thumb|Tirpitz in de Altafjord Operatie Source is de codenaam van een Britse poging in september 1943 om met behulp van miniatuuronderzeeërs de in het noorden van Noorwegen gestationeerde Duitse zware oorlogsschepen Tirpitz, Scharnhorst en Lützow tot zinken te brengen.
Voorbereiding De Britten beslisten om gebruik te maken van de X-boot (miniatuuronderzeeboten) om de Tirpitz te beschadigen of tot zinken te brengen. Het 12de Onderzeese smaldeel trainde gedurende een gespecialiseerde opleiding tijdens de zomer van 1943 voor deze gevaarlijke operatie.
De X-boot moest door gewone onderzeeërs worden gesleept. Hoewel de boot een operationeel gebied van 2400 kilometer tegen een snelheid van 4 knopen had, voldoende om de passage te maken naar Kåfjord en terug te keren, waren de levensomstandigheden aan boord zo ongemakkelijk dat de bemanning al lang zou zijn uitgeput vooraleer zij het doel zou hebben bereikt. Het idee was dat X-boot door een passagebemanning zou worden bemand en als zij dicht bij het doel was, zou zij worden vervangen door een operationele bemanning.
Operatie Source bestond uit drie afzonderlijke plannen. Operatie Funnel was de aanval op het doel in Kåfjord; Operatie Empire was voor het gebied Narvik tussen 67° en 69° noorderbreedte; en Operatie Forced voor het gebied Trondheim tussen 63° en 65° noorderbreedte.
Er werd gebruikgemaakt van zes X-boten. HMS X5, X6 en X7 werden toegewezen aan slagschip Tirpitz in de Kåfjord. HMS X9 en X10 moesten het slagschip Scharnhorst aanvallen, ook in Kåfjord. HMS X8 moest de zware kruiser Lützow in de Langefjord aanvallen.
Vertrek Om de X-boten voldoende duisternis te geven en tezelfdertijd voldoende maanlicht voor hun tocht naar de fjorden, moest de aanval gebeuren tijdens de periode 20-25 september 1943. Daarom werd 20 september gekozen als laatste datum voor het loskoppelen van de slepende onderzeeërs. Hieruit volgde dat op 11 september 1943 werd vertrokken van de basis in Loch Cairnbawn.
De zes slepende onderzeeërs die werden gebruikt waren: Truculent, Syrtis, Seanymph, Thrasher, Stubborn en Sceptre. Satyr en Sea-Dog werden in reserve gehouden bij Scapa Flow. Op 6 september werden de X-boten aan boord gehesen van het depotschip HMS Bonaventure voor definitieve voorbereidingen en de montage van zijladingen. Nu bleef nog slechts de briefing van de bemanningen over.
De Britse admiraliteit werd goed op de hoogte gehouden van de aanwezigheid van de Tirpitz in de Kåfjord, waar ze in het gezelschap van de Scharnhorst en de Lützow lag; de laatste in de aangrenzende Langefjord. Vanaf 7 september werden gedurende verscheidene dagen Spitfireverkenningen gevlogen. Gemeld werd dat de Tirpitz en de Scharnhorst niet op hun ligplaatsen waren. Wat de Britten op dat moment nog niet wisten, was dat deze voor het bombardement van Spitsbergen onderweg waren (Unternehmen Sizilien). Tegen 10 september toonde een nieuwe verkenning aan dat de Tirpitz en de Scharnhorst terug waren gekeerd op hun normale ligplaatsen.
Verkenning De datum voor het loskoppelen van de X-boten werd D-Day genoemd. Na het verlaten van Loch Cairnbawn moesten de slepende onderzeeërs onafhankelijk een positie 120 kilometer ten westen van de Shetlandeilanden weten te bereiken en dan elk apart op parallelle koersen met 32 kilometer tussenruimte varen tot ongeveer 240 kilometer ten westen van de Altafjord, waarna zij naar hun dropplaatsen moesten navigeren. Elke onderzeeër had een gebied in de buurt van Sørøya waar het zijn X-boot buiten het mijnenveld na schemer op D-Day moest loskoppelen, en vervolgens aan een patrouille tot 27 september te beginnen om de terugkerende X-boten op te vangen en proberen ze terug thuis te krijgen. De X-boot zelf moest het mijnenveld aan de oppervlakte doorvaren en onderwater varend een weg vinden via de Stjernsund naar de Altenfjord op 21 september. Op de ochtend van 22 september moesten ze dan de Kåfjord ingaan.
