstellingswerkzaamheden nog door.

Beschrijving van de basiliek

Het atrium De basiliek wordt voorafgegaan door een atrium, een voorhof dat aan de vier zijden is omgeven door portieken met in totaal 150 zuilen. Dit atrium meet 70 x 70 meter en werd in neoklassieke stijl opgetrokken op het einde van de 19de eeuw; de werken waren beëindigd in 1928. Dit onderdeel herinnert aan het atrium van de vroegchristelijke basiliek, toen dat de plaats was waar de bekeerlingen mochten komen die nog geen toegang hadden tot de kerk zelf zolang ze niet waren gedoopt.

Centraal in het atrium staat het beeld van Sint Paulus uit 1850;Als auteur van dit beeld van Sint Paulus wordt door sommigen Giuseppe Obici genoemd, door anderen Pietro Canonica. zoals steeds is hij herkenbaar aan het attribuut van het zwaard waarmee hij werd onthoofd.Omdat Paulus het Romeinse burgerrecht bezat, mocht hij niet worden gekruisigd, maar werd zijn doodstraf met het zwaard voltrokken. In zijn linkerhand draagt hij geschriften, symbool voor de talrijke brieven die hij schreef naar zijn bekeerlingen en die deel uitmaken van het Nieuwe Testament. Het Latijnse opschrift op de sokkel typeert hem als "prediker van de waarheid, en leermeester van de heidenen".Met het Latijnse woord "gentes" worden hier bedoeld: de niet-joodse volkeren. Achteraan rechts in het atrium staat het beeld van de evangelist Lucas (1893). Lucas is vaker dan de andere evangelisten afgebeeld in deze basiliek: hij is het immers die Paulus vergezelde op vele van zijn bekeringsreizen. In zijn werk Handelingen der apostelen (opgenomen in het Nieuwe Testament) bezorgt Lucas ons veel informatie over de reizen van Paulus, waardoor hij in zekere zin de biograaf van die apostel kan worden genoemd. De gevel en de poorten De voorgevel van de basiliek was gedeeltelijk gespaard gebleven bij de brand van 1823, maar werd volledig afgebroken en herbouwd; enkele fragmenten van de middeleeuwse mozaïek van de hand van Pietro Cavallini werden overgeplaatst naar het interieur. De huidige mozaïek op de gevel dateert uit 1854-1874. In het fronton zit centraal de zegenende Christus tussen de heiligen Petrus en Paulus. Op de strook daaronder staat het Paaslam op de heuvel waaruit vier stromen ontspringen, symbool voor de redding die zich over alle volkeren verspreidt. Aan weerszijden staan 12 schapen, symbool voor de apostelen, en op de achtergrond de heilige steden Bethlehem en Jeruzalem. Naast en tussen de gevelramen zijn vier profeten afgebeeld: Jesaia, Daniël, Ezechiël en Jeremia.

In de portiek tegen de gevel staan links en rechts van de middelste poort standbeelden van de heiligen Petrus en Paulus. Van de poorten die toegang bieden tot de basiliek zijn de belangrijkste:

in het midden: de bronzen poort van Antonio Maraini uit 1931. Over de gehele lengte en breedte van deze poort staat een kruis van zilveren wingerdranken, met daartussen de namen van de 4 evangelisten en de afbeeldingen van de 12 apostelen. In de panelen rondom het kruis zijn links het leven en de marteldood van Sint Pieter voorgesteld, rechts van Sint Paulus. rechts is de heilige poort in verguld brons, werk van Enrico Manfrini uit 2000. Evenals de drie andere pauselijke basilieken in Rome heeft ook de Sint-Paulus buiten de Muren immers een heilige poort, die enkel tijdens een Heilig jaar wordt geopend. De oorspronkelijke heilige poort uit 1070 werd zwaar gehavend door de brand van 1823 en is nu enkel te zien vanuit het interieur van de basiliek.

Het middenschip en de zijschepen

Het bouwplan is dat van een antieke basilica: het schip van de kerk is door 80 monolithische granieten zuilen ingedeeld in een hoog en breed middenschip (24,60 meter breed) en vier lagere, smallere zijschepen. Vooraan is een halfronde apsis.

