thumb|Tristan en Isolde op weg naar Cornwall, uit een manuscript van Jean du Mas, seigneur de l'Isle, 15e eeuw, Musée Condé Ms. 645-647, f.234 recto Tristan en Isolde (Cornisch:Tristan ac Yseult) is een middeleeuwse sage waarvan de oorsprong waarschijnlijk teruggaat tot de 7e of 8e eeuw. Het verhaal werd in de hoofse romans van de middeleeuwen ettelijke malen herschreven en verspreidde zich over het gehele toenmalige Europa. De namen van de helden van het verhaal kunnen per variant verschillen. Voor Tristan kan men onder meer Tristram, Tristran en Tristrem terugvinden terwijl Isolde ook wordt geschreven als Eselt, Iseut, Iseult, Yseult, Isolt, Ysolt, Ysonde en Ysolde, en geen van beide lijsten is volledig.

Oorsprong thumb|Isolde, door Aubrey Beardsley (1899) De kern van het verhaal gaat over een heerser of een koning en zijn kampioen of bijzonderste krijgsman. Voor zijn volk is deze heerser de behoeder van structuur en orde door hun vijanden te verslaan en veiligheid en zekerheid te brengen. Hij wordt daarbij terzijde gestaan door zijn kampioen, zijn vazal, zijn bijzonderste krijgsman. Er wordt van hem ook verwacht dat hij voor stabiliteit in de toekomst, dus voor opvolging zorgt waarbij de vrouw in het verhaal komt. De band tussen de heerser en de kampioen is trouw en eer, de band met de vrouw is seks. In de relatie tussen koning en krijgsman introduceert de vrouw mysterieuze krachten die niet gecontroleerd worden door de wetten van politiek en oorlogsvoering. Door haar krachten vernietigt zij de band tussen de krijgers en brengt verderf.

Over de oorsprong van het verhaal zijn er verschillende theorieën en de geleerden zijn het niet met elkaar eens. Sommigen denken dat dit verhaal zou zijn afgeleid uit Keltische (Ierse, Welshe, Pictische en Britse) verhalen.Oliver J. Padel, The Cornish Background of the Tristan Storie, in Cambridge Medieval Celtic Studies 1 (1981).Rosemarie Lühr, Tristan im Kymrischen, in Rudolf Schulz (ed.), Tristan und Isolt im Spätmittelalter, Rodopi, 1999, p. 141. Men verwijst hiervoor onder andere naar de Tristan steen, een granieten menhir bij Fowey in Cornwall die een inscriptie draagt uit het midden van de 6e eeuw die luidt: DRVSTANVS HIC IACIT CVNOWORI FILIVS (‘Drustan ligt hier, de zoon van Cunomorus’). Een derde regel, die nu ontbreekt, zou volgens de 16e-eeuwse geschiedkundige John Leland als volgt geluid hebben: CVM DOMINA OUSILLA (‘met de dame Ousilla’). Ousilla is de Latijnse vorm van Eselt of Isolde. Er zouden ook aanwijzingen zijn dat een koning Mark (Merchiaun) in Cornwall regeerde in de zesde eeuw zoals blijkt uit de vita van de heilige Iltud.Michael S. Batts, Gottfried von Strassburg, New York: Twayne, 1971, p. 23.

Een mogelijke Ierse oorsprong wordt ook zeer vaak geopperd. Een dramatisch aflopende triantán an grá of driehoeksverhouding kan men in diverse vroege Ierse werken terugvinden, onder meer in Tóraigheacht Dhiarmada agus Ghráinne waarin prinses Gráinne wegvlucht met de jonge ridder Diarmuid van het huwelijksfeest waar ze moest trouwen met de oude Fionn mac Cumhaill. Ook het Ierse Scéla Cano meic Gartnáin, opgetekend in de 14e eeuw, maar waarschijnlijk veel ouder, brengt het verhaal van een driehoeksverhouding tussen de oude koning Marcan, zijn jonge vrouw Credd en de jonge verbannen koning van Schotland Cano die aan het hof van Marcan verblijft.

