thumb|Detailkaart van de Benelux, met provincies/districten en alle gemeenten. (2014) De Benelux is een regionale intergouvernementele samenwerking tussen België, Nederland en Luxemburg. De Benelux heet sinds 2008 Benelux Unie. Het doel van de Benelux Unie is om de grensoverschrijdende samenwerking te versterken en voorloper te blijven binnen de Europese Unie (art. 350 VwEU).
De unie is op 5 september 1944 in Londen opgericht door de gevluchte regeringen van deze landen als douane-unie. Dit is een samenwerkingsverband tussen deze drie landen om onderling vrij goederen te kunnen transporteren en een uniform tarief te hanteren voor goederen van buiten de Benelux. Sinds het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie uit 1958 is de Benelux ook een economische unie.https://wetten.overheid.nl/BWBV0005047/1999-09-01 Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie, 's-Gravenhage, 03-02-1958 Vanaf 2012, met de ingang van een nieuwe verdrag tussen de leden, treedt de Benelux niet meer alleen op economisch gebied op maar ook bij economie, duurzame ontwikkeling, justitie en binnenlandse zaken (veiligheid). Bij al deze thema's staat digitalisering centraal.
De naam Benelux wordt ook wel gebruikt in geografische zin om de drie 'Benelux-landen' (ook bekend als de Lage Landen en vooral vroeger als de Nederlanden) gezamenlijk aan te duiden, los van hun politieke structuur en samenwerking; bijvoorbeeld de Benelux-tak van veel internationale bedrijven.
Doel Het doel van de Benelux Unie is om de grensoverschrijdende samenwerking te versterken en voorloper te blijven binnen de Europese Unie (art. 350 VwEU). Benelux werkt samen op basis van een jaarplan ingebed in een meerjarig werkprogramma. Het voorzitterschap van de unie rouleert op jaarlijkse basis onder de landen. Het bestuurscentrum van de Benelux ligt in Brussel in het 'Huis van de Benelux'. Dit gebouw kreeg op 60-jarige viering van unie deze naam. hier is het Secretariaat-Generaal van de Benelux gevestigd. De secretaris-generaal is sinds 1 januari 2026 Ariadne Petridis. Zij is de opvolger van Frans Weekers. De adjunct-secretarissen-generaal zijn Liesje Schreinemacher (NL) en Tom Köller (LU).
De unie werkt ook steeds meer samen aan de buitengrenzen van de Benelux, zoals met het Duitse Noordrijn-Westfalen en Franse regio's. De Benelux-landen en de Franse regio Hauts-de-France bundelen hun krachten en op 20 mei 2025 werd een ambitieus actieplan ondertekend.
Resultaten
Recente resultaten van de Benelux-samenwerking zijn onder andere de automatische niveau-erkenning van diploma's hoger onderwijs tussen de drie landen, een nieuw Benelux-politieverdrag en jaarlijks gezamenlijke controles op het wegvervoer. Maar ook op energiegebied wordt samengewerkt en er lopen proefprojecten met onder andere de digitale vrachtbrief. Ook zet Benelux in op grensoverschrijdende samenwerking rond klimaatadaptatie.
In 2018 werd er ook een Benelux-jongerenparlement opgericht.
Resultaten in 2024: https://www.benelux.int/nl/publication/jaarverslag-2024/
Resultaten in 2025: https://www.benelux.int/nl/publication/benelux-in-2025-2/ miniatuur|Beneluxtop in 2019 samen met Noordrijn-Westfalen Naast samenwerking op verdragsmatige basis is er ook een politieke samenwerking in Benelux-verband, met o.a. toppen van de Benelux-regeringsleiders.
Voorzitterschap
In 2026 is Nederland voorzitter van het Comité van Ministers van de Benelux.
Voorgeschiedenis Traditioneel geldt de benaming de Lage Landen of de Nederlanden voor het deltagebied in West-Europa, toen Nederland en België nog niet als aparte staten bestonden. Sinds het einde van de zestiende eeuw kan men een scheiding maken tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden (deze laatste tot 1790 met inbegrip van Luxemburg). België werd in 1830 onafhankelijk van Nederland. In 1890 kwam het Groothertogdom Luxemburg definitief los van Nederland, toen koning Willem III overleed, en men in Luxemburg de erfopvolging volgens de Salische wet liet verlopen.