Om 16:00 op 11 september verlieten Truculent met X-6 en Syrtis met X-9 op sleep het Loch Cairnbawn, met intervallen van 2 uren gevolgd door Thrasher met X-5, Seanymph met X-8 en Stubborn met X-7. Sceptre met X-10 die de kortste route had, voer af om 13:00 op 12 september. De eerste 4 dagen verliepen zonder belangrijke gebeurtenissen in goed weer. De X-boten werd onder water gesleept om ontdekking te voorkomen en slechts om de zes uren werd opgedoken om de boot 15 minuten lang te ventileren.
Op 14 september werden in Engeland de verkenningsfoto's van de Kåfjord en de Langefjord ontvangen. Nu konden details van de verdediging worden doorgeseind en werden de doelen toegewezen aan de X-boten. Targetplan Nr. 4 werd goedgekeurd: X-5, X-6 en X-7 moesten de Tirpitz aanvallen, X-9 en X-10 de Scharnhorst en X-8 moest de Lützow aanvallen die in de Langefjord lag, een lange arm ten westen van de Altafjord op ongeveer 16 kilometer afstand van de Kåfjord.
De volgende twee dagen van de passage, 15 en 16 september, waren veelbewogen voor 3 van de 6 X-boten. De sleep tussen X-7 en Stubborn was losgeraakt. Zij slaagden er echter in om contact te houden en er werd op een hulpsleep overgegaan. De sleep tussen X-8 en Seanymph was eveneens losgeraakt. Zij waren meer dan 36 uren gescheiden voordat zij elkaar opnieuw vonden en de tocht voortzetten. Ook was de sleep tussen X-9 (onderluitenant Kearon) en Syrtis losgeraakt. Syrtis nam tijdens de zoektocht naar X-9 een veelbetekenende olievlek waar. Van de X-9 werd nooit meer een spoor gezien.
De X-8 (Luitenant McFarlane) en Seanymph hadden op 17 september opnieuw moeilijkheden. Door technische problemen zat er niets anders op dan de zijlading overboord te gooien. Jammer genoeg beschadigde de explosie van de defecte lading de X-8 zo hevig dat de bemanning de boot moest laten zinken en aan boord van de Seanymph moest gaan. De overige onderzeeërs bleven de X-boten zonder verdere problemen slepen op 18 september. Truculent en Thrasher ervoeren onderweg weinig of geen moeilijkheden en bereikten de droppingplaatsen op de voorafgaande dag al. Sceptre die eveneens een onbewogen passage had, bereikte de droppingplaats op 19 september. Het is opmerkelijk dat deze drie onderzeeërs en hun X-boten de nieuwe nylon sleepkabels gebruikten. Het waren de henneptouwen die problemen gaven en die losschoten.
D-day Bij dageraad op D-Day, 20 september 1943, waren alle vier slepende onderzeeërs met hun X-boten op de respectievelijke dropplaatsen. De operationele bemanningen waren veilig overgebracht naar hun X-boot. Seanymph kreeg het bevel een patrouillepositie op ongeveer 96 kilometer ten westen van de Altenfjord in te nemen. De Syrtis, waar het verlies van de X-9 niet bevestigd was, ontving geen nieuwe orders en moest dus post vatten op haar oorspronkelijk gepland gebied om, indien de X-boot het toch zou hebben gehaald in zijn eentje, na de aanval de X-9 terug te kunnen helpen en thuis te brengen. Tussen 18:30 en 20:00 op de avond van 20 september gleden X-5, X-6, X-7 en X-10 alle van hun slepende onderzeeërs weg en voeren elk apart aan de oppervlakte over het mijnenveld naar de Sørøy Sund.
X-5 X-5 (Luitenant Henty-Creer) schreeuwde nog "Good Luck!" naar de X-7 (Place) net voor vertrek. Het was de laatste keer dat de eerstgenoemde nog zou worden gezien. Zij werden later beschoten en zonken. De boot is nooit gevonden.
X-6 X-6 (Luitenant Cameron) bleef aan de oppervlakte tot 1:25 waarna zij bij het eerste licht dook. Ze ging verder de Sørøy Sund omhoog tot de ingang van de Stjern Sund en bij het vallen van de nacht naderden zij Tommelholm, een van de Brattholmeilanden aan de ingang van de Kåfjord, waar de X-boten hadden afgesproken, indien mogelijk. X-6 dook op om de batterijen op te laden, maar moest een noodduik maken bij het naderen van een patrouilleboot. Tegen 21:00 doken zij opnieuw op. Net voor middernacht stuurde Cameron de X-6 tussen een paar rotsen om op het eerste licht te wachten.
