miniatuur|Drukte bij de bootjesattractie de Gondoletta in 1982. De geschiedenis van de Efteling beschrijft hoe het pretpark in de jaren voor en na de Tweede Wereldoorlog is ontstaan en hoe het door de decennia heen uitgroeide tot een themapark van formaat. De Efteling groeide door de jaren heen, waarbij attracties hier en daar werden aangepast en bijna jaarlijks nieuwe attracties werden toegevoegd.

Vanaf 1978 zijn er in het familiepark ook meer adrenaline-opwekkende attracties verschenen die vooral tot doel hadden de jeugdige bezoekers tussen twaalf en twintig jaar aan te trekken. Een daling in de bezoekersaantallen en de concurrentie van de zogenaamde moderne attractieparken (parken met voornamelijk achtbanen, wildwaterbanen, etc.), droegen bij aan het besluit om het roer om te gooien. De introductie van de Python zette de Efteling voor het jongere publiek op de kaart. Na een aantal van deze zogenaamde thrillrides werd vanaf 1986 toch ook teruggegrepen naar het oorspronkelijke thema: het sprookje.

Etymologie Sinds de veertiende eeuw zijn er in historische documenten de naam van de Efteling op achttien verschillende manier geschreven, zoals Efterlinc, Dafterlinge, Erstelinghe en Essteling. Deze naam wordt gegeven aan een buurtschap dat zich tussen de Eftelingsestraat en de Duiksehoef bij Loon op Zand bevond. De geografische verklaring voor de naam is dat de buurtschap vanuit Loon op Zand gezien achteraf is gelegen. Omstreeks 1500 is "achter" vervangen door het positief klinkende "eerste". Voor de mensen die uit Holland kwamen over de Vaart kwamen was dit de eerste buurtschap dat de reizigers tegenkwamen. Daarnaast wordt er gesteld dat er in deze buurtschap zich een hoeve bevond met de naam Ersteling. In de jaren 1950 werd geopperd dat de naam van het park hier vandaan zou komen., De Efteling: Kroniek van een Sprookje: 1952-2002 (Vijfde druk: Kaatsheuvel 2008) 10.

Geschiedenis Voorgeschiedenis (1933-1951) miniatuur|Tennisbanen bij de Efteling in 1953 De lokale pastoor F.J. de Klijn en kapelaan E. Rietra namen in 1933 het initiatief op bij Kaatsheuvel om een sportpark op te richten voor de lokale bevolking. Ze kregen hierbij de hulp van de voorzitter van de voetbalvereniging DESK, Jac. Smit. Onder supervisie van de Koninklijke Nederlandsche Heidemaatschappij (KNHM) werkten vijftig werklozen aan de aanleg van het park. De aanlegkosten van het park bedroegen tussen de 15.000 en 20.000 gulden. Op 15 mei 1935 werd het sportpark geopend. Het sportpark kreeg al een jaar later een uitbreiding bij de aanleg van een speeltuin. Onderdeel van deze speeltuin waren een draaimolen, een hoge glijbaan, een kabelbaan en een ponybaan. In 1937 kwam er ook een wielerbaan van zand bij het sportpark. In datzelfde jaar werd een stichting voor het "Sportpark" opgericht. Van het bestuur van deze stichting maakten vertegenwoordigers van de Rooms-katholieke kerk deel uit, maar ook vanuit de gemeente en de industrie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef er een voetbalteam actief in het park dat alleen maar uit onderduikers bestond., De Efteling, 6.