Verschillende onderzoekers zijn van mening dat het Perzische verhaal Vis u Ramin uit de 11e eeuw aan de basis zou liggen van de Tristan-legende.Fakhr al-Dīn Gurgānī - Dick Davis. Vis & Ramin, Washington, DC: Mage publishers, 2008. Het verhaal zou dan in het westen terechtgekomen zijn via terugkerende kruisvaarders en via minstrelen die toegang hadden tot de Saraceense kampen in het Heilige Land.Joan T. Grimbert, Tristan and Isolde: A Casebook, New York: Garland Pub, 1995, p. 21. Maar ook deze hypothese wordt verre van algemeen aanvaard,Angelika Hartmann, Das Persische Epos Wis und Ramin. Ein vorläufer des Tristan?, in Rudolf Schulz (ed.), Tristan und Isolt im Spätmittelalter, Rodopi, 1999, p. 13. een meerderheid van onderzoekers opteert voor een Keltische oorsprong.Hannah Lane Perham, Chivalry, Adultery, Ambiguity: The Image of Tristan & Isolde in Medieval Art, Dartmouth College, 2009.

Bewaarde werken miniatuur|Gottfried von Straßburg (in het blauwe gewaad) leest voor uit zijn Tristan (Codex Manesse, 14e eeuw) Het werk wordt waarschijnlijk al in het midden van de 12e eeuw op schrift gesteld door Chrétien de Troyes (ca. 1135/1140-1190), dat schreef hij tenminste zelf in zijn Cligès, maar zijn Tristan is verloren gegaan en het eerste bewaarde werk werd tussen 1160 en 1165 geschreven in het Anglo-Normandisch door Thomas van Brittannië, waarschijnlijk voor Eleonora van Aquitanië.Norbert Werner, Tristan-Darstellungen in der Kunst des Mittelalters in Tristan und Isolt im Spätmittelalter, ed. Rudolf Schulz, Rodopi 1999, p.13. Van dit werk zijn tien fragmenten teruggevonden waarvan er vandaag slechts acht overblijven die zich in vijf verschillende handschriften bevinden.Stewart Gregory (translator), Thomas of Britain, Roman de Tristan, New York: Garland Publishers, 1991. In totaal kennen we van dit werk ongeveer 3.300 verzen, vooral van het laatste deel van het verhaal (Het huwelijk van Tristan met Isolde met de blanke handen) en dat zou overeenstemmen met ongeveer een zesde van het originele werk. De volledige inhoud van het verhaal van Thomas kent men uit een vertaling in Oudnoors proza (Saga af Tristram ok Ísond) door een zekere Broeder Robert omstreeks 1226 gemaakt voor koning Hákon Hákonarson, koning van Noorwegen tussen 1216 en 1263.D. Ashurst, (2005) ’Saga af Tristram ok Isond.’, in A new introduction to Old Norse: reader. London: Viking Society for Northern Research, pp. 163-172.

Een tweede Anglo-Normandische versie van het verhaal is die van Béroul van omstreeks 1180, waarvan ongeveer 4.500 verzen bewaard zijn gebleven in één handschrift. Deze fragmenten behandelen het middendeel van het verhaal, de heimelijke liefde van Tristan en Isolde aan het hof van koning Mark. In het Duits zijn de eerste werken van de hand van Eilhart von Oberge (1170-1190) en Gottfried von Straßburg (1200-1220), wiens werk ook gebaseerd is op de versie van Thomas van Brittannië. Gottfried stierf voor hij het kon afmaken en het werd omstreeks 1240 afgewerkt door Ulrich von Türheim. Het vervolg van Ulrich werd 50 jaar later herschreven door Heinrich von Freiberg. De Tristrant van Eilhart von Oberge daarentegen is volledig bewaard gebleven en daarmee de vroegste volledige Tristan en Isolde roman die is teruggevonden. Zijn versie is sterk vergelijkbaar met wat is overgebleven van de versie van Béroul.

In deze eerste versies van het verhaal is er geen verband met de verhalen rond koning Arthur. Deze connectie werd pas gemaakt in de zogenaamde Tristan in Proza die tussen 1230 en 1235 ontstaat.

Er wordt dikwijls een onderscheid gemaakt tussen een hoofse en een volkse (version commune) versie van het verhaal. De hoofse versie van Thomas en Gottfried zou dan bedoeld geweest zijn voor hofkringen, de andere versie, van Béroult en Eilhart, voor het gewone volk. Buiten het feit dat het gewone volk in die tijd niet kon lezen blijkt de hoofse versie bij vergelijking niet kunstiger of verfijnder te zijn dan de volkse versie. Het belangrijkste onderscheid is dat de hoofse versie meer aandacht besteedt aan de emoties van de geliefden terwijl de andere versie meer door feiten gedreven wordt.

Eind 12e eeuw behandelt Marie de France dit verhaal ook in haar Lai du Chèvrefeuille (of 'Chevrefoil').