X-7 X-7 (Luitenant Place) had ook een betrekkelijk goede tocht tot het rendez-vouspunt. Om 16:30 namen zij een groot schip waar, waarschijnlijk de Scharnhorst, die vermoedelijk noordwaarts stoomde langs Aarøy Island. X-7 bracht ook de donkere uren door nabij de Brattholmeilanden, terwijl ze haar batterijen oplaadde en definitief onderhoud onderging, maar er werd geen contact gemaakt met X-6.
X-10 X-10 (Luitenant Hudspeth) had enkele technische problemen. Lt. Hudspeth besloot om een discrete schuilplaats aan de noordkant van Stjernøy te zoeken en te proberen om de schade te herstellen. Zij brachten op 21 september de hele dag door met reparaties, hoewel weinig succes, maar vertrokken om 17:50 toch naar het Kåfjord. Om 1:35 werden ze door een naderend schip gedwongen te duiken. Hudspeth dook later op om de boot te ventileren en omdat hij niet meer kon navigeren onder water, besloot hij naar Tommelholm te navigeren terwijl ze aan de oppervlakte voeren. Om 2:15 doken ze onder naar een diepte van 59 meter waar de bemanning aan het werk werd gezet om de schade en problemen proberen te herstellen, hopend hun doel, de Scharnhorst, tijdens de nacht van 22 op 23 september aan te kunnen vallen.
Opdat de X-boten elkaar niet zouden beschadigen, was een zorgvuldige planning opgesteld. De eerste aanvalsperiode was voorzien tussen 1:00 en 8:00 op 22 september, waarop werd dan gevolgd door een ontplofperiode (tijdens welke er geen X-boten in de buurt mochten komen) voor de ladingen van 1 uur, dat wil zeggen van 08:00 tot 09:00. Daarna een afwisselende cyclus van periodes van 3-uurdurende aanvalsperiodes met 1 uur ontplofperiode.
In de Kåfjord was de ligplaats van Scharnhorst bij Auskarneset leeg, maar de Tirpitz lag wel beveiligd achter haar antitorpedo netten. In de fjord lagen ook het reparatieschip Neumark, een tanker, een Noors schip, drie torpedobootjagers – de Z30, de Z31 en de Erich Steinbrink – en het zeer oude Noorse kustdefensieschip Tordenskold – dat de Duitse naam Nymphe had gekregen en als luchtafweerschip was uitgerust – voor anker.
Aanval X-6 X-6 (Luitenant Cameron) was van plan om de Tirpitz om 6:30 op 22 september aan te vallen en begon de reis in de Kåfjord. Vlak na 7:00 gleed X-6 ongezien door het bootgat van de antitorpedo netten. Tegen 7:07 liep de X-6 bij de westelijke kust op de rotsen en schoot boven water. Zij werd gezien aan boord van de Tirpitz en werd gerapporteerd maar werd verkeerdelijk aangezien voor een bruinvis en werd genegeerd. Rond 7:12 kwam de X-6 opnieuw aan de oppervlakte ongeveer 27 meter dwars van de Tirpitz en werd deze keer wel correct geïdentificeerd. De periscoop was volgelopen en doordat X-6 aan grond was gelopen en vervolgens onder sterke hoeken was gedoken en gestegen was het gyrokompas gestopt.
Cameron voer blind in wat hij dacht dat de juiste richting was en werd gevangen in het stuurboord-antitorpedonet dat de Tirpitz omringde. Hij brak dicht genoeg tegen de boeg van de Tirpitz door de waterspiegel heen en werd begroet met een spervuur van kleine handwapens en granaten. X-6 was te dicht bij het slagschip voor diens kanonnen om iets te kunnen doen. Het was duidelijk dat ontsnappen onmogelijk was zodat Cameron en zijn bemanning hun geheime documenten vernietigden terwijl hij de onderzeeër naast de Tirpitz voer en beide zijladingen naast de "B"-geschutskoepel vrijgaf. Vervolgens kelderden zij hun X-boot en gaven zich over aan een Duits patrouilleschip. Cameron en zijn bemanning werden aan boord genomen van de Tirpitz. Op bijna hetzelfde ogenblik dat X-6 haar ladingen naast de "B"-geschutskoepel van de Tirpitz vrijgaf, deed X-7 dat eveneens, iets verder naar achteren.
X-7