Neer (Limburgs: Naer) is een kerkdorpANWB Topografische Atlas Limburg (2005) - kaart 40 197-364, . in het Nederlandse Midden-Limburg. Het maakt deel uit van de gemeente Leudal. Voor de gemeentelijke herindeling van 2007 behoorde het tot de toenmalige gemeente Roggel en Neer. Het dorp telt zo'n 3550 inwoners. In het dorp spreekt men een Limburgs dialect, het 'Naers'. Het dorp ligt aan de rivier de Maas, tussen de steden Roermond en Venlo.
Geschiedenis
Romeinen In de Romeinse tijd heette het huidige Neer vermoedelijk 'Nera' en liep er een belangrijke Romeinse heerbaan (heerbaan Maastricht-Nijmegen), langs de Neerbeek, en zo ontstonden de eerste bewoningen van Neer. Het dorp zelf ontstond in de vroege middeleeuwen.
De kruising van deze heerbaan met de Neerbeek, toen een rivier, is nog zichtbaar in het landschap. Restanten hiervan zijn in het landschap teruggebracht, want bij recente dijkwerkzaamheden in 2019 op de kruising van de Hagendoorn en Eiland werden funderingen en resten van een Romeinse villa gevonden. Dit toont aan dat er destijds boerenbedrijven of landgoederen waren.
Uit archeologisch onderzoek in de omgeving (zoals bij Neer-Wijnaerden) blijkt dat men in die periode onder meer graan zoals spelt en gerst verbouwde.
Middeleeuwen In de 9e eeuw werd de regio geteisterd door plunderingen van de Noormannen, die een nabijgelegen palts in Asselt bezetten. Een herinnering aan deze roerige tijd is het zwaard van Neer', een Vikingzwaard dat in de Neerse Maas bij de jachthaven van het dorp is gevonden.
Omstreeks 1185 of 1200 werd in de nabijheid van de huidige buurtschap Dries de abdij Keizerbosch gesticht. Dit Premonstratenzerklooster werd het familieklooster van de machtige heren van Horne. De proost van dit klooster had zelfs zitting in de Staten van Horn.
Neer was toen der tijd zo belangrijk dat het al in 1275 beschikte over een eigen schepenbank (een vroege vorm van rechtbank en lokaal bestuur). Het dorp hoorde samen met omliggende plaatsen bij de heerlijkheid Horn.
Tot het einde van de 15e eeuw bewoonde de adellijke familie Van Ghoor (verwant aan de Hornes) een kasteel uit de 13e eeuw in de omgeving tussen Neer en Nunhem.
Om zichzelf te beschermen tegen rondtrekkende rovers en plunderaars, bouwden de inwoners in de late middeleeuwen de Naerse Sjans, een versterkte schans waar het hele dorp zich in tijden van nood kon verschansen. In 2024 heeft de gemeente Leudal 225.000 euro subsidie gestoken in de schans in Neer, waardoor het plan voor eerherstel werd gerealiseerd.
Vroegmoderne tijd De abdijkerk van Neer was begin 16e eeuw een grafkapel van de heren van het Land van Horn.
In de vroege 17e eeuw werd het Graafschap Horn (waar Neer destijds onder viel) opgeschrikt door wrede heksenprocessen. Verschillende inwoners uit de regio werden beschuldigd van toverij en op de brandstapel ter dood gebracht.
In 1645, nabij het einde van de Tachtigjarige Oorlog, was er een grote brand in Neer wat een aanzienlijk deel van het dorp compleet in as legde.
Neer kwam uiteindelijk in bezit van het Prinsbisdom Luik, waar het in 1677 een zelfstandige heerlijkheid werd.
Moderne tijd In de loop van de 18e en 19e eeuw ontwikkelde Neer een echte dorpskern met enige industrie langs de Neerbeek en een hoop voorzieningen, op het hoogtepunt telde het dorp welgeteld:
5 bakkerijen 4 timmerbedrijven 3 hoefsmeden 1 zadelmaker 5 brouwerijen 23 cafés.
Ook had het dorp verspreid over de Neerbeek vijf watermolens, waardoor het lokaal de bijnaam watermolendorp kreeg. Anno 2026 is alleen de Friedesse Molen uit 1343 nog te zien.
In 1818 werd vlakbij de kerk de eerste openbare school gebouwd. Omdat de Neerse gezinnen zo kinderrijk waren, was deze al snel te klein. In 1850 verrees een nieuwe school en werd het oude gebouw omgedoopt tot het gemeentehuis van Neer, tegenwoordig horecagelegenheid 'de Kompenie'.