Nederland en België werden door de scheiding concurrenten van elkaar. België kreeg het zwaar te verduren, mede doordat het economisch geïsoleerd was: met geen enkel buurland had het een handelsverdrag. Daarom werd sinds de afscheiding toenadering gezocht met andere landen, dus ook met Nederland. In 1841 verzocht Luxemburg aan de koning-groothertog Willem II om een verdrag met België, aangevuld met een economische unie met Nederland. In feite was dat een eerste zet in de richting van wat later Benelux zou gaan heten. Maar een eerste vorm van samenwerking kwam ruim twintig jaar later toen België en Nederland op 12 mei 1863 het Handels- en Scheepvaartverdrag sloten. Beide landen wensten een douane-unie. Het zou echter tot 1869 duren voordat hierover serieus gesproken werd, door de Belgische eerste minister Frère-Orban en de Nederlandse minister van Financiën Van Bosse. Deze plannen liepen op niets uit toen in 1870 een nieuw kabinet in België aantrad dat terughoudend stond tegenover een te vormen douane-unie met Nederland. In 1905 voerde een Belgische journalist, Eugène Baie, campagne voor een te vormen douane-unie met Nederland. Dit zou in 1907 leiden tot de instelling van een Nederlands-Belgische commissie van 58 parlementariërs. De commissie moest de economische verhouding tussen beide landen onderzoeken als noodzakelijk element voor toekomstige onderhandelingen. Deze commissie is driemaal bijeengekomen maar heeft niets opgeleverd. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog maakte economische samenwerking tussen beide landen onmogelijk.
Belux België en Luxemburg vormen sinds 1921 samen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie (BLEU). De term Belux wordt nog vaak gebruikt om alleen beide landen aan te duiden. De BLEU was een douane-unie en een muntunie. De Belgische frank en de Luxemburgse frank werden aan elkaar gekoppeld. Van 1921 tot 1935 en opnieuw vanaf 1944 waren de twee munten aan elkaar gelijk, tot zij in 2002 door de euro werden vervangen.
Handelsconventie van Oslo en de overeenkomst van Ouchy Voor het eerst weer in 1927 zochten de landen economische toenadering op de internationale economische conferentie te Genève. In 1929 deed België een voorstel aan de Volkenbond om een verdrag in studie te nemen dat moest leiden tot consolidatie en verlaging van de tarieven. Dit voorstel leidde op 24 maart 1930 tot het sluiten van een handelsconventie. Omdat ratificatie door het vereiste minimumaantal lidstaten uitbleef, trad het niet in werking. Hierop reageerden de landen België, Nederland, Luxemburg, Denemarken, Zweden en Noorwegen door zelf stappen te nemen. Op 22 december 1930 sloten zij de Conventie van Oslo. Hierin werd bepaald dat de bestaande tolrechten niet werden verhoogd, noch zouden er nieuwe worden uitgevaardigd zonder de andere partijen hiervan in kennis te stellen, waarbij die andere partijen dan de mogelijkheid kregen tegen nieuw uit te vaardigen tolrechten amendementen in te dienen.
Nederland, België en Luxemburg wilden nauwere economische samenwerking en dit resulteerde in het op 29 december 1931 getekende protocol wat zou leiden tot de op 18 juli 1932 afgesloten "Internationale overeenkomst tot verlaging der tollen". Omdat het verdrag in Ouchy is gesloten, staat het beter bekend onder de naam Overeenkomst van Ouchy. Het doel van de overeenkomst is een tariefbestand, gevolgd door trapsgewijze verlaging van de tarieven. Bovendien zouden bestaande invoerrechten niet worden verhoogd noch nieuwe worden ingevoerd. Het verdrag zou voor een duur van vijf jaar worden gesloten en stond open voor toetreding door andere landen op voet van volledige gelijkheid. Ongeveer gelijktijdig sloot het Verenigd Koninkrijk op 20 augustus 1932 te Ottawa een zevental bilaterale verdragen. Daar werd eveneens een resolutie aangenomen die regionale overeenkomsten van preferentiële aard afwees. Hoewel het Verenigd Koninkrijk daarmee Ouchy niet expliciet afwees, kwam dit de facto hier wel op neer. Ook de Verenigde Staten maakten bezwaar tegen de overeenkomst van Ouchy, zodat deze nimmer in werking is getreden.
