De Slag bij Ipsos (Grieks: Ἱψός, verlatijnst: Ipsus) was een slag tussen enkele van de diadochen (de opvolgers van Alexander de Grote) in 301 v.Chr. nabij het dorp met die naam in Frygië. Antigonos I Monophthalmos en zijn zoon Demetrius stonden tegenover een coalitie van drie andere strijdmakkers van Alexander: Kassander, heerser van Macedonië, Lysimachus, heerser van Thracië en Seleucus I Nicator, heerser over Babylonië en Perzië, het Seleucidische Rijk.
Antigonos was al 80 jaar oud en de heerser van Macedonische Rijk, het huidig Syrië, Turkije, Libanon en Judea. Zijn leger was enorm en had al menig vijand verslagen. Hij had 75 strijdolifanten. Zijn opponent had een enigszins kleinere legermacht (verondersteld rond 60.000 man), maar zij hadden Seleucus en zo'n 400 olifanten. Dit was de enige grote Europese veldslag waarbij beide partijen gebruikmaakten van Indische strijdolifanten.
Met uitzondering van Plutarchus's Leven van Demetrius heeft zo goed als geen historische beschrijving van de veldslag de eeuwen doorstaan. Wij weten dat Demetrius in eerste instantie succesvol was aan zijn kant van het gevecht (op de rechterflank met zware cavalerie), maar zijn strijdkracht werd afgezonderd van het centrum van het Antigonidische leger. Toen hij poogde aansluiting te vinden bij de hoofdmacht werd zijn cavalerie geblokkeerd door een enorme massa van strijdolifanten, naar aangenomen onder het commando van Seleucus.
De hoofdmacht, de Antigonidische falanx, werd vernietigd door afstandsschoten van lichte troepen die minstens van één flank aanvielen. Antigonos zelf, die vanwege zijn ouderdom geen harnas droeg, werd gedood door een werpspeer van een peltast.
De strijd bevestigde de uitkomst van de Babylonische Oorlog, waarin Seleucus zijn onafhankelijkheid tegenover Antigonos had bevochten: het Alexandrijnse Rijk werd opgesplitst in drie machtscentra: Macedonië in Europa, Syrië en Babylonië onder de Seleuciden in Azië en Egypte onder de Ptolemeën in het zuiden. Het eens zo machtige rijk van Alexander de Grote zou nooit meer in haar vroegere glorie hersteld worden.
Achtergrond
In de nasleep van de Tweede Diadochenoorlog (315 v.Chr.) was Antigonos Monophthalmos onbetwistbaar de heerser van de Aziatische gebieden van het Macedonische Rijk geworden (Klein-Azië, Syrië en de enorme oostelijke satrapieën). Dit bracht Antigonos in de beste positie om de alleenheerschappij voor zichzelf te claimen. Antigonos' macht alarmeerde de andere diadochen, waardoor de Derde Diadochenoorlog uitbrak, waarin Antigonos moest vechten tegen een coalitie van Kassander, Lysimachos en Ptolemaeus. De oorlog eindigde met een vredesverdrag in 311 voor Christus, waarna Antigonos Seleucus aanviel, die zich opnieuw wilde opwerpen in de oostelijke satrapieën. De daaropvolgende Babylonische Oorlog duurde van 331 tot 309 v.Chr. en eindigde in een nederlaag voor Antigonos, waardoor Seleucus de satrapie Babylonië en de oostelijke gebieden kon heroveren.
Terwijl Antigonos zijn aandacht ergens anders op had gericht, was Ptolemaeus bezig geweest met zijn macht in de Egeïsche Zee en op Cyprus uit te breiden. Antigonos hervatte in 308 v.Chr. dus de oorlog met hem, waardoor de Vierde Diadochenoorlog begon. Antigonos zond zijn zoon Demetrius naar Griekenland om dat land te veroveren, en hij kon in 307 v.Chr. Athene veroveren, waarbij hij Demetrius van Phalerum, Kassanders gouverneur, verdreef, en verklaarde dat de stad weer vrij was. Demetrius verlegde toen zijn aandacht op Ptolemaeus, viel Cyprus binnen en versloeg Ptolemaeus' vloot in de slag bij Salamis in Cyprus. In de nasleep van deze overwinning, namen zowel Antigonos als Demetrius de kroon van Macedonië op, waarin ze al snel werden gevolgd door Ptolemaeus, Seleucus, Lysimachos en uiteindelijk Kassander.
400px|thumb|left|De diadochenrijken voor de slag bij Ipsos.