Op 10 mei 1940 vielen Duitse soldaten het dorp binnen waardoor het voor de komende 4,5 jaar werd bezet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leed het dorp schade: munitieontploffingen, een gewelddadige kerkrazzia in de Sint Martinuskerk waar ongeveer 40 mensen werden opgepakt en diezelfde kerk werd later ook slachtoffer van Duitse bombardementen. Op 18 november 1944 werd het dorp door Schotse soldaten (51st Highland Division) bevrijdt. Hoewel de Duitsers half november uit het dorp waren verdreven, was de rust nog niet direct teruggekeerd. De Maas vormde destijds de frontlinie, waardoor Neer nog maandenlang onder vuur lag van Duitse artillerie vanaf de overkant van de rivier. Pas in het voorjaar van 1945 werd de rest van de regio (de oostzijde van de Maas) volledig bevrijd.
Na de oorlog verloor Neer uiteindelijk zijn status als zelfstandige gemeente: in 1991 fuseerde het met Roggel tot de gemeente Roggel en Neer, en sinds de gemeentelijke herindeling van 2007 hoort het samen met de voormalige gemeenten Heythuysen, Hunsel en Haelen bij de gemeente Leudal.
Naam De plaatsnaam Neer stamt af van het Oudnederlandse of Germaanse woord 'neder', wat 'laag', of 'naar beneden' betekent. De naam verwijst naar de geografische ligging van het dorp. Het is een laaggelegen nederzetting langs de rivier de Maas. De allereerste vermelding van het dorp was ook door de Romeinen als 'Nera' Het woord is taalkundig gelijk aan het voorvoegsel in Nederland, wat ook gewoon 'laagland' betekent.
Bezienswaardigheden miniatuur|Centrum Neer in 1965|252x252px
Kerk In 1203 werd er voor het eerst schriftelijk melding gemaakt van de parochie en de Sint-Martinuskerk. De huidige kerk is gebouwd tussen 1909 en 1910 en werd in neogotische stijl ontworpen door architect Caspar Franssen. De 15e-eeuwse toren van de voorganger bleef behouden, maar werd toen verhoogd. In november 1944, toen de geallieerden de regio naderden, bliezen de Duitse bezetters de klokkenverdieping en de torenspits op. De toren en de kerk raakten daarbij zwaar beschadigd. De glas-in-loodvensters gingen verloren en een aanzienlijk deel van het zuidoostelijke koor en transept werd vernield. Na de oorlog werd de toren 'soberder' herbouwd naar een ontwerp van architect J. Franssen. Deze wederopbouw werd in 1954 voltooid. In de kerk bevindt zich een marianum van omstreeks 1500. Kloosters Keizerbosch was een nonnenklooster dat tijdens de Franse tijd werd ontruimd. Het klooster werd afgebroken, alleen het huis van de proost bleef staan. Later werd het kloosterterrein een landgoed en vervolgens een boerderij. Sint-Jozefklooster is een voormalig klooster aan Kloosterpad in Neer langs de huidige basisschool 'De Kwir'. miniatuur|Voormalig klooster Keizerbosch
Kapellen Neer heeft vier kapellen: Onze-Lieve-Vrouwe-in-het-Santkapel (witte kapel) aan Leudalweg, gebouwd in 1711 en gerestaureerd in 1928 Sint-Antoniuskapel aan Rohrstraat Sint-Isodoruskapel op Gendijk Maria Magdalenakapel op Brumholt
Schepenbank De Schepenbank aan de Engelmanstraat was al sinds 1275 de eigen middeleeuwse 'rechtbank' van Neer. In 1661 werd het gebouw herontworpen tot het gebouw wat tegenwoordig nog te bewonderen is. Kenmerkend is de gezwenkte topgevel. thumb|Schepenbank|219x219px
Kasteel Aan de zuidkant van het dorp stond tot begin 18e eeuw kasteel Ghoor, gebouwd 1370. Alleen resten van de kasteelboerderij en de kapel zijn behouden gebleven. miniatuur|Kasteel Ghoor|184x184px
Watermolens Friedesse Molen, oude watermolen op de Neerbeek Hammermolen, voormalige watermolen op de Neerbeek miniatuur|Friedesse Molen Schansen De Elsenschans. In 2024 heeft de gemeente Leudal 225.000 euro subsidie gestoken om deze schans te herstellen, en daarom valt deze schans tegenwoordig nog te bewonderen tussen de Neerbeek en de Rohrstraat in. Schans Keyserbosch. Deze schans werd aangelegd om het klooster Keizerbosch te beschermen tegen dreigend gevaar.