Er is tot op heden geen middeleeuwse Nederlandse versie van het verhaal bekend buiten enkele resten (158 deels beschadigde verzen) van een Nederfrankische, mogelijk Gelderse bewerking van een Oudfranse versie.Frits van Oostrom, De lage landen en het hooggebergte: Middelnederlandse ridderromans in Europese context in Literatuur. Jaargang 17. Amsterdam University Press, Amsterdam 2000.Bart Besamusca: Repertorium van de middeleeuwse Arthurepiek, Utrecht 1985,pp.63-64.Hans Kienhorst, De handschriften van de Middelnederlandse ridderepiek. 2vol. Deventer 1988, Bd.1, pp.192-193

Inhoud Deze samenvatting van de inhoud is gebaseerd op de versie van Gottfried van Strassburg. miniatuur|Tristantapijt 1849-1862 uit de abdij van Wienhausen in Duitsland met het verhaal van Tristan tot de bruidsvaart.

Afkomst Het verhaal begint met de geschiedenis van Rivalin (ook Riwalin of Canelengres genoemd) van het land van ParmenieEen fictief land dikwijls gesitueerd aan Het Kanaal tussen Normandië en Bretagne. die zijn leenheer Morgan aanvalt en tot het aanvaarden van een vrede dwingt. Daarop trekt Rivalin naar het hof van koning Mark (Marke) van Cornwall (Curnewal), beroemd om zijn wijsheid, om daar het hofleven te leren kennen. Tijdens een toernooi dat Mark organiseert, en dat wordt bijgewoond door Blanchefleur (Blanscheflur), de jongste zus van de koning, worden de jongelui verliefd op elkaar.

Tijdens een gevecht raakt hij gewond en Blanchefleur die dacht dat zijn laatste uur geslagen had sluipt zijn kamer binnen, en het is daar dat Tristan verwekt wordt. Een tijd later moet Rivalin terugkeren naar zijn eigen land, Parmenie, waar een leger van hertog Morgan is binnengevallen. De zwangere Blanchefleur, bevreesd voor de schande, gaat stiekem met hem mee. Aangekomen in Parmenie trouwt Rivalin met Blanchefleur. Dan trekt hij op tegen Morgan, maar sneuvelt tijdens de veldslag en Blanchefleur bevalt van Tristan maar sterft daarbij.

Jeugd Rual li foitenant, de maarschalk en vertrouweling van Rivalin, en zijn vrouw Floraete voeden Tristan op als hun eigen zoon en ze vertellen aan niemand de ware afkomst van Tristan uit vrees voor Rivalin’s vijanden. Tristan groeit op tot een jonge ridder die verscheidene talen spreekt, een goed jager is, behendig is in het paardrijden en de krijgskunsten en die wondermooi op de harp en allerlei andere instrumenten kan spelen.

Op een dag komen Noorse handelaars aanleggen in de haven van ConoelDe fictieve hoofdstad van het fictieve Parmeni. bij het kasteel waar Rual verbleef. Tristan gaat naar het strand met zijn stiefbroers om valken te kopen, maar blijft met de Noren praten over een wondermooi schaakspel dat hij op de boot gezien had en hij wordt uitgenodigd voor een partij schaak. Rual en zijn stiefbroers besluiten hem rustig verder te laten spelen; alleen zijn toegewijde leermeester Curvenal blijft bij hem. De Noren, die verwonderd waren over de talenkennis en de zangtalenten van Tristan, besluiten om hem te ontvoeren en vertrekken met het schip terwijl Tristan en Curvenal geboeid opgaan in het schaakspel. Als ze zich realiseren wat er gebeurt, is het al te laat. Curvenal wordt in een klein bootje overboord gezet en slaagt erin terug het land te bereiken om het droeve nieuws te melden. Maar Gods wraak laat niet lang op zich wachten en er steekt een verschrikkelijke storm op. De storm duurt acht dagen en brengt hen voor de kust van Cornwall waar ze Tristan op het strand achterlaten.

Aan het hof van Mark miniatuur|Tristan en Isolde op de valkenjacht, ivoorsnijwerk 1340-1350, Parijs, Louvre. Tristan ontmoet twee oudere pelgrims aan wie hij een verhaal opdist dat hij verloren is geraakt tijdens een jachtpartij. Als ze een poos daarna inderdaad de jagers van Koning Mark tegenkomen, sluit Tristan zich bij hen aan. Hij toont de jachtmeester zijn jachtervaring door het gedode hert te villen en te verdelen op de wijze waarop het in Parmenie gebeurde.