In 306 v.Chr. probeerde Antigonos Egypte binnenvallen, maar Demetrius' vloot kon hem niet bevoorraden door stormen, en hij moest naar huis terugkeren. Met zowel Kassander als Ptolemaeus verzwakt, en Seleucus die nog steeds bezig was met zich te doen gelden in het oosten, legden Antigonos en Demetrius hun attentie nu op Rhodos, dat werd belegerd door Demetrius in 305 voor Christus. Het eiland werd versterkt door troepen van Ptolemaeus, Lysimachos en Kassander. Uiteindelijk bereikten de Rhodiërs een compromis met Demetrius: ze zouden Antigonos en Demetrius steunen tegen elke vijand, behalve tegen hun bondgenoot Ptolemaeus. Ptolemaeus nam de titel Soter (redder) op zich, voor zijn rol in het voorkomen van de val van Rhodos, maar eigenlijk was het Demetrius die had gewonnen, want nu kon hij Kassander in Griekenland aanvallen. Demetrius keerde dus terug naar Griekenland en ging verder met het bevrijden van de Griekse steden, waarbij hij Kassanders garnizoenen verdreef. Dit besloeg veel van Demetrius' inspanningen in 303 en 302 voor Christus.
Kassander, die zag dat Demetrius' inspanningen gericht waren op het vernietigen van zijn macht in Griekenland en uiteindelijk Macedonië, probeerde tot een overeenkomst te komen met Antigonos. Maar Antigonos verwierp zijn voorstellen, omdat hij hoopte op de volledige overgave van Kassander. Kassander onderhandelde daarom met Lysimachos, en ze kwamen samen tot een akkoord. Ze stuurden gezanten naar Ptolemaeus en Seleucus om hen te vragen om hen te helpen in het bevechten van Antigonos. Kassander, die het initiatief wilde nemen, zond een groot deel van het Macedonische leger onder Prepelaus naar Lysimachos, om hem te helpen bij operaties in Klein-Azië. Ondertussen nam Kassander de rest van het Macedonische leger mee naar Thessalië om met Demetrius te vechten.
Voorafgaand aan de slag
Lysimachos stak de Hellespont over in 302 voor Christus, omdat hij probeerde om voordeel te halen uit Antigonos' afwezigheid in Syrië door Klein-Azië onder de voet te lopen. De steden Lampsacus en Parium onderwierpen zich aan hem, maar hij moest Sigeion bestormen, waarna hij er een garnizoen legerde. Toen zond hij Prepelaus met 7.000 man naar Aeolis en Ionië om deze gebieden te veroveren terwijl hij zelf Abydos (Klein-Azië) belegerde. Dit beleg was echter onsuccesvol, want Demetrius zond de stad versterkingen uit Griekenland vanaf de zee. Lysimachos ging daarom naar Frygië aan de Hellespont en veroverde er de belangrijke stad Synnada. Ondertussen veroverde Prepelaus Adramyttion, Ephesos, Teos en Colophon, maar hij kon Erythrae en Clazomenae niet veroveren, opnieuw door operaties vanop zee door Demetrius. Uiteindelijk ging Prepelaus landinwaarts en veroverde Sardis, een andere zeer belangrijke stad.Diodorus Sicullus, XX, 107
Toen Antigonos hoorde over de invasie, stopte hij de voorbereidingen voor het grote festival dat gehouden zou worden in Antagonia, en begon al snel met zijn leger vanuit Syrië, door Cilicië, Cappadocië en Lycaonië naar Frygië te marcheren. Lysimachos, die gehoord had van Antigonos' naderende leger, overlegde met zijn officiers, en besloot om een open slag te vermijden tot Seleucus' aankomst. De bondgenoten verdedigden hun kamp dus met verschansingen en pallisaden, en toen Antigonos aankwam om slag te leveren, bleven ze in hun kamp. Daarom probeerde Antigonos hun bevoorradingslijnen af te snijden, waardoor hij Lysimachos dwong om het kamp te verlaten en een nachtelijke mars van 65 kilometer naar Dorylaeum te ondernemen. Daar bouwden de bondgenoten een nieuw, driedubbel afgezet kamp bij te heuvels, met relatief gemakkelijke toegang tot voedsel en water.Diodorus Sicullus, XX, 108 Antigonos volgde kort daarachter en belgerde het kamp, waarbij hij katapulten voor de aanval liet aanrukken. Lysimachos deed geregeld uitvallen om de belegeringswerken te ontwrichten, maar de Antigonidische legers wonnen altijd de daaropvolgende schermutselingen. Met het naderende voltooien van de belegeringswerken en de voedselvoorraden die uitgeput raakten besloot Lysimachos om het kamp te verlaten en marcheerde weg tijdens een nachtelijke storm. Antigonos probeerde hem opnieuw te volgen, maar omdat de winter aankwam met nog meer regen werden de omstandigheden te moeilijk, en hij hield de achtervolging voor bekeken en verspreidde zijn mannen in de winterkwartieren. Het geallieerde leger marcheerde Bithynië binnen en ging naar de winterkwartieren rond de stad Heraclea.