Zie ook Lijst van rijksmonumenten in Neer Lijst van gemeentelijke monumenten in Neer
Natuur, landschap en ligging
Beken en rivier Neer ligt nabij de Maas, op een hoogte van ongeveer 26 meter. Ten noorden van Neer komt het Afwateringskanaal Meijel-Neer aan de Maas uit in de Maas. Ten zuiden van Neer vloeit de Neerbeek in de Maas, deze verzorgt de afwatering van een zeer groot gebied ten westen van Neer tot in Noord-Brabant, Weert en België, onder andere de Tungelroyse Beek, Haelense Beek en de Roggelse Beek. Verder stromen er nog kleinere beekjes door het dorp zelf zoals de Keizersloop en de Wijnbeek, die allebei uitmonden in de Neerbeek.
Natuurgebieden Ten zuidwesten van Neer ligt het grote natuurgebied Leudal. Enkele kilometers ten noordwesten van Neer ligt natuurgebied Brookberg, met daaraan in het westen grenzend het gebied Ophovense Zandberg. Ten zuidoosten van Neer, tussen het dorp en Buggenum in ligt ook het natuur- en ontgrondingsgebied 'Wijnaerden', in de volksmond ook wel 'Wienerte' genoemd, dat regionaal bekend staat om zijn talloze vogels. miniatuur|Wienerte Neer in 2012
Overig Het overgrote deel van het Neerse grondgebied bestaat uit landbouwontginningsgebied en velden met enkele bospercelen verspreid over 19 km². Langs de Maas liggen nog enkele rivierduinen en zandruggen, zoals bij de Musschenberg tussen het dorp en Kessel-Eik in aan het Afwateringskanaal. miniatuur|230x230px|Uitzicht Maas vanaf de Musschenberg
Buurtschappen In Neer bevinden zich ook een hoop buurtschappen, zoals: Brumholt, Dries, Eiland, Gendijk, Gerhegge, Hanssum, Kinkhoven, Klein Hanssum, Venne, Vlaas en Waije. miniatuur|Voormalige bierbrouwerij Theelen, Hanssum|195x195px
Economie Het belangrijkste bedrijf in Neer is de in 1870 opgerichte Lindeboom Bierbrouwerij. Het is een zelfstandige, Nederlandse bierbrouwerij, die binnen de bebouwde kom aan de Engelmanstraat staat. Het familiebedrijf werd opgericht in 1870 en wordt al generaties lang bestuurd door de familie Geenen. De brouwerij staat bekend om haar traditionele ambacht en verkreeg in het verleden het predicaat Hofleverancier. Naast het bekende Lindeboom Pilsener brouwt het bedrijf diverse speciaalbieren, waaronder bieren onder de merknamen Gouverneur en Venloosch. Sinds de oprichting is de brouwerij altijd stevig verankerd gebleven in de Limburgse biercultuur en regio. Een deel van de gebouwen, waaronder de mouttoren stamt uit het eind van de 19e eeuw.miniatuur|195x195px|Reclamebord Lindeboom's Bier
Energie In Neer speelt lokale en duurzame energie een grote rol, met name door de aanwezigheid van grootschalige burgerprojecten en regionale coöperaties.
Lokale energiecoöperaties 'Leudal Energie' is de overkoepelende lokale energiecoöperatie voor de gemeente Leudal. Zij wekken 100% lokale groene stroom op via wind- en zonneprojecten en leveren dit direct terug aan de inwoners. De winst vloeit terug in projecten voor de lokale gemeenschap. Het Windpark Neer aan de Boerderijweg bestaat uit meerdere windturbines miniatuur|Windpark Neer
Windmolens In het buitengebied van Neer staat het grootste windmolenpark in de provincie Limburg. In totaal staan er 19 windmolens verspreid over een gebied in Ospeldijk, Heibloem, Egchel en Neer, waarvan het grootste deel met acht windmolens langs het Afwateringskanaal in Neer staan.
Drie van die acht windmolens staan ter hoogte van Kookepan in Neer en die behoren daarom ook tot het 'Windpark de Kookepan'. De andere vijf windmolens nabij de Boerderijweg in Neer behoren tot het 'Windpark Neer'.
Een van deze vijf molens, genaamd De Coöperwieck, is volledig in handen van burgers. Dit project is ontwikkeld door de Limburgse burgercoöperatie Zuidenwind in samenwerking met Meerwind en De Windvogel. Hierdoor hebben inwoners direct zeggenschap en profijt van de opgewekte energie.
Onderwijs Brede school 'De Hoepel' huisvest KDV en BSO 'Tante Pollewop', PSZ 'Sjanulke' en basisschool 'De Kwir'.