Tegen de binnenzijde van de gevel staan zes zuilen van albast die in 1843 aan de paus werden geschonken door de vicekoning Mohammed Ali van Egypte. Achteraan in het rechter zijschip zijn de bronzen en zilveren panelen te zien van de vroegere heilige poort die in het jaar 1070 in Constantinopel was gegoten door de Griek Staurachios van Skios. De 54 taferelen stellen scènes voor uit het leven van Christus, profeten, de evangelisten en de apostelen. Dit kunstwerk was te zwaar gehavend door de brand van 1823 om nog als zelfstandige poort te kunnen gebruiken, en werd daarom aangebracht aan de binnenzijde van de moderne heilige poort.

In het middenschip werd na de brand van 1823 het vergulde houten cassettenplafond in renaissancestijl aangebracht door paus Pius IX, zoals blijkt uit diens pauselijke wapenschild op de zoldering. Tussen de ramen van het middenschip loopt een cyclus van 36 negentiende-eeuwse fresco's over het leven van Sint Paulus. Deze kwamen er in 1857 in de plaats van de fresco's die Pietro Cavallini hier op het einde van de 13de eeuw had aangebracht. Hoewel die in 1823 gedeeltelijk gespaard waren door de brand, heeft men nadien beslist om die te verwijderen en te vervangen door een nieuwe frescocyclus.

De vensters zijn van albast, geschonken door koning Fouad I van Egypte. Ze vervangen de vroegere glas-in-loodramen die in 1891 waren verbrijzeld door de ontploffing van een kruitmagazijn in de omgeving van de basiliek.

Boven de zuilen loopt over heel de lengte van het middenschip, van de vier zijschepen en van het transept een fries met tondo's. Elke tondo toont de afbeelding in mozaïek van een van de 267 pausen die er tot op heden zijn geweest, gaande van Petrus tot Leo XIV.De reeks begint met Petrus, rechts van de apsis. Franciscus, paus sinds 2013, is te zien vooraan in het eerste zijschip rechts van het middenschip. Deze portrettenreeks werd aangevat in 1848-1876 en wordt aangevuld bij het aantreden van elke nieuwe paus. Hij vervangt de middeleeuwse reeks (aangevangen ten tijde van paus Leo de Grote, 440-461) in fresco, waarvan er nog 42 portretten bewaard zijn in het museum van deze basiliek. Enkel de pauselijke portretten vanaf de 16de eeuw kunnen als vrij gelijkend worden beschouwd.

Vooraan in het middenschip staan 19de-eeuwse beelden van de heiligen Petrus en Paulus.

Naast het beeld van Sint Paulus staat de zware, 5,60 meter hoge paaskandelaar uit 1170; de namen van de kunstenaars zijn erop vermeld: Pietro Vassalletto en Nicolò di Angelo. Op het voetstuk figureren menselijke gedaanten en monsters met mensenhoofden. De schacht van de kandelaar is verticaal ingedeeld in zes stroken die scènes uit Christus' lijdensverhaal voorstellen: Jezus voor de hogepriester; Jezus voor Pilatus; de kruisiging; de verrijzenis. Bovenaan is de hemelvaart van Christus gevat in een mandorla die gedragen wordt door engelen.De Latijnse tekst op de kandelaar is moeilijk leesbaar. In vertaling: "Zoals de boom vruchten draagt, zo draag ik het licht en breng ik geschenken. Nu Christus is verrezen meld ik de vreugde en deel ik geschenken."

De triomfboog De triomfboog vooraan in het middenschip is volledig bekleed met mozaïek. Het is een gerestaureerde en niet helemaal geslaagde herwerking van het originele mozaïek uit de tijd van paus Leo de Grote (440-461). De tekst eert paus Leo de Grote en verder keizer Theodosius die dit werk aanvatte in 386 en zijn zoon keizer Honorius die het verderzette, en Theodosius' dochter Galla Placidia die na de aardbeving van 442 de restauratie van het mozaïek bekostigde .