Na de oorlog wilde het bestuur hun aantrekkingskracht vergroten om meer toeristen naar het park te trekken en om het park uit te breiden ging het bestuur weer in zee met de KNHM. In 1948 zou begonnen worden met het werk voor de uitbreiding van het park. In 1949 vond in Kaatsheuvel de tentoonstelling "De Schoen" plaats. Hier toonden meer dan dertig fabrikanten uit de omgeving hun waren. Het terrein dat voor deze tentoonstelling werd gebruikt was het sportpark de Efteling. Het sportpark ging akkoord met de komst van de tentoonstelling met de voorwaarde dat alles wat dat gebouwd zou worden in het park moest blijven staan. De tentoonstelling was een groot succes en in juli 1949 scoorde het park een recordaantal bezoekers., De Efteling, 7. Op 25 mei 1950 keurde het bestuur een wijziging van de statuten goed en hier wijzigden ze onder anderen de naam van het park, stichting Sportpark werd gewijzigd in Natuurpark de Efteling. Het vergrote park opende op 11 mei 1951 met een speeltuin dat zestien speeltoestellen kende en een bijbehorend theehuis. Zo'n vijftigduizend bezoekers bezochten in dat jaar het park., De Efteling, 9. miniatuur|Peter Reijnders aan het werk in het Sprookjesbos Twee jaar later vond in Eindhoven een groot feest plaats ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van Philips. Onderdeel van de feesten was de komst van een sprookjestuin in het Stadswandelpark. Hier waren diverse sprookjes te zien zoals Doornroosje en De sneeuwkoningin. Een van de ontwerpers van de sprookjestuin was Philipsmedewerker en cineast Peter Reijnders en hij wilde het project aanvankelijk bij de Genneper Watermolen weer opbouwen, maar zo ver zou het niet komen. Bij een familiefeest sprak Reijnders zijn zwager Reinier van der Heijden, die burgemeester van Loon op Zand was. Van der Heijden zocht in deze periode naar meer activiteiten om te ontplooien in het reeds bestaande natuurpark Efteling. Tijdens het feestje zou de burgemeester aan Reijnders hebben gevraagd: "Is zo'n sprookjesbos misschien een idee?" Van der Heijden was een jaar eerder voorzitter geworden van de Stichting Natuurpark de Efteling. Hij zorgde ervoor dat de stichting in een paar jaar tijd een bedrag van 1 miljoen gulden van de gemeente kreeg. Hij verwierf voor de stichting 65 hectare aan grond en kondigde op 1 april 1952 bij een bestuursvergadering aan dat hij plannen had voor een Sprookjesbos., De Efteling, 13.

Sprookjespark (1952-1978) miniatuur|Anton Pieck op negentigjarige leeftijd bij het huisje van Hans en Grietje in 1985. Reijnders benaderde de kunstenaar Anton Pieck om de ontwerpen te maken voor het park. Pieck moest overtuigd worden door de cineast en zegde pas zijn hulp toe als er werd ingestemd om met echte materialen te werken in plaats van met papier-maché., De Efteling, 15. In 1952 opende het Sprookjesbos met tien sprookjes. Het park kreeg een jaar later een Café-Restaurant en een openluchtzwembad, dat tot stand kwam door middel van de KNHM. Nieuwe uitbreidingen in 1954 waren het Anton Pieckplein en het Kinderspoor. Het Sprookjesbos werd in deze jaren met enige regelmaat uitgebreid en met de hulp van Pieck restaureerde het park ook de Stoomcarrousel. De Efteling verwerft met de hulp van bestuursvoorzitter/burgemeester Van der Heijden in 1955 een gebied van 78 hectare aan bos- en landbouwgronden., De Efteling, 35.