thumb|left|Demetrius, de zoon van Antigonos
Nadat hij zijn leger had gesetteld voor de winter hoorde Antigonos dat Seleucus op weg was om Lysimachos te steunen. Daarom zond hij boodschappers naar Demetrius, waarbij hij hem beval om terug te keren met zijn leger terug te keren naar Azië om zijn leger te versterken.Diodorus Sicullus, XX, 109 Demetrius had ondertussen zijn veldtocht in Griekenland voltooid, en omdat Kassander de passen over land had geblokkeerd, was Demetrius Thessalië binnengekomen langs zee. Er waren ietwat onlogische manoeuvres gevolgd bij de twee legers voor Demetrius zijn vaders boodschappen had ontvangen. Demetrius sloot dus snel een vredesverdrag met Kassander en nam zijn leger over zee naar Ephesos. Hij heroverde de stad en marcheerde noordwaarts naar de Hellespont, waar hij een sterk garnizoen en vloot legerde om te voorkomen dat versterkingen uit Europa het geallieerde leger zou bereiken. Demetrius verspreidde toen ook zijn leger in de winterkwartieren.Diodorus Sicullus, XX, 111
Tijdens de afwezigheid van Demetrius durfde Kassander meer versterkingen onder leiding van zijn broer, Pleistarchus, te sturen naar Lysimachos. Omdat Demetrius de gemakkelijke oversteekpunten bij de Hellespont en de Bosporus bewaakte, probeerde Pleistarchus zijn mannen onmiddellijk over de Zwarte Zee naar Heraclea te verschepen, waarbij hij de haven van Odessos gebruikte. Hoewel de eerste groepen veilig aankwamen werden de tweede onderschept door Demetrius' vloot, en de derde werd vernield door een storm. Pleistarchus zelf overleefde ternauwernood de vernieling van het commandoschip, en werd uiteindelijk naar Heraclea gebracht om te recupereren voor de winter.Diodorus Sicullus, XX, 112 Ondertussen bracht de concentratie van Antigonos' leger in Azië Ptolemaeus ertoe om Coele-Syrië te veroveren. Hij veroverde een aantal steden, maar terwijl hij Sidon aan het belegeren was, werden er valse rapporten naar hem gebracht over een Antigonidische overwinning en die zeiden dat Antigonos naar Syrië aan het marcheren was. Hij legerde dus garnizoenen in de steden die hij had veroverd en keerde daarna terug naar Egypte. Op ongeveer hetzelfde moment kwam Seleucus aan in Cappadocië en bracht zijn legers ook naar de winterkwartieren.
Het is onduidelijk hoe de slag precies tot stand kwam. Antigonos wist van de plunderingen van Ptolemaeus in Syrië van het vorige jaar en wilde niet afgesneden worden van Syrië en zijn hoofdstad en probeerde het geallieerde leger dus waarschijnlijk te onderscheppen. De exacte locatie van de slag is onbekend, maar hij vond plaats op een grote open vlakte, goed geschikt voor zowel de manoeuvres van de olifanten van de bondgenoten als de superieure cavalerieaantallen van Antigonos.
De legers Antigoniden Volgens Plutarchus telde Antigonos' leger voor de slag ongeveer 70.000 man infanterie, 10.000 cavalerie en 75 krijgsolifanten. Het grootste deel van die aantallen kwamen waarschijnlijk uit het leger dat uit Syrië kwam, omdat Demetrius' leger in Griekenland geen olifanten had en enkel 1.500 cavalerie.Diodorus Sicullus, XX, 110 Volgens Diodorus had Demetrius ongeveer 56.000 man infanterie in Griekenland (8.000 Macedonische falangisten, 15.000 huurlingen, 25.000 man uit Griekse steden en 8.000 lichtbewapenden), maar het is onduidelijk welk deel van zijn infanterie bij hem was in Azië. Experts schatten dat het Antigonidische leger bestond uit 70.000 man infanterie, waarschijnlijk 40.000 man in de falanx en de rest lichtbewapende troepen.Bennett & Roberts, The Wars of Alexander's Successors, 323-281 BC: Commanders and Campaigns, p. 108
De bondgenoten