Halluin (Nederlands: Halewijn) is een Franse gemeente in het Noorderdepartement (Frans: département du Nord). Halluin ligt ten noorden van de metropool Rijsel, aan de Leie. De stad ligt tegen de Belgische grens en de stadskern is vergroeid met die van de Belgische stad Menen. Als deel van de agglomeratie van Rijsel (Lille) maakt de gemeente deel uit van de Métropole européenne de Lille met ruim 1 miljoen inwoners.Territoires De gemeente Halluin telde op inwoners.

Geschiedenis miniatuur|Wijk Mont d'Halluin, met de Sint-Alfonsuskerk miniatuur|Halewijn in 1560 Het dorp Halewyn (naam op de Mercatorkaart uit 1540) werd al in 1066 vermeld, als Hallewyn, naar de persoonsnaam Halewijn of Hailwin. In dat jaar werd het patronaatsrecht van de parochie verleend aan het Sint-Pieterskapittel te Rijsel. In 1144 werd het genoemd als Haluwin. De plaats behoorde tot het graafschap Vlaanderen en wel tot het sinds de 12e eeuw al Franssprekende Rijsels-Vlaanderen. Toch was het eeuwenlang een taalgrensdorp want in de 16e eeuw waren er weer Nederlandse kerkregisters. De familie Halewijn, de oorspronkelijke heren, verwierf talrijke lenen in zowel het huidige België als het huidige Frankrijk. Vanaf 1501 waren de heren van Halewijn dezelfde als die van Komen. Achtereenvolgens waren dat Croÿ, Ligne-Croÿ, Hénin-Liétard en de graven van Orléans. De versterkingen van Halewijn werden in 1583 verwoest door de troepen van Alexander Farnese.

Eind 16de eeuw, onder economische druk en religeuse vervolging, besloten meerdere textielfamilies om Halewijn te verlaten. Na het Ontzet van Leiden en de Val van Antwerpen trokken ze noordelijk naar de stad Leiden, waar ze hun activiteiten verder konden zetten en bijdroegen aan de heropleving van deze stad.

Halewijn werd Frans in 1686, toen het op de Spaanse Nederlanden werd veroverd door Lodewijk XIV. De Dode Leie werd grensrivier. In 1779 werd Halewijn-Noord (180 ha) weer bij het toen Zuid-Nederlandse Rekkem gevoegd.

Onder het ancien régime bestond Halewijn uit meerdere heerlijkheden: le Mont (de Berg), la Tiluille (de Linde), la Val (de Vallei), les Meurins, les Tucquelins, Volerie, Fontaines of Flipo, Hollebecque, Peruwez, Wallerie, Rachie, Duremont, Basembrouck of Dudzelles, Pélegrin, Gavere en Molinel.

In de 19e eeuw ontwikkelde zich in Rijsel en wijde omgeving de textielindustrie. Dit trok ook veel Belgische arbeiders aan: in 1886 had zelfs driekwart van de inwoners er de Belgische nationaliteit. Tussen de Belgische en de Franse arbeiders ontstonden regelmatig wrijvingen: de Belgen werden ervan verdacht tegen inferieure voorwaarden te werken. In 1903 leidde dit tot gewelddadigheden.

Halluin, bekend staand als een rode stad (Halluin la Rouge), had een communistische burgemeester, en de arbeiders bezetten in 1925 een weverij.

De industrie omvatte, naast linnenweverijen, confectie en dergelijke, ook onderhoudsproducten, behangselpapier (firma Brepols), kunststofvoorwerpen, verf, rubber, meubelen, baksteen en cementtegels, machines, ijzergieterij, wasmachines en televisietoestellen.

Bezienswaardigheden Halluin heeft verschillende wijken en parochies met een eigen kerk: De Sint-Hilariuskerk (Église Saint-Hilaire) staat in het centrum van de stad. De Onze-Lieve-Vrouw ter Koortskerk (Église Notre-Dame-des-Fièvres) staat langs de Leie in de wijk Le Colbras. De Sint-Alfonsuskerk (Église Saint-Alphonse) staat in de wijk Mont d'Halluin De windmolen "Moulin Hollebeke", ook wel bekend als "Moulin d'Halluin" of "Moulin Hollebecque", werd in 1877 gebouwd door Cyrille Hollebeke. Tot in de jaren 30 bleef de molen in gebruik. In 1988 kocht de gemeente de molen, en restaureerde die de daaropvolgende jaren. De molen werd als historisch monument erkend. De Cense Manoir (Cijnshoeve) is een vierkantshoeve van 1573, voorzien van een poortgebouw met duiventil. Het Manoir aux Loups met park en arboretum, waar in 1951 een 350-tal exotische coniferen werden geplant. Het Château du Pellegrin, een voormalige zetel van de heren van Halluin. De Begraafplaats van Halluin, met verschillende monumentale graven en een herdenkingsmonument voor de gesneuvelden uit Halluin uit diverse oorlogen. Op de begraafplaats bevindt zich ook een perk met 43 Britse gesneuvelden. Het Deutscher Soldatenfriedhof Halluin is een Duitse militaire begraafplaats met ongeveer 1400 gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog. Het ligt vlak naast de gemeentelijke begraafplaats van Halluin.

Natuur en landschap Halluin ligt op de rechteroever van de Leie op een hoogte van ongeveer 24 meter. Samen met Menen vormt het een grensplaats, feitelijk een dubbelstad. Naar het zuiden toe wordt de omgeving licht glooiend.

Geografie De oppervlakte van Halluin bedroeg op ; de bevolkingsdichtheid was toen inwoners per km².

thumb|left|350px|Kaart van de gemeente met belangrijkste infrastructuur, bodemgebruik en omliggende gemeenten

Demografie Onderstaande figuur toont het verloop van het inwonertal (bron: INSEE-tellingen).

Politiek Burgemeesters 1790-1794: P.L. Delannoy 1794-1795: Jean-François Delannoy 1795-1800: Jean-Baptiste Duflo 1800-1805: Jean-Baptiste Vandebeulque 1805-1830: Jean-Baptiste Chombart 1830-1865: Pierre-Joseph Demeestère-Delannoy 1865-1873: Edouard Lemaitre-Demeestère 1874-1900: Paul Lemaitre-Bonduelle 1900-1907: Paul-Pierre Defretin 1907-1909: Louis-Joseph Odou-Loridan 1909-1919: Paul-Pierre Defretin 1919-1935: Gustave Desmettre 1935-1939: Gilbert Declercq (PCF) 1939-1944: Gaston Petit 1944-1945: Joseph Wanquet 1945-1947: Gustave Casier 1947-1953: Joseph Wanquet 1953-1957: Robert Casier 1957-1971: Charles Vanoverschelde 1971-1980: Albert Houte 1980-1983: Henri Leveugle 1983-1987: Albert Desmedt 1987 (25/07 tot 03/09): Patrick Tierrie 1987-1989: Didier Desprez 1989-2001: Alexandre Faidherbe (PS) 2001-...: Jean-Luc Deroo (PS)

Nabijgelegen kernen Menen, Rekkem, Neuville-en-Ferrain, Roncq, Bousbecque

Externe links Site officiel de la ville d'Halluin - Officiële website Geschiedenis van Menen