In de jaren 1950 bezochten gemiddeld zo'n 700.000 gasten per jaar de Efteling en in 1959 deed Holle Bolle Gijs als vuilnisemmer zijn intrede., De Efteling, 43. Voor het stimuleren van meerdaagse bezoeken opende in 1960 het bungalowpark Het Kraaiven, dat de beschikking had over veertig bungalows en een café-restaurant. De aanleg van dit bungalowpark kostte het stichtingsbestuur zo'n 1 miljoen gulden, maar het bestuur van Het Kraaiven kwam terecht in een aparte stichting. Sinds 1953 stond er al een tafereeltje in het Sprookjesbos dat het sprookje van Roodkapje uitbeeldde, maar in 1960 werd dit vervangen door het huis van Roodkapje., De Efteling, 45. In 1962 behaalde de Efteling voor het eerst meer dan 1 miljoen bezoekers per jaar. Het park kende dat jaar geen nieuwe attracties en dat was het gevolg van het uitblijven van ideeën voor de verdere ontwikkelingen van het park. Daarnaast was er sprake van een voorzichtiger investeringsbeleid., De Efteling, 62. miniatuur|De show van de Indische waterlelies Na enkele jaren van relatieve stilte opende de Efteling in 1966 een nieuwe attractie, De Indische Waterlelies, dat gebaseerd is op een sprookje van de Belgische koningin Fabiola. Voor het park was dit een project van enorme omvang, want nog niet eerder bouwden ze een zo grote en kostbare attractie (75.000 gulden). Tevens kende de attractie nieuwe technieken voor de presentatie van het sprookje., De Efteling, 67-70. Een jaar later besloot de Efteling om de huurcontracten met de voetbalvereniging en de hockeyclub op te zeggen, omdat ze de sportvelden willen gebruiken om uit te breiden. Dit leidde tot conflict met het gemeentebestuur en de lokale kerk en deze partijen gingen pas akkoord nadat de Efteling toezegde dat de verenigingen pas weg zouden gaan als alternatieve accommodaties tot stand waren gekomen., De Efteling, 75. In 1968 richtte het stichtingsbestuur een exploitatiestichting op voor het attractiepark dat ten doel had het realiseren van de doelstellingen van de Stichting Natuurpark., De Efteling, 77 miniatuur|Locomotief 'Aagje' met trein van de Efteling Stoomtrein Maatschappij rijdt over de brug over de Siervijver. Al sinds 1959 leefden er plannen voor het laten rijden van een stoomtrein door de Efteling en dit leidde tot de ingebruikname van "Miniatuur Stoomtreintaject no. 1" in 1969, waarbij de Duitse locomotief "Aagje" uit 1911 dienstdeed. De wagons van de trein waren ontworpen door Pieck en gebouwd door de Efteling. Daarnaast kreeg het park in dat jaar dagelijkse circusvoorstelling op de Speelweide van "Circus Roberti"., De Efteling, 80. Ter gelegenheid van het "jubileumjaar" 1971 opende het park in 1971 de attractie Diorama, dat ontworpen was door Pieck. Op 1 januari 1972 legde voorzitter Van der Heijden de bestuurshamer neer en werd hij opgevolgd door vicevoorzitter Gé Rieter., De Efteling, 86. In datzelfde jaar kreeg de Efteling de internationale prijs de Pomme d'Or. Het park won deze prijs voor haar opzet, originaliteit en recreatieve functie. Het sprookje van De Wolf en de Zeven Geitjes opende in 1973, alsmede rijsportcentrum Duyksehoef., De Efteling, 96. De Efteling nam in 1975 afscheid van Anton Pieck en na zijn vertrek zou Ton van de Ven uitgroeien tot creatief directeur bij het park., De Efteling, 100.

De komst van spannende attracties (1978-1989) Al eind jaren 1960 bestonden er ambitieuze toekomstplannen, maar in 1975 worden de contouren zichtbaar voor een nieuwproject waar een principebudget voor wordt vastgesteld 2,7 miljoen gulden., De Efteling, 100. Vanwege toenemende concurrentie en teruglopende bezoekersaantallen besloot het park om te gaan investeren. De bouw van het Spookslot duurde drie jaar en opende in 1978 en werd een enorm succes. Directeur Herman ten Bruggencate sprak bij het persmoment uit dat de attractie "een belangrijke trekpleister is in 1978. Maar het is geen eindstation". Op dat moment werkte de creatieve afdeling van het park al aan ideeën die aan de basis zouden liggen van de Gondoletta en Fata Morgana., De Efteling, 106. miniatuur|De loopings van de Python (1982). De aankondiging van de bouw van de achtbaan de Python doet in 1979 veel stof opwaaien. Nadat de gemeente de bouwvergunning geeft tekenen milieugroeperingen bezwaar aan vanwege geluidsoverlast en horizonvervuiling. Uiteindelijk opende de achtbaan in april 1981 en is op dat moment de hoogste en spectaculairste achtbaan van het vasteland van Europa. Daarnaast markeert de komst van achtbaan een omslag in het denken van het park, waarin de aandacht van sprookjes verschuift naar de bouw van snelle rides. Volgens Ten Bruggencate was dit een logische stap., De Efteling, 114. Vanuit deze visie opende het park in 1982 het schommelschip de Halve Maen. Een jaar later opende mr. Pieter van Vollenhoven de wildwaterbaan Piraña, een project dat de Efteling al sinds 1980 wilde verwezenlijken. In dat jaar behaalde de Efteling een nieuw bezoekersrecord van 2.136.000 gasten die het park bezochten., De Efteling, 131.