Geschiedenis Monetaire overeenkomst als basis voor de douane-unie thumb|Ondertekening van de monetaire overeenkomst (1943) Het is uiteindelijk de Tweede Wereldoorlog geweest die België, Nederland en Luxemburg bij elkaar dreef. Op 21 oktober 1943 ondertekenden de drie regeringen in Londen, waar zij in ballingschap verbleven, de monetaire overeenkomst. Met de ondertekening van dit document werd het fundament voor een later te vormen douane-unie gelegd. De monetaire overeenkomst had als doel het betalingsverkeer te regelen en de economische verhoudingen te versterken. Om dit doel te verwezenlijken werd een vaste wisselkoers bepaald tussen de Belgische frank en de gulden, daarnaast verschaften de landen elkaar kredieten. Korte tijd later, op 5 september 1944, ondertekenden de drie regeringen wederom een overeenkomst: de Nederlands-Belgisch-Luxemburgse-Douaneovereenkomst. Omdat het vaststellen van een gemeenschappelijk tarief een moeilijke opgave bleek, is besloten om zich tot de vorming van een tariefgemeenschap te beperken.
Kenmerken van de douane-overeenkomst De douane-overeenkomst van 1944 is bilateraal omdat deze is afgesloten tussen de B.L.E.U. en Nederland. De overeenkomst stelt een drietal organen in, dit zijn achtereenvolgens: De Administratieve Raad voor de Douaneregelingen (art. 3 en 4). Deze Raad is belast met de unificatie van douanewetgeving en accijnzen. De Administratieve Raad voor de regeling van de buitenlandse handel (art. 5). Deze is op 17 april 1946 omgedoopt tot Raad van de Economische Unie. Het is de belangrijkste Raad. Hij is belast met de administratie en de uitvoering van de gemeenschappelijke regeling van de buitenlandse handel. De Raad voor de Handelsakkoorden (art. 6), die zo veel mogelijk overeenstemming tussen de bepalingen betreffende de betrekkingen overeengekomen met derde landen moet verzekeren.
De drie raden moeten hun maatregelen aan een uitvoerend orgaan, een interministeriële vergadering, waarin Nederlandse en B.L.E.U.-ministers zitting hebben voorleggen (art. 7). Uiteindelijk zal goedkeuring moeten worden verleend door de bevoegde besturende of wetgevende instanties. Er wordt dus geen soevereiniteit overgedragen aan het orgaan, zodat men hier van een intergouvernementele organisatie kan spreken. In artikel 9 ten slotte wordt bepaald wanneer de overeenkomst in werking zal treden. De overeenkomst zou voorlopig in werking treden op het moment dat de Nederlandse en Belgische regeringen weer op hun grondgebied zouden zijn teruggekeerd. Uiteindelijk werd de monetaire overeenkomst van 21 oktober 1943 tegen het eind van 1946 goedgekeurd door de drie parlementen.
De douaneovereenkomst werd echter minder snel toegepast. Oorzaak hiervan was dat België en Luxemburg eerder bevrijd waren dan Nederland. Terwijl België werkte aan de wederopbouw, verkeerde Nederland nog in een economische malaise. Toen de economische verhoudingen enigszins genivelleerd waren kon men overgaan tot de uitvoering van de douane-overeenkomst. De overeenkomst werd aangevuld en verduidelijkt op 14 maart 1947. Als datum voor de inwerkingtreding werd 1 januari 1948 vastgesteld. Vanaf die datum werden er, zonder overgangsperiode, geen invoerrechten meer geheven op het handelsverkeer binnen de Benelux. Daarnaast gold tegenover andere landen een gemeenschappelijk buitentarief, dat het laagste van Europa was.
Benelux Economische Unie miniatuur|Ondertekening van Benelux-verdrag Economische Unie in 1958 (v.l.n.r.: Joseph Bech, Willem Drees en Achiel van Acker)